For our heritage and freedom ! Home | About | Contact | Vincent De Roeck | Liberty Quotes | The Free State | In Flanders Fields | Nova Libertas | Feeds |

In het land der legenden

Het is vrijdag 22 augustus en ik ben sinds vannacht in Georgië. Vanavond begint in een badstad ten zuiden van Tbilisi de zesdaagse “Bazaleti Summer School” van de Vrije Universiteit Tbilisi. Dit zomerseminarie geniet de steun van deze private universiteit, de Kamer van Koophandel van Georgië, het stadsbestuur van Tbilisi, de lokale Engelse krant “Georgia Today” en enkele binnen- en buitenlandse organisaties zoals het Franse “Institute for Economic Studies” en de Georgische “New Economic School”, die in oktober tevens in zou staan voor de organisatie van de “European Resource Bank”: de Europese tegenhanger van het gelijknamige jaarlijkse denktankevenement in de VS onder auspiciën van “The Heritage Foundation”. Gisterenavond kon ik mij in de vertrekhal van Zaventem gelukkig nog wel moed indrinken met een “Grande Latte” van de allereerste Starbucks-vestiging in België alvorens met de Lufthansa via Munchen koers te zetten naar de Kaukasus.

De “International Herald Tribune” pakte die dag uit met voorpaginanieuws over vermeende etnische zuiveringen in Zuid-Ossetië. “The Economist” spaarde die week de verwijten in superlatieven niet aan het adres van Rusland. En ook “Knack” wijdde toen een aantal pagina’s aan de horror van de militaire campagne in Georgië. Leuke lectuur dus om door te nemen tijdens mijn reis naar net dat Godverlaten oord.

Dat de situatie bij Georgiërs echt wel diep zit en dat luchtvaartmaatschappijen kennelijk maar zelden weet hebben van lokale gevoeligheden bleek al meteen uit de menukeuze op de vlucht naar Tbilisi en de daaruit voortvloeiende polemiek. Toen de Georgische passagiers één voor één weigerden om een op Russische wijze bereide biefstuk (“beef stroganoff”) aan te nemen, vielen de Lufthansa-stewardessen uit de lucht. Zij hadden daar niet bij stilgestaan. Gelukkig zaten er maar 12 passagiers op dat vliegtuig, nochtans een niet onaardige Airbus A319, zodat iedereen voor de pasta met champignons kon kiezen en niemand dus gedwongen werd zich aan de Russische keuken te onderwerpen.

De grenscontrole op de luchthaven was ook de soepelste in jaren. Zonder vragen of opmerkingen kreeg ik mijn stempel. Of de NAVO-flagpin in mijn knoopsgat, nog een souvenir van een eerder bezoek aan de NAVO in Evere, of “The Economist” van die week ostentatief onder mijn arm hier iets met te maken hebben, weet ik niet, maar het resultaat was er wel. “The Economist” beeldde op haar voorpagina immers een Stalin-achtige postercartoon met Vladimir Poetin uit waarop ook te zien was hoe Russische legers te land, ter zee en in de lucht dorpen binnenvallen.

Op de luchthaven van Tbilisi was alles rustig en ook later tijdens mijn nachtelijke rit door de straten van de Georgische hoofdstad bleek alles doods te zijn. Moest ik aan de slurf niet door een peloton soldaten met mitrailleurs opgewacht zijn en moest er aan elk benzinestation langs de autoweg van de luchthaven naar het centrum geen tank gestaan hebben, had de hoofdstad van het “Land der Legenden” dezelfde aanblik gehad als elke andere historische Oost-Europese bergstad, alleen dan zonder EU- of UNESCO-hulp in de renovatie ervan. Een nietsvermoedende persoon zou van geen oorlog of wat dan ook iets geweten hebben.

Mistroostig en doods oogde Tbilisi eigenlijk wel, maar dat kan evengoed eigen zijn aan die stad en niets van doen hebben met de actuele toestand. En ook de armoede van de mensen en de gebrekkige infrastructuur zal waarschijnlijk een andere reden hebben dan de huidige oorlog. Georgië, hoe je het nu draait of keert, is immers nog steeds een arm en ietwat achtergebleven land. Maar met institutionele stabiliteit en economische vrijheid zitten ze wel gebeiteld voor de toekomst; alleen nog wachten tot grote buur Rusland eindelijk terug bij zijn zinnen komt en ook zijn steentje daartoe wilt bijdragen. Want het kan volgens mij tevens een winwin-situatie zijn. Het is immers ook in Ruslands belang om aan zijn zuidflank welvarende democratieën te hebben. Een nieuw Tsjetsjenië is toch wel het laatste wat ze willen, lijkt mij.

Update 27 augustus 2008

Ik weet niet hoe het momenteel in België met de berichtgeving over Georgië gesteld is, maar hier in Georgië zelf is de toestand eigenlijk nog maar weinig veranderd in vergelijking met vorige week. De Russen hebben immers niet enkel Abchazië en Zuid-Ossetië als onafhankelijke landen erkend, maar bezetten ook nog steeds strategische punten rond Gori en steden in West-Georgië zoals de havenstad Poti. De geprojecteerde economische groei voor 2008 van 12,5% in Georgië werd al teruggebracht tot maximum 5% en de regering discussieert hier zelfs over dollarisering van de economie om de negatieve impact van de herstelwerken en de influx van buitenlands kapitaal na deze crisis op de Georgische munt, de Lari, te neutraliseren. Verder zijn er nog steeds honderdduizenden mensen op de dool en dreigt het gebruik van schoollokalen voor de opvang van vluchtelingen het begin van het nieuwe schooljaar te hypothekeren. Maar het meest bedreigende element zou naar verluidt het wangedrag van de Russen in bezet (“bevrijd”) gebied zijn, althans dan toch volgens de pers en mensen ter plaatse. In Abchazië en Zuid-Ossetië zouden Russische ambtenaren bezig zijn met het massaal uitreiken van Russische paspoorten en zouden weigeraars geëxecuteerd of gedeporteerd worden.

Nochtans is het leven in Georgië helemaal niet tot een stilstand gekomen. In Tbilisi is de toestand opnieuw normaal en verdringen aftandse taxi’s elkaar opnieuw in de wirwar van nauwe straatjes en kronkelende bergpaadjes. En ook al zaten er maar twaalf passagiers op mijn vliegtuig en had mijn hotel in Oud-Tbilisi maar drie gasten op een vijftigtal kamers, Turken en Azeri’s komen nog steeds met plezier naar de berg- en waterresorts van Georgië, oorlog of geen oorlog. In de oude Sovjet-vakantiekolonie aan het meer van Bazaleti, het complex waar ik momenteel verblijf, is wel misschien maar een vijfde van de appartementen bezet, maar dat heeft naar verluidt meer te maken met de grootheidswaanzin van de Joods-Amerikaanse eigenaar dan met de huidige toestand in deze Kaukasusrepubliek. En ook de export leeft terug op ondanks de blokkade van de haven van Poti, net als de handel tussen Armenië, Azerbeidjan en Georgië, want ook al zijn deze drie landen niet meteen elkaars beste vrienden, toch voelen ze zich verenigd in hun strijd tegen de Russische dominantie in deze regio.

En dat het toerisme nog steeds hoogtij viert, is eigenlijk niet eens zo verwonderlijk. Georgische meisjes ogen immers verlegen en jongens lijken zelfingenomen maar achter dit uiterlijk vertoon schuilt een extrovert volk dat zichzelf niet geheel onterecht “het vriendelijkste volk van de wereld” pleegt te noemen. Ook de gastvrijheid en het geloof kenmerken deze 4,5 miljoen orthodoxe Christenen, net als de adembenemende panorama’s, de uitstekende keuken met lokale topwijnen, de afgelegen dorpjes, de bergkloosters, de nationale parken, de spa’s en thermen, en de natuurpracht van dit Kaukasusland. Georgië is naar mijn bescheiden mening één van de laatste pure gemeenschappen in de wereld en ook hun landschap vertaalt deze puurheid. Hun gebrekkige talenkennis is wel een minpunt maar met wat goede wil en geduld kan je hier ver komen, of met een basis Georgisch of Russisch natuurlijk. Verder valt mij hier ook het enorme gevoel van verbondenheid tussen de buitenlanders op. Tijdens zowel mijn ontbijt in het Marriott op het Vrijheidsplein als een latere lunch in het Radisson (ik had geen flauw benul van de toestand of de kwaliteit van het eten in Georgië dus dacht ik zo op “safe” te spelen, achteraf volkomen onterecht natuurlijk) op het Rozenplein - daar waar de anti-Shevernadze-revolutie plaatsvond nota bene - kwamen andere Europeanen spontaan bij mij aan tafel aanschuiven om ervaringen uit te wisselen.

Maar wat mij hier wel ook bijblijft is de precaire situatie van de nutsvoorzieningen en de vreemde politieke situatie. Een drietal maal per avond valt de elektriciteit uit en ook van generatoren heeft men kennelijk nog nooit gehoord. De airconditioning oogt middeleeuws, het internet valt regelmatig weg en gsm-verbindingen zijn maar zelden beschikbaar. Nu heeft dit misschien iets te maken met de conflictsituatie maar de lokale Georgiërs zeggen van niet.

Tenslotte blijkt ook de impressie in het Westen dat Saakasjvili enorm populair is onder zijn bevolking een fantasie te zijn. De meerderheid heeft een afkeer van deze ultra-nationalist die zich laat omringen met oud-KGB-mensen en lokale oligarchen, en een enkeling durft zelfs de idee te opperen dat Saakasjvili op dit conflict aanstuurde om de opkomst van een échte oppositie tegen te houden en in de volgende verkiezingen zeker herkozen te worden. En ook Saakasjvili is geen heilige, want hij liet enkele dagen geleden de toegang tot alle Russische webservers blokkeren en haalde ook alle Russische televisiestations uit de ether. Saakasjvili is misschien wel pakken beter dan Poetin, maar een echte liberale heilige is ook hij zeker niet. Het aan banden leggen van de pers, ook al is die Russisch, is gewoon onaanvaardbaar.

Deze persoonlijke impressie verscheen ook bij het Leuvense Liberaal Vlaams Studentenverbond en op de metablog In Flanders Fields.

Meer over de toestand in Georgië op www.georgiatoday.ge.

5 Reacties:

At 12:28 Anoniem said...

Waw, hebben wij eindelijk Starbucks in den Belgiek?

 
At 14:08 Margot said...

Vincent, leuk eens iets te lezen dat niet alles en iedereen afbreekt!

je bent een optimist in spe ;)

 
At 12:28 Brigant (op IFF) said...

Starbucks op zaventem? Niet gezien. Anyhow, brengt maar soeveniers van den oorlog mee weh...I'll refund you. AK, stukje Rus, BMD, Sukhoi, Hind(?) enz ;p allemaal welkom. En in één stuk terug thuis weh.

 
At 16:15 Anoniem said...

Ik wacht met ongeduld op uw memoires.

 
At 12:35 Vincent De Roeck said...

@ Brigant

Sorry, maar ik zal niets kunnen meenemen. Zit hier aan het Bazaleti-meer ten zuiden van Tbilisi. Het front is zeer ver weg en ik heb tijdens mijn verblijf hier geen tijd om richting Gori te reizen, ook al is die stad naar verluidt de moeite.

 

Een reactie plaatsen