For our heritage and freedom ! Home | About | Contact | Vincent De Roeck | Liberty Quotes | The Free State | In Flanders Fields | Nova Libertas | Feeds |

Posts tonen met het label Vlaamse Beweging. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vlaamse Beweging. Alle posts tonen

Bedenkingen bij 'onze' nationale feestdag

We schrijven 20 juli 2009, de vooravond van de Belgische nationale feestdag. 178 jaar geleden legde Leopold I zijn eed af als eerste koning der Belgen. Hoewel 'Belgen' als naam enkel verwees naar een Gallische stam die in de tijd van Julius Caesar in wat vandaag Frankrijk is leefde en dus wel een zeer vreemde soortnaam was om het kersverse onafhankelijke 'volk' te benoemen, was dat nog niet eens het meest bizarre. Die eer ging naar het veralgemenen van wat eigenlijk een 'Brabantse' omwenteling was. Noch de bewoners van de Ardennen, noch die van de twee Vlaanderens of Limburg, en al helemaal niet de stedelingen van Gent, Antwerpen en Dendermonde, waren vragende partij voor de 'Belgische' onafhankelijkheid, laat staan dat zij aan de 'revolutie' in Brussel deelgenomen zouden hebben. Het Franstalige zuiden werd al snel gepaaid met een unitaire eentalig-Franse staatsstructuur en zo door het Brabantse kamp meteen gerecupereerd. Het Nederlandstalige noorden werd op zijn beurt 'beloond' voor hun niet-deelname aan de 'Belgische' omwenteling met het statuut van tweederangsburgers. Hadden de Hollanders niet de kapitale fout gemaakt om het eigenzinnige orangistische Antwerpen met kanonnen te beschieten, had deze stad, samen met grote delen van de huidige provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen, tien tegen een voor Nederland gekozen. Voor mij is 21 juli dus ook geen 'feest'-dag.

Belgicisten maken steeds gewag van een vermeende homogeneiteit in ons land, maar zij dwalen. Net zoals Tito in Joegoslavie of Stalin in Sovjet-Rusland werd 'Belgie' gestoeld op het onderdrukken van een welbepaalde bevolkingsgroep, in casu de Nederlandstaligen. Na de gruwelen van Rwanda, Srebrenica of de Holocaust mag het vandaag misschien wansmakelijk klinken om de Franciseringspolitiek in de 19de eeuw als 'etnische zuivering' of 'culturele genocide' af te schilderen, maar in de praktijk kwam het daar wel op neer. Andermaal echter bleek de identiteitsdrang van een bevolkingsgroep te sterk en te buigzaam te zijn om helemaal uitgeroeid te kunnen worden. Net zoals in de voormalige Sovjetrepublieken na de val van het communisme of in de Balkan na de dood van Tito herstelden de oude volksgevoelens en culturele geplogenheden zich razendsnel. Zo ook in Vlaanderen tegen de eeuwwisseling. 'Belgie' had gefaald. Het zou nooit een homogene natiestaat worden. De historische vergissing verwerd tot een 19de-eeuws curiosum. Althans, zo had het moeten geschieden.

Belgie bestaat anno 2009 echter nog steeds. De vorm mag dan al wel drastisch gewijzigd zijn, de 'Belgische' symbolen - Francisering, monarchie, identitair nihilisme - hebben stand gehouden. Vlaanderen is vandaag de dag rijker dan ooit tevoren, Wallonie is enkel nog maar leefbaar op papier. Het federale niveau kan zonder Vlaamse bail-out haar verplichtingen op vlak van de sociale onzekerheid niet meer nakomen en ook de Franse Gemeenschap stevent alweer af op het onvermijdelijke bankroet. Belgie is een contrafederatie geworden die alsmaar verder zal verdampen. Vlaanderen koos in juni duidelijk voor een flamingantere koers en voor het eerst in jaren lijkt de regering die keuze daadwerkelijk in beleid om te gaan zetten. N-VA'er Mark Demesmaeker voorspelde drie jaar geleden dat Belgie nooit haar 200ste verjaardag zou vieren. Hij werd toen uitgelachen, maar enkele politieke crisissen later zijn die criticasters stiller dan ooit. Het einde van Belgie komt nu wel echt in zicht, en ook al vind ik communautaire thema's niet prioritair, ik ben daar zeker niet rouwig om.

Een toestand waarbij een nationaal kader kunstmatig aangehouden wordt dat de fundamentele verschillen tussen noord en zuid nuanceloos van tafel veegt en daardoor wetenschappelijke nonsens wordt, kan gewoon niet lang blijven duren. Als Belgie internationaal wegzakt met alarmerende berichten over een werkloosheid van boven de 10 procent, is dat in mijn ogen irrelevant. Brussel (16%) en Wallonie (12%) zitten tot over hun oren in de problemen, Vlaanderen (4%) veel minder. Als Belgie meer dan een half miljoen vergoede werklozen telt, is dat een goedkoop mistgordijn. Vlaanderen telt er 150,000, Wallonie bijna 200,000. Belgie gaat internationaal af met haar werkzaamheidsgraad van 62% maar Vlaanderen scoort met 67% merkelijk beter dan Wallonie (57%) of Brussel (55%). Belgie scoort als geheel barslecht in de jaarlijkse stresstest van de zakenschool IMD, maar Vlaanderen apart helemaal niet. Ook de conceptie van Belgie als een land van ambtenaren is fout. In Vlaanderen werkt 22% voor de overheid, wat internationaal het gemiddelde is, maar in Wallonie is dat 37%. En ondanks alle mooie praatjes blijft de kloof alsmaar verder groeien. In het laatste kwartaal steeg de werkloosheid in Vlaanderen met 4%, in Wallonie met 8%.

'Belgie', vanwege alle Vlaamse belastingbetalers, een gelukkige verjaardag gewenst! En moge het aub uw laatste zijn.

Meer over de verschillen binnen Belgie op http://www.doorbraak.com/.

De resultaten zijn binnen. We hebben gefaald. Zowel voor liberalen als voor Eurosceptici was het gisteren een zwarte dag. Samen halen Lijst Dedecker en Open Vld net geen 30 zetels in het Vlaams Parlement, wat zonder meer een historisch record zou zijn voor het liberalisme in Vlaanderen, maar toch blijven beide met een wrang gevoel achter. De verwachte LDD-dijkbreuk bleef uit. In de peilingen piekte Jean-Marie Dedecker op 12%, maar uiteindelijk moest hij zich met minder dan 8% tevreden stellen. Bij Open Vld was de vernedering nog groter. Zij scoorden niet enkel slechter dan de peilingen maar ook veel slechter dan vijf jaar geleden. Bart Somers heeft zijn ontslag als partijvoorzitter reeds aangeboden. N-VA verbaasde vriend en vijand met haar monsterscore, net als de CD&V. De resultaten van GROEN en SP.A lagen in de lijn van de verwachtingen en ook het UF kon haar zetel opnieuw veilig stellen. SLP haalde nergens de kiesdrempel en het Vlaams Belang werd letterlijk gedecimeerd. In mijn ogen zijn er nu drie opties voor de volgende Vlaamse regering: CD&V-NVA-Open Vld, CD&V-NVA-SP.A of CD&V-SP.A-Open Vld. Uit schuldgevoel bij de Tsjeven sluit ik die derde optie eigenlijk wel uit. Het "Vlaams Kartel" zal gewoon van onder het stof gehaald worden, zij het dan in een licht andere vorm. Vlaanderen heeft mij gisteren teleurgesteld.

Op Europees vlak is het zowaar nog erger. Daar haalden niet enkel neo-nazi's in Hongarije (Jobbik, 3 EP-leden), Italië (Fuerza Nova, 1 EP-lid), Bulgarije (Ataka, 2 EP-leden), Roemenië (Romania Mare, 2 EP-leden) en Groot-Brittannië (BNP, 2 EP-leden) zetels, maar konden ook de groenen en links-extremisten hun zetelaantal op peil houden. De socialisten werden op Europees niveau wel afgestraft, maar de christendemocraten konden hun favorietenrol waar maken. Zij behouden evenveel zetels in het EP dan in de vorige legislatuur en dit ondanks een drastische vermindering van het totale aantal EP-zetels. De liberalen klokken af op 84 zetels, komende van meer dan 100. Libertas haalt de door mij vooropgestelde 10 zetels niet, en dat is een blamage. Zelfs Declan Ganley zal waarschijnlijk niet verkozen geraken in Ierland. Mijn vrienden van UKIP deden het dan weer wel schitterend in het Verenigd Koninkrijk. Daar haalden zij net geen 18% van de stemmen en mogen zij nog meer EP-leden naar Brussel afvaardigen dan de 12 van 2004. In het Verenigd Koninkrijk werd Labour afgestraft en konden de Tories met 27% van de stemmen hun toppositie in de peilingen verzilveren. Ex-Belg en ex-LVSV'er Jean-Paul Floru geraakte evenwel niet verkozen voor de Tories in Londen.

In het Europees Parlement betekent dit dat de nieuwe fractie rond de Britse Tories, de Poolse PIS en de Tsjechische ODS meer dan 70 EP-zetels zal bezetten in het Europees Parlement, toch wel 30 minder dan de door William Hague vooropgestelde 100 zetels. Verder zal de "Independence/Democracy"-fractie rond UKIP terugvallen naar 19 zetels, acht te weinig om te kunnen blijven bestaan, en de "Union for a Europe of the Nations" zal tot 35 zetels herleid worden. In de wandelgangen suggereert men al langer dat IND/DEM en UEN misschien zouden fuseren, waarbij de gematigdere leden van de UEN de nieuwe Tory-fractie "European Conservatives and Reformists" zouden gaan vervoegen. In dat geval kan de Tory-groep de kaap van de 80 zetels ronden en kan er een nog meer uitgesproken Eurosceptische fractie ter rechterzijde van ECR gevormd worden. Of "vuil" extreem-rechts ook een eigen fractie zal oprichten is nog onduidelijk. Maar alleszins is een gemiddelde opkomst van 43% een absolute schande, en ook al hebben de Eurosceptici niet hun ultieme doorbraak in aantal zetels gekend, toch is zo'n abominabele opkomst misschien wel de duidelijkste motie van wantrouwen tegen de Europese Unie... Hieronder geef ik jullie nog enkele videoclipjes mee die uw dienaar onlangs gemaakt heeft voor de Libertas-campagne.



"Spot the odd one out"



"It’s evening again in Europe"



"Off with your money"



"Back in the EUSSR"



"Democracy at work"



"Internetspot Libertas-Nederland"

Dit commentaarstuk verscheen ook op de blog In Flanders Fields.

Meer over de voorbije Libertas-campagne op www.libertas.eu.

Stop het economisch dirigisme!

De Hoge Raad van Financiën waarschuwt voor ontsporende begrotingstekorten. België moet dringend zijn prioriteiten herschikken en radicaal zijn economie van ballast ontdoen. Veel publieke projecten zijn wellicht verdedigbaar in een hoogconjunctuur, maar zijn niet langer haalbaar in een acute crisis. Bij hoogste prioriteit moeten we de dingen stoppen die ons meer last bezorgen dan nut: overtollige bestuursniveaus, overregulering en ons nodeloos ingewikkeld belastingstelsel. Volgens de International Labour Organization (ILO) heeft België de hoogste productiviteit ter wereld. In fel contrast daarmee kampt onze overheid volgens de ECB met de derde laagste efficiëntie van Europa. Het probleem ligt niet zozeer in de lage productiviteit van luie ambtenaren zoals velen denken, maar wel in de geringe toegevoegde waarde van de hen toevertrouwde opdrachten. Ook aan de demotiverende inefficiëntie van de organisatie.

Harder werkende ambtenaren of inzet van computers en nieuwe technologie kunnen daaraan weinig verhelpen. Zo scheppen online loketten en onbemande telefooncentrales die na antwoord op de zesde meerkeuzevraag steevast melden dat alle medewerkers in gesprek zijn meer ergernis dan nut. Met zulke pseudosaneringen schuift de overheid alleen taken af op de burgers die zodoende nog meer dan vroeger van hun productieve missie worden afgehouden. Zo wentelen overheden hun inefficiëntie af op de privé. Andere Europese overheden slagen er wel in efficiënt te functioneren met 1/3 tot de helft minder ambtenaren. Willen we hun efficiëntie evenaren dan moeten we contraproductieve regels schrappen en de overheid herstructureren volgens actuele beheers- en communicatietechnieken.

Drie overtollige bestuursniveaus

"Kunnen we ons nog zo'n dure overheid, met zoveel bestuurslagen, permitteren?", vraagt Rudi Thomaes van het VBO zich terecht af. Ondanks snelle vooruitgang in beheers- en communicatie-technieken is ons aantal bestuurslagen in één generatie is verdubbeld. Napoleon had geen computers en moest zich voor zijn communicatie behelpen met postduiven en bodes te paard. Toch had hij genoeg aan een nationaal, provinciaal en gemeentelijk bestuursniveau. In ons internettijdperk kregen we er behalve Europa ook Vlaanderen en de intercommunales bovenop; elk met hun vazallen en uitgebreide hofhouding. Waar Vlaanderen en Europa uitblinken in fascistoïde reguleringsdrift, monopoliseren intercommunales vooral onze nutsvoorzieningen en maken onze energie, water, communicatie, huisvesting, bouwgrond en afval 2 tot 3 maal te duur.

Omdat dit schimmige bestuursniveau niet wordt verkozen en zowel aan democratisch controle als electorale sanctie ontsnapt, wordt het veelal misbruikt voor duistere toewijzing van sociale woningen, voorrang in zorgtehuizen, tergende onteigeningen, en veelal ook als beschutte werkplaats voor onfortuinlijke partijvrienden. De schandelijke corruptieschandalen met misbruik van publieke fondsen en kredietkaarten in Luik, Charleroi en Hoei zijn slechts het topje van de ijsberg. Ook in Vlaanderen tiert de corruptie met intercommunale zitpenningen en bestuurszitjes welig. Intercommunales zijn verworden tot een parasitair bestuursniveau en zijn nog vóór de provincies aan de beurt in de sanering van onze structuren.

Nut van regels toetsen aan globale kost

Belangrijker nog dan structurele saneringen is het snoeiwerk in de contraproductieve regels. Onze overregulering is nu ontaard in de kafkaiaanse toestand waarin niemand nog al de rommelwetten en rommeldecreten kan kennen. De totale rechtsonzekerheid die daaruit volgt schept niet alleen het knagend onbehagen van permanente strafbaarheid maar leidt vooral bij ondernemers tot immobilisme. Het is de doodsteek voor het dynamisme.

Wetten moeten een vervaldatum krijgen. Of we moeten met regelmaat hun maatschappelijk nut afwegen tegenover de inzet van middelen voor controle, naleving, handhaving en administratieve overlast. Veel regels kosten handenvol geld maar brengen bitter weinig brood op de plank. Talloze beperkingen van de contractuele vrijheid zoals huur- en pachtwetten keren zich steevast tegen de partij die de wet wilde beschermen. Het zijn eeuwige bronnen van wrevel, van dure geschillen en vertrouwensbreuk tussen partijen.

Maaltijdcheques, dienstencheques, opleidingscheques, cultuurcheques, ecocheques zijn als rantsoeneringsbonnen. Stuk voor stuk bureaucratische gedrochten die de marktwerking verstoren en betaalkosten zwaar verhogen. Talloze vergunningstelsels beperken de concurrentie en ondergraven onze koopkracht. Dure licenties maken onze mobiele gesprekken 3 maal te duur en prijzige vergunningen verhogen de kost van bouwgrond en medicamenten met een factor 3 tot 5.

Maar vooral ons belastingstelsel kan veel eenvoudiger. Zijn wispelturige complexiteit en lange verjaringstermijnen voeden de rechtsonzekerheid en remmen elk initiatief. De veel te complexe sociale wetgeving maakt steun ontoegankelijk voor kansarmen die het echt nodig hebben, verhoogt werkingskosten en zet deuren wijd open voor profitariaat.

Centralistisch Dirigisme

Landbouw, industrie, onderwijs, zorg, lagere besturen, gezondheid-, distributie- en dienstensector, worden allemaal geteisterd door en detaillistische betutteling van bovenaf. Keer op keer verstoort centraal dirigisme de spontane orde of het marktevenwicht. Altijd weer leidt de bureaucratische papierwinkel tot verkwisting van tijd en middelen, verlies aan productiviteit en uiteindelijk geringer maatschappelijk nut.

De grootste schade van al die bureaucratie ligt nog in de opportuniteitskost. Zo zou het leger van 400 ingenieurs dat straks voltijds energieprestatiecertificaten uitreikt een veel nuttiger taak en beter betaalde baan kunnen hebben in onze onderbemande researchafdelingen. Op een vrije markt vinden kopers en huurders zelf wel hun weg naar het voordeligste alternatief, ook zonder gewillige certificaten.

Andere Europese staten functioneren prima met 1/3 minder ambtenaren, regels en overheidsbeslag. Als België ondanks zijn hoogproductieve privésector de middelen ontbeert om de economie uit het slop te halen, of straks zijn ambtenaren en pensioenen te betalen dan is dat omdat onze overmatige overheid decennialang de productieve sector heeft leeggehaald en alle reserves zijn opgesoupeerd aan overbodige bureaucratie. Zij die pleiten voor het in stand houden van parasitaire overheidsstructuren dragen individuele schuld aan de ontwrichting van de samenleving. Meer dirigisme biedt geen oplossing voor onze problemen, overmatig dirigisme is het probleem.

Dit opiniestuk van Martin De Vlieghere en Paul Vreymans verscheen oorspronkelijk in De Tijd. Nadien werd dit ook elders overgenomen.

Meer teksten van deze economen op www.workforall.net.

Geroyeerd ambtenaar, zelfverklaarde klokkenluider en tricolore hardliner Rudy Aernoudt wil Wallonië veroveren met een LDD-achtig vehikel. Een naam heeft hij al, “Libéraux Démocrates” (of de bekbare afkorting “LiDé”). De valse zelfverzekerdheid en misplaatste arrogantie zijn er ook al. Een écht programma komt er niet, wel een nog volledig te bepalen tienpuntenprogramma. In 2009 wil hij met zijn partij reeds deelnemen aan de regionale verkiezingen in het zuidelijke landsgedeelte. De status quo breken en Wallonië uit zijn staatslethargie opwekken, zouden de speerpunten van de immer bescheiden Rudy Aernoudt zijn. De MR ziet deze concurrentie niet graag komen, en ook bij LDD is niet iedereen laaiend enthousiast over het project. Enerzijds wil de MR geen tegenspeler op haar liberale of Belgicistische flanken in Wallonië, maar anderzijds biedt LiDé misschien wel de ultieme kans om het feitelijk kartel PS-CDH na juni te breken en een coalitie van MR, LiDé en ECOLO aan de macht te brengen. Aernoudt windt er zelf ook verder geen doekjes om. Tegen 2011 wil hij immers een volwaardige nationale partij op poten hebben staan. Dit tot groot ongenoegen van LDD dat zo misschien haar niet-flamingante vleugel dreigt te verliezen.

Het experiment zelf ben ik op zich wel genegen. Los van het communautaire verhaal verdient elk persoon, ongeacht mijn persoonlijke aversies en/of sympathieën, die zich de moeite wil troosten om de PS-staat te bekampen in Wallonië en er liberale principes ingang wil doen laten vinden mijn onvoorwaardelijke steun. En zeker op de korte termijn zie ik een meerwaarde in LiDé. Want het gaat niet goed met Wallonië en dat is eigenlijk een understatement. Wallonië kent momenteel een werkloosheidsgraad van 10,6% tegenover 4,5% in Vlaanderen. Vlaanderen kende het afgelopen jaar een daling van het aantal werklozen met 9,9% tegenover 7,2% daling in Wallonië. De kloof blijft met andere woorden verder groeien. En alle parameters tonen aan dat er zeker nog geen kentering in het verschiet ligt. “De Standaard” meldde deze maand dat Vlaanderen een historisch laag aandeel in het totale aantal Belgische faillissementen voor haar rekening neemt, namelijk 45,8%. Het aantal steeg afgelopen jaar in Vlaanderen met 2,5%. In Wallonië met 7,2%. Vlaanderen benadert met een werkgelegenheidsgraad van 66,1% de vooropgestelde Lissabondoelstellingen van de EU die 70% tegen 2010 voorschrijven. Wallonië hinkt met een schamele 57% hopeloos achterop.

Verder kent Wallonië ook veel meer structurele armoede dan Vlaanderen, en dat zelfs ondanks de massale overheidstewerkstelling. In Vlaanderen is één op zeven families een éénoudergezin, in Wallonië loopt dat op tot één op vier. Het valt dan ook niet te verbazen dat cliëntelisme en corruptie hoogtij vieren in Wallonië, net door de alomtegenwoordigheid van deze economisch kwetsbare groep in de Waalse samenleving. De ministeriële kabinetten vormen verder een mooie “case study” om de overheidstewerkstelling aan te kaarten. De kabinetten van de Franse regering stellen 450 mensen te werk voor een bevolking van 60 miljoen zielen. Dat is net evenveel dan zowel de Vlaamse regering (voor 6 miljoen inwoners) als de Brusselse regering (voor 1 miljoen mensen). De Waalse regering heeft amper 3 miljoen burgers onder haar hoede maar heeft in totaal wel bijna 600 cabinettards in dienst. En ook de provincies bieden stof tot nadenken. In Wallonië kost dat niveau volgens “Het Nieuwsblad” elke burger 347 euro, in Vlaanderen slechts 130 euro. Vorige maand publiceerde de Nationale Bank van België dan ook nog eens haar studie over de interregionale transfers. Hun verdict houdt geen rekening met de openbare schuld, maar dat hoeft zelfs niet. Het getal is duidelijk. België zou jaarlijks 5,8 miljard euro van Vlaanderen naar Wallonië versluizen.

Zoals velen onder jullie al weten, ben ik een rechtenalumnus van de “Facultés Universitaires Notre Dame de la Paix” (Namen) en helemaal geen cultuurnationalist. Als liberaal vind ik bloed en grond ondergeschikt aan economische redelijkheid en individuele vrijheid. Ik zal altijd een liberaal België boven een collectivistisch Vlaanderen verkiezen, maar die keuze blijkt vooralsnog puur theoretisch. Men moet immers al ziende blind zijn om te ontkennen dat een onafhankelijk Vlaanderen socio-economisch intelligenter bestuurd zal worden dan België vandaag. En alleen in die eenvoudige vaststelling schuilt mijn Vlaamse reflex. Welk land op mijn paspoort staat, is in mijn ogen immers niet belangrijk voor zolang ik maar gewoon vrij mijn ding mag doen. En ik ben de mening toegedaan dat vele personen op diezelfde golflengte zitten, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Welvarende gebieden houden doorgaans niet krampachtig vast aan abstracte symbolen of voorbijgestreefde structuren als België, een koning of een centrale staat.

Wallonië duurzame welvaart bezorgen, is volgens mij dan ook de snelste weg naar een bespreekbare boedelscheiding. En net het autistische gedrag van Yves Leterme maakt die spontane evolutie naar méér welvaart, méér vrijheid, en uiteindelijk méér Vlaanderen, gewoon onmogelijk. Ik ben het dan ook eens met mijn oud-professor Paul Wynants van de FUNDP die in het jongste nummer van “Libre Cours” komaf maakt met de huidige premier en diens spierballenpolitiek.
Depuis juin 2007, le CD&V est un bateau ivre qui dérive, entraînant la Belgique dans son errance. (…) Il est temps que les chrétiens démocrates flamands se ressaisissent sous peine d’être sanctionnés, en juin 2009, par un électorat lassé de leurs palinodies.
Alleen is Wynants te optimistisch over het stemgedrag van het Vlaamse platteland. Die zitten stevig in de binnenzak van de katholieken en vinden dat hun koorknaap uit Ieper het al bij al nog niet zo slecht doet als ’s lands premier. Leterme zal in juni geen 800,000 voorkeursstemmen meer halen, dat is zeker, maar met 650,000 stemmen achter zijn naam verandert er aan de machtsverhoudingen in wezen toch ook niet zoveel.

Dit opiniestuk verscheen ook bij het Leuvense Liberaal Vlaams Studentenverbond en op de metablog In Flanders Fields.

Meer over de scheefgetrokken Belgische situatie op www.ovv.be.

Het VVB-ledenmagazine “Doorbraak” heeft kennelijk een nieuwe adem gevonden. Na een maandenlange focus op de politieke verlamming van België keerde het VVB-maandblad deze maand terug naar haar socio-economische wortels en stonden opnieuw de cijfermatige verschillen tussen Noord en Zuid centraal. Zoals jullie al wel weten, ben ik maar een koele minnaar van vendelzwaaiende flaminganten, wiens kuren mij vaak doen schamen Vlaming te zijn. Als een eventueel onafhankelijk Vlaanderen in de handen zou komen van dit allegaartje Vlaamse jingoïsten hoeft het voor mij eigenlijk niet. Een links-collectivistisch België inruilen voor een rechts-collectivistisch Vlaanderen is niet meteen de strijd die ik wens te voeren. Voor mij is de Vlaamse ontvoogdingsstrijd in de eerste plaats iets socio-economisch. De controle van het beleid door de burgers en de drang naar diepgaande economische hervormingen primeren bij mij en gelden als de enige twee pijlers waarop een later onafhankelijk Vlaanderen gestoeld zou moeten zijn. Het deed me dan ook plezier om deze maand in “Doorbraak” opnieuw statistieken terug te vinden in plaats van de gebruikelijke diarree van onbenoemd cultuurfascisme of politieke volksverlakkerij.

VOKA publiceerde een aanbeveling dat België tegen 2019 minstens 70,000 ambtenaren minder zou moeten tewerkstellen. Doorbraak voegde daar aan toe dat in Wallonië 40% van de werkenden voor de overheid werken en in Vlaanderen 25%, en dat deze 70,000 overtollige ambtenaren dan ook best in Zuid-België zouden afvloeien. De RVA stelde dat de werkloosheid in Vlaanderen tijdens de eerste zes maanden van 2008 met 7,7% of 11,784 stuks gedaald is (11,8% en 20,395 in gans 2007) en in Wallonië amper met 4,3% of 8,903 stuks (4,4% en 9,543 in gans 2007). Het Marshallplan lijkt dan wel te werken, maar in de praktijk groeit de kloof tussen Noord en Zuid elke maand een beetje meer. Wallonië telt in 2008 nog 196,704 uitkeringsgerechtigden, tegenover 140,486 in Vlaanderen en 69,220 in Brussel. De werkzaamheidsgraad in het vierde kwartaal van 2007 (latere gegevens zijn nog niet voor handen) bedraagt 66,1% in Vlaanderen en amper 57% in Wallonië. De Lissabonagenda van de EU uit 2000 stelt een te beogen werkzaamheidsgraad van 70% voorop.

In juli 2008 kwam ook het Brusselse “Itinera Institute” met cijfers over de brug inzake talenkennis. 59% van de Vlamingen spreekt Engels en 53% Frans, tegenover 19% Nederlandskundigen en 17% Engelssprekenden in Wallonië. Het studiebureau “Graydon” kwam dan weer aandraven met de faillissementscijfers van de eerste helft van 2008. Er gingen 7,8% meer bedrijven over de kop in België dan in de eerste helft van 2007, maar als je weet dat de toename in Vlaanderen slechts 1% bedraagt, weet je ook ineens welk landsdeel hiervoor verantwoordelijk is. Het dagblad “De Tijd” pakte uit met cijfers over de fiscale controles in Vlaanderen en Wallonië. Vlaanderen telt dubbel zoveel btw-verplichtingen dan Wallonië, maar er waren wel driemaal zoveel controles. Vlaanderen telt 1,7x het aantal te behandelen dossiers in de personenbelasting maar controleert wel 2,5x het aantal in Wallonië. De linkse krant “La Dernière Heure” stelde dat er in Wallonië 1 miljoen Vlamingen wonen en dat er in 2007 alleen al bijna 250,000 verhuisd zouden zijn. De rechtse krant “L’Echo” sprak dit echter tegen en stelde dat slechts een 8000tal Vlamingen vorig jaar die keuze maakten, tegenover een 6000tal Franstaligen in de andere richting.

Een artikel van Theo Lansloot, gewezen ambassadeur en een trouwe Nova Civitas’er, over de eerste EGTS (stedenbond binnen de EU over de landsgrenzen heen) Rijsel-Kortrijk-Doornik kon ik minder smaken. Hoewel ik de idee van interstedelijke samenwerking geen kwaad hart toedraag, deel ik de verheerlijkende tonen van Lansloot niet. Het budget bedraagt immers nog geen miljoen euro en de bureaucratie die met dit EGTS gepaard gaat omvat een 40tal voltijdse werknemers. Dit EGTS symboliseert als geen ander wat er mank loopt in onze samenleving. Gelukkig was er ook nog de column van Frans Crols om het opiniërend karakter van het magazine de nodige luister te geven. Crols maakte kipkap van Walter Zinzen zoals maar weinigen dat kunnen prepareren…

Dit commentaarstuk verscheen ook bij het Leuvense Liberaal Vlaams Studentenverbond en op de metablog In Flanders Fields.

Meer teksten van Frans Crols op www.doorbraak.org.

De situatie op zaterdag 9 augustus om 18u06. Daar ik geappliceerd had voor een seminarie van de "New Economic School" in Georgië eind deze maand, volg ik de politieke situatie in Zuid-Ossetië en Abchazië met meer dan gewone interesse en aandacht. Vandaag controleerde ik ook de reisadviespagina van de website van de FOD Buitenlandse Zaken. Het reisadvies is negatief, maar dat verbaasde mij minder dan de manifeste onkunde van het Nederlands op hun website. Wordt met "Belgischen" misschien "Belgen" bedoeld? En met "Belgische" een "Belg" of ook "Belgen"? Is het niet "Ereconsulaat" i.p.v. "Ere Consulaat"? En is het nu "de" of "het" consulaat? Zeer zware gevechten "hebben" uitgebroken en dat op de "8ste of August"... En waarom zou iemand op buitenlandse zaken moeten weten dat de hoofdstad van Georgië eigenlijk Tbilisi heet, en niet "Tiblissi"?

Mijn korte e-mail naar de FOD Buitenlandse Zaken gaat als volgt:
Geachte Heer/Mevrouw,

Gelieve het volgende fragment uit uw reisadvies voor Georgië misschien in het correct Nederlands te vertalen? Ik ga ervan uit dat u ook Nederlandstaligen in dienst hebt op uw ambtenarij om dit soort officiële berichten te publiceren. Of vergis ik mij daarbij?

Met dank, en met hoogachting,


Vincent De Roeck
Antwerpen


Update za 09/08/08 - 20:44




De eerste correcties aan de tekst werden reeds aangebracht, maar het resultaat blijft volgens mij nog steeds onvoldoende. De naam van de hoofdstad blijft verkeerd, net als de datum, het werkwoord "hebben" en de zinconstructies op de eerste twee regels.


Update Ma 11/08/08 - 20:05




Naar mijn voorbeeld stuurde ook mede-LVSV'er Denis Van den Weghe een (iets gewichtere) e-mail naar de FOD Buitenlandse Zaken. Vandaag werden de laatste euvels op de website weggewerkt en kreeg hij deze e-mail toegestuurd. Ikzelf heb tot op heden niets ontvangen.
Geachte meneer Vandenweghe,

Wij waren ons zeer sterk bewust van het probleem tijdens het weekend. U hebt welicht gemerkt dat de tekst door een Franstalige collega was opgesteld. We zullen ervoor zrogen dat er in toekomst een Franstalige én een Nederlandstalige deze adviezen kunnen aanpassen, en geen twee Franstalige collega's, zoals nu het geval was.

Ik hoop dat u onze excuses aanvaardt; wij zijn erg druk in de weer geweest met het localiseren van de Belgen ter plaatse en het begin van hun evacuatie uit Georgië.

Mocht u Belgische familieleden ter plaatse hebben, zou ik u willen vragen ons zo snel mogelijk hun gegevens te mailen.

Met vriendelijke groeten,

XXX (*)
(*) NOOT: de disclaimer van de bewuste e-mail laat mij niet toe om de persoon in kwestie met naam en/of functie te noemen.


Situatie ma 18/08/08 - 16:36


Ik kreeg zonet dan toch eindelijk, negen dagen na de feiten, een antwoord op mijn kritische e-mail van de "Dienst Reisadviezen" van de FOD Buitenlandse Zaken. En in plaats van mij te bedanken voor het signaleren van de taalfouten of zich daarvoor tenminste te verontschuldigen, krijg ik een veeg uit de pan alsof ik de één of andere radicale TAK-flamingant zou zijn, wat ik (nog) niet ben, alhoewel dit voorval mij meer in die richting begint te duwen.
Geachte Heer,

In antwoord op uw mail van zaterdag 9 augustus wens ik u aandacht te vestigen op het feit dat niet alleen het Crisiscentrum maar ook de dienst Reisadviezen (i.e. twee personen verantwoordelijk voor tweetalige informatie over 171 landen) steeds ten dienste staan van de burger, 7 dagen op 7, de klok rond. Het betreft hier een functie waar alleen informatie verstrekt wordt, anders dan de consulaire diensten die bijstand leveren aan mensen in nood.

De taalfouten waarover u zo verbolgen bent, werden gemaakt op een zaterdag in de late namiddag en tevens nog snel verbeterd op diezelfde zaterdag (rond 20u), overigens tijdens de vakantieperiode. Voor het overige was de boodschap – zo lijkt me – wel te begrijpen.

Graag uw aandacht voor deze bedenkingen: de twee personen die deze dienstverlening verzorgen, een Franstalige en Nederlandstalige, nemen nooit tegelijkertijd verlof, teneinde de dienstverlening te garanderen. Ook tijdens de vakantieperiode houden we de website dagelijks bij, om de burger tijdig te informeren. Van een weekendvergoeding is geen sprake, maar dit geheel terzijde.

Om nu dus even te antwoorden op: “Gelieve het volgende fragment uit uw reisadvies voor Georgië misschien in het correct Nederlands te vertalen? Ik ga ervan uit dat u ook Nederlandstaligen in dienst hebt op uw ambtenarij om dit soort officiële berichten te publiceren. Of vergis ik mij daarbij?”

Ja, we hebben Nederlandstaligen in dienst, maar die hebben ook wel eens vakantie. Nee, u vergist zich niet, u laat wel de gelegenheid voorbijgaan om de vraag / commentaar te formuleren met elementaire beleefdheid. Met wat meer eerbied voor de “ambtenarij” en voor de Franstalige collega die ook op een zaterdag het vuur uit haar sloffen rent om iedereen te informeren en te helpen.

Als ik u verder van dienst kan zijn, in het Nederlands uiteraard, dan help ik u graag.

XXX (*)
(*) NOOT: de disclaimer van de bewuste e-mail laat mij opnieuw niet toe om de persoon in kwestie met naam en/of functie te noemen.

Ik kan mij niet herinneren welk ander reisadvies-probleem zich die zaterdag kan hebben voorgedaan. Alles en iedereen was toen bezig met de Russische inval in Georgië. Nergens anders in de wereld moest een advies aangepast worden, dus dat "uit haar sloffen rennen" is waarschijnlijk figuurlijk in plaats van letterlijk bedoeld. Ik kan mij ook niet herinneren oneerbiedig gedaan te hebben over de FOD, tenzij men door het louter gebruik van het woord "ambtenarij" al geshockeerd zou zijn, en dat zegt dan meer iets over hun angst voor de bestaande cliché's dan over mijn e-mail. Daarbij kiest de klant, in casu de burger, nog steeds hoe hij zijn leverancier aanduidt. Als ik toevallig "beenhouwer" zou zeggen tegen mijn slager, of "garçon" tegen mijn ober, is er toch ook geen kat die daarin graten ziet.

Net zo min als hun interne uurroosters en/of verlofregelingen mij interesseren, vind ik het ook van weinig respect voor mij, als burger én belastingbetaler, getuigen dat de persoon in kwestie de afwezigheid van weekendwerkbonussen aanhaalt ter rechtvaardiging van deze abominabele dienstverlening. Zeker op een dienst waarbij elke minuut overwerk in rekening gebracht kan worden voor extra verlofdagen, waarbij het loon naar werken merkelijk hoger ligt dan in vergelijkende privé-bedrijven, en waarbij het de ongeschreven wet is dat iedereen in gebouw EGMONT-1 gaat prikken, ongeacht in welk gebouw hij tewerkgesteld is, en zo doorgaans een dik kwartier per dag extra kan declareren als "werktijd". Deze niet zo frisse praktijken op de FOD Buitenlandse Zaken zijn mij immers bekend.

Ook hun verwijten naar "elementaire beleefdheid" gaan aan mij voorbij. Zoals jullie allemaal hierboven kunnen nakijken, begon mijn e-mail sereen met "Geachte" en eindigde hij met een respectvolle variant op "Hoogachtend". Verder kan ik mij uit de lessen taalkunde van vroeger niet herinneren dat "Gelieve" een onbeleefde manier van vraagstelling was. En oké, er zat wat ironie in de e-mail, maar sinds wanneer is dat een teken van gebrek aan respect? En ja, de e-mail was nogal kort en direct, maar de FOD kan toch moeilijk van mij verwachten ellenlange brieven te schrijven terwijl zij zich er zelf snel-snel met een abominabele computervertaling van af maken en terwijl zij negen dagen wachten alvorens mij van antwoord te dienen.

En tenslotte hoef ik de sneer "uiteraard in het Nederlands" niet te pikken. Ik heb een rechtendiploma behaald in het Frans aan de universiteit van Namen en ben zelfs lid geweest van de Raad van Bestuur van de Rechtsfaculteit daar. Nooit heb ik geklaagd over het Frans op vergaderingen, en zelfs vandaag in Brussel kies ik doorgaans spontaan voor het Frans in mijn omgang met Brusselaars. Maar de FOD Buitenlandse Zaken is hele andere koek. Het minste wat 60% van de bevolking mag verwachten van "haar" centrale overheid is toch wel het gebruik van haar taal in de officiële communicatie.

En dan nog, voor mijn part afficheren ze de boel uitsluitend in het Frans, want in dat geval kan ik het ook begrijpen, maar hun amalgaam van computervertalingen en woordverkrachtingen is gewoon onleesbaar. En als ik in artificiële talen geïnteresseerd zou zijn, dan zal ik wel Esperanto gaan leren, en daar heb ik de FOD niet voor nodig.


Situatie ma 18/08/08 - 18:08


En ook een andere vriend van mij die een soortgelijke kritische e-mail durfde sturen, kreeg vandaag krak hetzelfde antwoord, van identiek dezelfde vrouwelijke medewerkster van de FOD Buitenlandse Zaken.
Geachte Heer,

In antwoord op uw mail van zaterdag 9 augustus wens ik u aandacht te vestigen op het feit dat niet alleen het Crisiscentrum maar ook de dienst Reisadviezen (i.e. twee personen verantwoordelijk voor tweetalige informatie over 171 landen) steeds ten dienste staan van de burger, 7 dagen op 7, de klok rond. Blijkbaar vindt u dat normaal. Het betreft hier een functie waar alleen informatie verstrekt wordt, anders dan de consulaire diensten die bijstand leveren aan mensen in nood.

De taalfouten waarover u zo verbolgen bent, werden gemaakt op een zaterdag, overigens tijdens de vakantieperiode, wanneer mijn collega alleen op kantoor was. Voor het overige was de boodschap – zo lijkt me – wel te begrijpen.

Graag uw aandacht voor de volgende bedenkingen: de twee personen die deze dienstverlening verzorgen, een Franstalige en Nederlandstalige, nemen nooit tegelijkertijd verlof, teneinde de dienstverlening te garanderen. Ook tijdens de vakantieperiode houden we de website dagelijks bij, om de burger tijdig te informeren. Van een weekendvergoeding is geen sprake, maar dit geheel terzijde.

Om nu dus even te antwoorden op uw vraag: "Sorry, maar is dit NEDERLANDS?"

Ja, alleen niet foutloos. De fouten werden zeer snel verbeterd. Verder wil ik u vriendelijk vragen uw commentaren en bevindingen met iets meer tact en eerbied te formuleren. Mijn collega levert een zeer geapprecieerde inspanning wanneer ze zich in het Nederlands uitdrukt en ik doe hetzelfde wanneer ik mij in het Frans uitdruk.

Als ik u verder van dienst kan zijn, in het Nederlands uiteraard, dan help ik u graag.
Duidelijk een geval van copy-paste dus, en opnieuw doet ze de waarheid oneer aan. De initiële e-mail van die vriend van mij was véél langer dan die ene geciteerde zin in deze brief. Hieronder kan u deze nalezen en zelf beslissen of de furieuze e-mail van de FOD gerechtvaardigd is.
Geachte,

Vandaag vond ik de volgende informatie op uw website als reisadvies voor Georgië: "Sinds begin juli 2008, het risico op het uitbreken van een oorlog in deze regio is reëel. De 8ste of august 2008 zeer zware gevechten hebben uitgebroken. In verband met de huidige veiligheidssituatie in Georgië, wordt aan Belgen aangeraden hun reis uit te stellen. Landgenoten die zich in Georgië bevinden worden geadviseerd contact op te nemen met de Belgische Ambassade in Ankara, Turkije, of het Ereconsulaat in Tiblissi. Dienvolgens dient men de actualiteit op te volgen."

Sorry, maar is dit eigenlijk wel Nederlands? Gelieve één van de uithangborden van onze dienst Buitenlandse Zaken geen schande en schaamte aan te doen aub.

Hoogachtend
Dit commentaarstuk verscheen ook op InFlandersFields.eu.

Meer over de toestand in Georgië op www.diplomatie.be/reisadviezen.

In deze blogpost sta ik kort even stil bij een aantal recente ontwikkelingen, zowel persoonlijke als algemeen-maatschappelijke. Vaclav Klaus, de huidige president van Tsjechië en één van mijn laatste idolen in de Europese politiek van vandaag, deed deze week naar verluidt een oproep in het extra crisis-nummer van Knack tot het volgen van Tsjechoslowakije als voorbeeld en het opsplitsen van België. In datzelfde Knack-nummer legt ook Rik Van Cauwelaert de vinger op de wonde: de crisis is niet zozeer institutioneel dan wel economisch van aard. En waarschijnlijk zal libertariër Vaclav Klaus, niet per toeval lid van de prestigieuze Hayekiaanse "Mont Pélérin Society", ook ik de eerste plaats op de economische verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië gewezen hebben, wat eens te meer de herinneringen aan Tsjechië en Slowakije aan het begin van de jaren 1990 oproept. Verder behandel ik mijn recente aanstelling tot redacteur van het LYMEC-magazine "New Libertas" en mijn selectie van meest populaire Britse weblogs.

Het bewuste Knack-interview met de Tsjechische president Vaclav Klaus wordt door de weblog "Angeltjes" als volgt geciteerd:
Vaclav Klaus speelde naast de Slovaak Vladimir Meciar een van de hoofdrollen in de zogenaamde 'fluwelen scheiding' van Tsjechië en Slovakije. In 1992 onderhandelde hij in de Tugendhat Villa in Brno over de scheiding van het land.

(...)

Vaclav Klaus: 'Ik zie de diepe verdeeldheid, als het al geen diepe loopgraven zijn, binnen de Belgische maatschappij. Mijn aanbeveling zou zo luiden: volg vlug ons voorbeeld. Maar ik zou het niet durven, contact op te nemen met Belgische politici over dit onderwerp. Het huidige Belgische drama oplossen is huiswerk.'
Mijn motivatiebrief naar Alexander Plahr, de Duitse ondervoorzitter van LYMEC én verantwoordelijke uitgever van hun kwartaalmagazine "New Libertas", in het kader van het redacteurschap, ging als volgt:
Dear LYMEC office manager,

My name is Vincent Jean De Roeck, affiliated with the Belgian LYMEC member organization LVSV (Liberaal Vlaams Studentenverbond, Liberal Flemish Students Organization), and through this email, I want to express my will to join the redaction of New Libertas magazine.

Next to my functions within the LVSV - for the moment I am serving as national Vice-President and member of the Political and International Offices of the LVSV Leuven chapter - I am a freelance publicist and regular contributor to numerous media in the Netherlands, Belgium and beyond, both online and traditional.

My columns and articles have appeared in the Wall Street Journal, De Standaard, De Burgerkrant, HP/De Tijd and The Daily Telegraph newspapers, in Elsevier, Knack, Trends, National Review, Joods Actueel, Doorbraak, The New American, The Free State, Het Volksbelang, Open and BK magazines, and on Het Vrije Volk, Samizdata, Opinion Journal, The First News, The Brussels Journal, Politics, Politiek Net, De Vrijspreker, Libertarian, Free-Europe, Mises Youth Club and Nova Civitas websites.

Since May 2008 I am also appointed the Editor-in-Chief of the LVSV magazine Blauwdruk (Blueprint) which is a task I am eager to combine with editing New Libertas. My computer and English language skills are sufficient to comply with the function description, and after being present at virtually every main LYMEC event in the last year and a half, ever since the re-activation of LVSV membership, I believe many LYMEC delegates know who I am, where I stand for and what I am capable of doing. This will allow me to stay in touch with the MOs and closely cooperate with their international offices to get as many high-quality opinion pieces and articles as humanly possible collected for New Libertas.

Furthermore, since I am internationally active on many levels and closely follow international politics, I am also willing to provide every issue with an article of my own of course, but this will remain rather some kind of backup in the unlikely event of a shortage of articles delivered by the MOs. It is not my purpose to turn New Libertas in a personal or LVSV publication, and once editor, I will equally safeguard the magazine against others trying to do so.

If you have any remarks or questions, please feel free to contact me. Yours sincerely,

Vincent J. De Roeck, Vice-President LVSV.
Via de weblog van mijn ander politiek idool, Daniel Hannan, een libertarische Euroscepticus die momenteel Tory-Europarlementslid is voor Zuid-Oost-Engeland, kreeg ik vandaag de vraag doorgespeeld naar mijn tien meest populaire Britse weblogs. Het mag u natuurlijk ook niet verbazen dat dit stuk voor stuk politieke weblogs zijn en dat hun bereidheid om mijn eigen Engelse teksten of "hat tips" over te nemen, ook een rol gespeeld heeft in de definitieve selectie.
1. Daniel Hannan MEP -- http://www.hannan.co.uk/
2. Conservative Home -- http://www.conservativehome.com/
3. The Brussels Journal -- http://www.brusselsjournal.com/
4. Samizdata -- http://www.samizdata.net/blog/
5. The Devil's Kitchen -- http://devilskitchen.me.uk/
6. Slugger O'Toole -- http://www.sluggerotoole.com/
7. EU Referendum -- http://eureferendum.blogspot.com/
8. Open Europe -- http://openeuropeblog.blogspot.com/
9. Jean-Paul Floru -- http://www.floru.moonfruit.com/
10. Bruno Waterfield -- http://www.brunowaterfield.co.uk/
Deze commentaren verschenen ook elders op het internet.

Meer over mezelf op mijn nieuwe website www.vincentderoeck.be.

Duly noted

Ik ben al enkele dagen terug in het land. Wegens het onverwachte overlijden van mijn grootmoeder ben ik afgelopen week vervroegd uit de VS moeten terugkomen. Maar zodra de begrafenis volgende week zaterdag achter de rug is, keer ik terug naar de VS om er alsnog de “Freedom University” van de Foundation for Economic Education in New York te volgen. Mijn lezers kunnen hier binnen een tweetal weken dan ook een verslag van dat zomer seminarie verwachten. Wat in deze tekst volgt, zijn enkele persoonlijke bedenkingen bij de recente actualiteit. Het format van deze blogpost is gebaseerd op de "Duly Noted" columns van George Handlery op "The Brussels Journal" die wekelijks ook de actualiteit bespreekt aan de hand van afzonderlijke analytische puntjes zonder homogeneïteit van de besproken onderwerpen na te streven.

1. Laat ik beginnen met enkele reistips: boek geen georganiseerde rondreizen met Kuoni, of hun lokale subsidiary “Allied T Pro”, neem geen reisverzekeringen via Dexia Assistance, of hun onderaannemer “Mondial Assistance”, en vermijd vluchten met Northwest Airlines. De eerste zijn de duurste groepsreizen op de markt, maar bieden geen waar voor hun geld. De service van de tweede is beneden alle peil. Uiteindelijk moesten wij in de VS onze terugreis op het laatste moment zelf regelen omdat ze er bij Dexia op 24 uur tijd niet in slaagde om voor ons vluchten te vinden en we anders dagenlang in de VS hadden moeten wachten, en dat terwijl mijn grootmoeder aan het sterven was… Nu maar hopen dat de verzekering wel bereid is om de door ons gemaakte repatriëringskosten terug te betalen! Onze vlucht met NWA was abominabel, maar we waren blij om op tijd naar huis te kunnen terugvliegen. Het vliegtuig, een Boeing 757, was niet voorzien voor de lange afstand, de cabinecrew was integraal Aziatisch, de service abominabel en het comfort allesbehalve voldoende, om van de irritante en luidruchtige Nederlanders aan boord (het was de vlucht Newark-Schiphol) nog maar te zwijgen, maar aan dat laatste kon NWA natuurlijk maar weinig doen…

2. De overname van Anheuser-Busch door Inbev is een feit. En hoewel “The Economist” deze week onverbloemd sprak over een “hostile takeover” werd dat aan de andere kant van de Atlantische Oceaan niet per definitie als dusdanig ervaren. Natuurlijk zijn er Amerikanen die de overname van hun “national treasure” Budweiser door een buitenlands consortium niet appreciëren en natuurlijk roeren ook tal van Amerikaanse politici zich in deze zaak, maar ik kon ter plaatse toch ook tal van andere geluiden horen, en niet enkel onder de stamgasten van het “Belga Café” in Washington D.C. Amerikanen geloven doorgaans meer in de meerwaarde van globalisering dan Europeanen, grotendeels natuurlijk omdat het vooral Amerikaanse multinationals zijn die daar aanvankelijk de vruchten van konden plukken, en zij beschouwen deze overname dan ook als aanvaardbaar en “part of the game”. Net zoals Toyota de grootste autobouwer van de VS geworden is ten koste van de parel aan hun MoTown-kroon General Motors, zal Inbev nu de grootste lokale brouwer worden, en zolang Inbev de productie van Budweiser in de VS houdt, zal er naar deze overname geen Amerikaanse haan meer kraaien.

3. In de Verenigde Staten viel het mij trouwens ook op deze keer dat niemand België niet kent. Vroeger bestond het mopje dat “Belgium”, als men dat land in de VS al kende, in de ogen van velen gewoon de hoofdstad was van “Brussels”, maar tegenwoordig behoort de waarheid daarachter toch ook tot de internationale folklore. Het gros van de Amerikanen kon een aantal Belgische steden opnoemen, waaronder natuurlijk het onvermijdelijke Bastogne, en had zelfs weet van de interne taalproblemen binnen België. Ook werd in de Amerikaanse pers buitenproportioneel veel aandacht besteed aan Yves Leterme die zijn ontslag aan de koning aangeboden heeft. Waarschijnlijk hangt dit samen met de aandacht voor België rond de overname van Anheuser-Busch door Inbev of is dit nog het gevolg van de politieke crisis in Belgenland van afgelopen jaar die ook breed in de internationale pers uitgesmeerd werd, maar toch: België is geen onbekende lap grond tussen Frankrijk en Duitsland meer, maar een heus land. En "Belgian beer” is zelfs een merknaam! Een anecdote: In een sportbar in Philadelphia maakte de barman zelfs reclame voor “Belgian beer” tot ik hem zei dat ik zelf Belg was en benieuwd was naar dat “Belgisch” bier, en hij zich verontschuldigde: “it’s not real Belgian beer, it’s Belgian-style beer…” Het “Belgische stijl” bier bleek “Blue Moon” te zijn, een Hoegaarden-achtig sapje dat geserveerd wordt met een schijfje sinaasappel! Niet meteen correct dus, maar soit, onze naambekendheid is er ;-)

4. Het enige voordeel aan terug thuis zijn, is dat ik “onze” nationale feestdag in eigen land kan vieren. Nu zullen de feestelijkheden waarschijnlijk maar klein bier zijn in vergelijking met de “Fourth of July” in Washington, maar kom. En als België toch uit mekaar zou spatten de komende dagen, dan ben ik tenminste nog in het land om snel een Vlaamse reispas af te halen, om Krakozia-toestanden zoals in de film “The Terminal” te vermijden. Het ontslag van dramaqueen Yves Leterme mag dan al wel een typische Tsjevenstreek zijn: wel alle show aan de dag leggen maar via de geijkte kanalen de koning wel overhalen om het ontslag niet te aanvaarden (ik dacht dat de koning gewoon moest doen wat de regering en het parlement hem vroegen, en geen eigen beslissingen nemen…) en zo tijd te kopen. De aanstelling van drie Franstalige bemiddelaars is een slimme zet, daar niet van, maar nieuwe verkiezingen had ik ook wel geapprecieerd, zelfs al betekenen die waarschijnlijk de decimering van mijn partij, de VLD, ten voordele van de Lijst Dedecker. De terugkeer van Guy Verhofstadt, zoals gevraagd door de VLD, vind ik een typische Belgische oplossing, maar ik sluit ze evenwel niet uit. Het veto voor Didier Reynders vind ik misplaatst voor een partij die met een opbodpolitiek het land al een jaarlang gijzelt.

5. Maar begrijp me niet verkeerd alstublieft! Ik ben geen Belgicist, maar ook geen flamingant. Mij kan het niet schelen welke lap grond er op mijn paspoort staat of welke clown ik als staatshoofd moet beschouwen, of welk veredeld schepencollege “mijn” parlement zou zijn. Ik neig eerder naar Vlaanderen omdat het een kleinere beter vatbare territoriale eenheid is waarbinnen mijn stem (ietsiepietsie) minder verloren zal gaan dan in België, maar meer ook niet. Minderheden kunnen gepaaid worden met taalrechten, cfr. Quebec, maar onderdrukte meerderheden hebben wel degelijk nood aan eigen economische hefbomen. Vandaar begrijp ik ook het Stockholm-syndroom van onze Vlaamse politici en middenveldorganisaties niet. Ze worden al decennialang gegijzeld door de Franstaligen, en ondanks dat, zijn ze stuk voor stuk verliefd geworden op hun gijzelnemers en lijden ze aan verlatingsangst. En zolang deze psychopathologische aandoening van Vlaanderen niet genezen is, vrees ik het ergste voor een onafhankelijk Vlaanderen: kleinzerig, kleinburgerlijk en middelmatig. Met een gezond Vlaams zelfvertrouwen zou ik kunnen instemmen, maar niet met het tot deugd verheffen van de eigen dwergmentaliteit. Als dat Vlaanderen is, sorry hoor, maar dan hoeft het voor mij niet en zing ik het liever nog enkele jaren in apenland België uit.

6. Mijn engagement binnen de Europese Liberale Jongerenkoepel (LYMEC) begint ook meer vorm te krijgen. Afgelopen week werd duidelijk dat ik vanaf september de redactie van hun ledenblad “New Libertas” op mij zal gaan nemen. Ik hoop ook via dat medium een doorgedreven liberaal-libertarische stem te kunnen laten weerklinken, die hopelijk de “battle of ideas” binnen de Europese liberale politiek opnieuw kan aanwakkeren, of daar een aanzet toe kan geven. Via LYMEC kreeg ik afgelopen week ook minder goed nieuws te horen: het liberale Europarlementslid Bronislaw Geremek kwam te overlijden. Deze universiteitsprofessor en rechterhand van Lech Walesa heeft zijn wortels in de Solidarnosc-beweging en geldt als één van de architecten van de Poolse onafhankelijkheid van de Sovjets en de vrijemarkthervormingen die daarop volgden. Niet enkel als minister en diplomaat, maar ook later als MEP, blonk hij uit in dossierkennis en een authentiek engagement. Hij stond mee aan de wieg van de EU-uitbreidingen naar het Oosten en was de laatste jaren één van de grootste tegenstanders van de politiek van de Kaczynski’s die, in tegenstelling tot Bronislaw Geremek, niets moesten weten van “national reconciliation” en een echte heksenjacht op gewezen communisten organiseerden in Polen.

7. Mijn voorlaatste avond in de Verenigde Staten bracht ik trouwens wel in aangenaam gezelschap door. In een restaurant aan Dupont Circle in Washington D.C. hield de “Republican Liberty Caucus”, de libertarische lobby binnen de GOP, een avondconferentie met speeches van Dick Heller, Aaron Biterman en Amit Singh ter ere van de oprichting van een lokale RLC-afdeling in Washington D.C. Via mijn kennissen ter plaatse had ik weet van deze conferentie en ofschoon het geheel in amateurisme baadde, gaf het enthousiasme van de aanwezigen, opnieuw hoofdzakelijk jongeren die door Ron Pauls presidentscampagne politiek geïnteresseerd werden, de RLC-bonzen kennelijk vertrouwen in de toekomst. Natuurlijk zijn deze RLC-activisten niet meteen de Congresleden van morgen, maar toch kunnen zij op termijn een reële invloed uitoefenen op de politici. Via een vriend op het kantoor van GOP-senator Arlen Specter van Pennsylvania kreeg ik diezelfde dag trouwens ook een privé-tour door het Capitool en zelfs de kabinetsmedewerker die mij gidste, had weet van de libertarische clubs in D.C. en vertrouwde mij toe dat ook zijn baas Arlen Specter, nochtans geen libertarische conservatief, sympathie begon te hebben voor Ron Paul en (het jeugdige enthousiasme van) de libertarische beweging. Het tij kan dus wel degelijk keren!

8. De laatste dagen staat de Europese Unie opnieuw in het middelpunt van de belangstelling, althans toch in de Engelse en internationale pers, want onze vaderlandse media blinken andermaal uit in een chronische desinteresse voor alles wat er in Brussels D.C. misgaat. Niet enkel keurden Spanje en Vlaanderen het Verdrag van Lissabon zonder enig debat goed, zonder ook maar een minimum aan inlevingsvermogen in de uitkomst van het Ierse referendum aan de dag te leggen, maar ook de Polen gingen overstag. De Eurosceptische president Kaczynski weigerde immers om het geratificeerde verdrag te ondertekenen, net zoals zijn Tsjechische tegenhanger Klaus, maar na een privé-onderhoud met Nicolas Sarkozy en diens belofte om (nog) meer EU-geld in Polen te injecteren, draaide Kaczynski zijn kazak. En ook tegenover Tsjechië is Sarkozy, de moderne Napoleon, bezig met een charmeoffensief om de Eurosceptische meerderheidspartij Obcanska achter Lissabon te krijgen. Ook Tsjechië, dat vorige week trouwens definitief groen licht gaf aan de VS voor de bouw van radarinstallaties, zal waarschijnlijk door Sarkozy met ons belastinggeld afgekocht worden. In Vlaanderen bewees Lijst Dedecker geen haar beter te zijn dan de andere Eurofiele partijen: enkel het Vlaams Belang stemde tegen het Verdrag van Lissabon!

9. De Raad van Europa hield hoorzittingen over het recht op privacy in de internetsfeer en mijn voormalige Naamse rechtenprofessor Yves Poullet, momenteel de directeur van het “Centre de Recherche Informatique et Droit” (CRID), was één van de sprekers van dienst, aldus het universitaire magazine “Libre Cours”. Professor Poullet is geen tegenstander van “profilage”, het verzamelen en bewaren van relevante data van internetgebruikers door o.a. zoekrobotten in het kader van gerichte reclame e.a., maar wil wel duidelijke regels over wat mogelijk is, wie deze informatie kan inkijken en waarvoor deze allemaal gebruikt kan worden. Hij hekelde o.a. een recent voorval in Frankrijk waarbij een persoon informatie vroeg aan een vastgoedmakelaar omtrent een te koop aangeboden pand en deze dit weigerde op grond van internetdata waaruit bleek dat de persoon die de informatie vroeg waarschijnlijk financieel niet in staat geweest zou zijn het pand ook effectief aan te kopen. Achteraf bleek hij wel over de fondsen te beschikken. Poullet vreest het begin van een “slippery slope” waarbij tal van diensten op termijn aan bepaalde personen geweigerd zullen worden op basis van hun internetdata, met alle nefaste gevolgen van dien. Poullet vreest ook het primaat van collectieve benaderingen boven een individuele approach als gevolg van deze internetprofilering. Tal van landen hebben wel eigen wetgevingen, maar de loopholes schijnen enkel via een globale aanpak het hoofd geboden kunnen worden.

10. De Europese Unie keurde niet enkel een rapport goed dat haar interne reglement grondig wijzigde en de vorming van fracties nog verder bemoeilijkte, maar op termijn zouden ook de voordelen die aan fracties toegekend worden drastisch vergroot worden. De beweegreden achter deze wijziging is het onmogelijk maken voor (Britse) Eurosceptici om voortaan nog eigen fracties te vormen. Een aanzienlijk deel van de MEPs droomt trouwens ook al stiekem van publieke financiering van politieke partijen via de fracties, opnieuw om het Eurosceptische partijen moeilijker te maken. In dezelfde periode pakte de Nederlandse krant “De Telegraaf” uit met twee verschillende berichten over de EU-financiën: eventuele overschotten op de begroting worden niet teruggestort naar de lidstaten of teruggeschonken aan de belastingbetalers, maar intern opgebruikt, ook al bestond er intern geen enkele noodzaak om extra uitgaven te doen, en de controle op de rijkelijke EU-giften aan ontwikkelingslanden is onbestaande. Dit laatste werd bewezen toen Paul Van Buitenen in het Europarlement aantoonde dat de Palestijnse Autoriteit EU-middelen doorgesluisd had naar Arabische terreurgroepen, en geen enkele bevoegde Eurocraat daar kennelijk weet van had. Als alle EU-middelen op eenzelfde controleloze wijze gealloceerd worden, is het einde echt wel zoek… Daarboven wordt het rijtje EU-leiders die onomwonden beweren dat Lissabon, en de extra EU-budgetten, gewoon doorgevoerd moet worden, met de dag groter. Sarkozy was vorige week nog duidelijker: Ierland moet maar een tweede referendum houden.

11. Philippe Van den Abeele wijdde een artikel aan de Oostkantons en noemde hen “verwend” omdat zij minder dan 1% van de Belgen uitmaken, maar wel beschikken over alle instrumenten om hun eigenheid te bewaren en hun eigen politieke richting te bepalen. Ik begrijp zijn kritiek niet, zeker niet in dezelfde week als Daniel Hannan in “The Daily Telegraph” en “The First Post” een aantal columns schreef over lokalisme, grotendeels gebaseerd op zijn eerdere artikelenreeks “The Localist Papers”. Ik ken de mening van Hannan niet over de Oostkantons maar als ik hun toestand bekijk in het licht van zijn teksten, is er geen vuiltje aan de lucht. Ik ben geen democraat: de meerderheid heeft in mijn ogen geen enkele zeggenschap over de minderheid. Een minderheid, hoe groot of hoe klein ook, moet beschermd worden tegen de beslissingen van de meerderheid. Echte vrijheid erkent het individu als vrij wezen, en niet als onderdeel van een groep. Lokalisme is de staatsvorm die daar het dichtste toe neigt. Elk individu zijn eigen staat, is utopisch, maar een gedecentraliseerde “minimal state” is een realistische tegemoetkoming daaraan. Vandaar snap ik Van den Abeeles artikel niet. De echte vraag is immers niet “waarom beschikken de Oostkantons over al die rechten?” maar “waarom beschikken de Antwerpenaren, de Gentenaren, de Leuvenaren, de Brusselaars, de Hasselaars, de Bruggelingen, … niet over dezelfde prerogatieven?” Democratie zal lokalistisch zijn, of ze zal niet zijn!

12. Paul Beliën overtrof zichzelf weer in samenzweringsdenken en complottheorieën op “The Brussels Journal”. Volgens hem was Leterme-I maar voor één enkele reden in elkaar gebokst en dat was om het Verdrag van Lissabon te kunnen ratificeren: één van de weinige daden die Verhofstadts regering van lopende zaken niet kon stellen. Nu wil ik Beliëns schrijfsels niet allemaal over dezelfde kam scheren, want het gros ervan zijn pareltjes, vooral dan zijn regelmatige columns in “The Washington Times”, maar zijn laatste artikel getuigt van weinig realiteitszin. Verhofstadts interimregering kon dat verdrag immers evengoed ratificeren, dus was er geen nood aan een Leterme-I. Maar dit laatste artikel van Beliën heeft bij mij ook nog een andere betekenis: het symboliseert de “achteruitgang” van “The Brussels Journal” - als ik over Vlaanderens meest gelezen internationale weblog in die termen mag spreken natuurlijk. Ik ben nog steeds een dagelijkse lezer van TBJ en geniet nog steeds van de “rechtse” artikels of citaten daar, maar als ik de inhoud én de kwaliteit van vandaag vergelijk met die van enkele jaren geleden toen ik voor de allereerste keer met TBJ kennismaakte, kom ik tot de constatatie dat TBJ aan het achteruitgaan is. Vroeger had je tenminste een evenwicht tussen economisch libertarische stukjes, Eurosceptische artikels, ethisch conservatieve tribunes en islamkritische teksten, en had de gemiddelde schrijver een volwaardige biografiepagina om u tegen te zeggen. Vandaag komen de teksten van nobele onbekenden en heeft de islamfobie de economische libertarische teksten verdreven. Misschien is “achteruitgang” evenwel een verkeerd woord en zou ik beter over “versch(r)aling” spreken, maar dat er iets veranderd is bij "The Brussels Journal" kan niemand die de "Voice of Conservatism" blog al enige tijd volgt ontgaan zijn, of zie ik dat verkeerd?

Deze losse commentaren verschenen ook bij het Leuvense Liberaal Vlaams Studentenverbond en de metablog In Flanders Fields.

Meer "duly noted" commentaren op www.georgehandlery.com.

Another wet Belgian summer, another government crisis. Bad weather and political disarray appear to be inseparable in the small, flat country that hosts the headquarters of the European Union and NATO. Black clouds were hanging over the coalition government of Yves Leterme, Belgium’s prime minister, long before he tendered his resignation to King Albert II on Monday night. Now the clouds have burst, exposing Mr Leterme’s inability to broker a deal on the complex disputes between Dutch and French speakers that lie at the heart of Belgium’s woes. Mr Leterme’s short-term political future is, however, a different question from whether this week’s storm will turn into a cyclone that sweeps away Belgium as a state. With every crisis Belgium appears to edge a little closer to the precipice, without ever falling off.

Would it matter if it did? The boundaries of Europe’s nation states are hardly immutable. Over the past century they have changed more, and more often, than is sometimes recognised. Germany in its present form did not exist until 1990. Poland was not a state 100 years ago and its border today lies far to the west of where it was between 1918 and 1939. Czechoslovakia, the Soviet Union and Yugoslavia have disappeared. Since the Berlin wall came down in 1989, a rash of micro-states has broken out across Europe, the latest being Kosovo, which declared independence in February. From Scotland to Spain’s Basque country, from the Bosnian Serb sub-state of Republika Srpska to the breakaway region of Transdniestria in Moldova, dreams of independence in small, often ethnically based political units refuse to die.

In Belgium’s case, some say that its membership of Nato, the EU and the 15-nation eurozone, plus a political culture on both sides of the language divide that abhors violence, guarantee that the country’s break-up could be managed peacefully and without a descent into economic instability. But, at least as far as the economy is concerned, this view may be a touch too sanguine. Consider Belgium’s public debt, which amounts to 85 per cent of gross domestic product. Padhraic Garvey, the head of investment-grade debt strategy at ING, the Dutch financial group, says: “If Belgium were to split, there would be a huge debate about who owns the debt, with associated risks for coupon and redemption payments.”

The difference in yield between Belgium’s 10-year government bonds and those of Germany, although small, has tripled over the past 12 months, a period of exceptional political turmoil. The latest bout of uncertainty will not appeal to foreign investors, who play a massive role in Belgium’s highly open economy, with US, French and other companies accounting for more than 10 per cent of total employment. Meanwhile, sensitive and high-profile appointments in Belgium’s state administration and business world may be delayed or gummed up. With Mr Leterme’s government adrift, it may be harder to find a replacement for Didier Bellens, chief executive of Belgacom, the country’s dominant telecommunications company. The state has a 50 per cent shareholding in Belgacom and business people say Mr Leterme’s government wanted a fresh face in charge.

Such complications are trifling, however, in comparison with the task of solving “the Brussels question” if Belgium’s political classes really decided to abolish their 177-year-old state. Brussels, Belgium’s capital and the home of the EU’s most important institutions, is a mainly French-speaking island in the Dutch-speaking sea of Flanders, which forms the northern half of Belgium. Apart from Wallonia, the French-speaking south, there is also a tiny German-speaking enclave in the east. If Belgium, a federal state that has become increasingly decentralised since 1970, were to be dissolved, Brussels would be the prize asset. That is why francophone militants want to unite it with Wallonia and why Flemish nationalists are equally adamant that they will allow no such step. To detach Brussels from both Flanders and Wallonia and declare it some sort of free-standing EU entity is a proposal that appeals to neither French nor Dutch speakers.

The enormous difficulty of defining the status of Brussels in a world without a Belgian state touches on other quarrels that divide the country’s politicians. Behind the turmoil in Mr Leterme’s government lies a dispute over an electoral district called Brussels-Halle-Vilvoorde (BHV). Uniquely in Belgium, this district allows French-speakers in the mainly Flemish Halle-Vilvoorde to vote for francophone candidates outside their home area. Elsewhere in Belgium, Dutch speakers must vote for Flemish parties and francophones for Walloon parties. Flemish politicians want to end the BHV anomaly; francophone politicians want to keep it. Mr Leterme could not break the deadlock and handed his resignation to his king. “It’s outrageous to let the coalition collapse over something as futile as splitting a voting district,” sighs Mark Eyskens, a former prime minister.

The BHV dispute testifies to the risks, in a multilingual country, of an electoral system in which politicians have no incentive to seek support from voters outside their own linguistic community. Imagine English-speaking and Spanish-speaking politicians in the US crafting their respective messages exclusively to anglophones and Hispanics, for an idea of the pickle Belgium has got itself into. At the same time, there are longer-term explanations for the divisions in Belgian political and civic life. Flanders has steadily pulled away from Wallonia in prosperity over the past 50 years and the Flemish resent paying taxes to subsidise the poorer south. “The money has not helped the Walloons but turned them into welfare addicts,” declared a recent editorial in The Flemish Republic, a newsletter that supports secession.

Such opinions are hotly contested in Wallonia but economists say there is more than a grain of truth to the argument that the south is more favourable than Flanders to government intervention in the economy. Such differences of political philosophy compound the problems created by Belgium’s geographical and linguistic divisions, its electoral system and the extreme decentralisation of the state. The pressure for a formal split comes largely from Flanders, where some polls suggest that slightly more than half the population support independence. However, some Walloon political activists favour the union of their region with France - in spite of a not entirely happy experience of French annexation and rule between 1795 and 1815. Three years ago, Mr Eyskens told a conference in London: “Belgium is a wonderful country and, if it were not to exist, it should be invented.” Friends of Belgium agree with the first part of that statement. As for the second, one answer might be: Yes - but perhaps not in its present form.

Dit opiniestuk verscheen ook in The Financial Times.

Meer over deze problematiek op www.tonybarber.co.uk.

Time to dissolve Belgium?

Belgium gave the world Magritte, Tintin and frites. Despite these undoubted contributions, there are new questions about its future viability as a state after the prime minister tendered his resignation on Monday evening, sparking a political crisis. "Over and out," was the headline in the Flemish-language daily "De Morgen". Is it time to break up the country? Prime Minister Yves Leterme, who only took office in March, submitted his resignation after failing to push through measures to devolve more power to the regions. His offer must be accepted by King Albert before it takes effect.

If Mr Leterme sounds impatient, consider this: he accepted the top job only after nine months of political deadlock between French- and Dutch-speaking parties, and had set a July 15th deadline for them to agree on changes in their power-sharing arrangements. Many Belgians have told pollsters they expect their country will break up, and The Economist has supported this line. As the paper argued last fall: "Rancour is ever-present and the country has become a freak of nature, a state in which power is so devolved that government is an abhorrent vacuum. In short, Belgium has served its purpose. A praline divorce is in order."

As for Brussels, it could conceivably perk along as the bureaucratic capital of Europe for many years, bouyed by the expense accounts of Eurocrats and lobbyists. Despite the current crisis over the Lisbon treaty, the death of Belgium looks more likely in the near-term than the death of the EU.

Dit artikel verscheen ook in The Economist.

Meer artikels over België op www.certain-ideas-of-europe.com.

Lessen voor Vlaanderen uit de Nieuwe Wereld

Terwijl in België de magische datum van 15 juli in het verschiet ligt, wordt de politiek aan de andere kant van de Atlantische Oceaan door totaal andere zaken gedomineerd. Of België deze week ophoudt te bestaan, geloof ik niet, maar moest dat wel het geval zijn, zou het nieuws hier alvast als een donderslag bij heldere hemel inslaan want geen enkele nieuwsbron hier zit kennelijk op dat thema. Het valt me wel op dat meer en meer Noord-Amerikanen weet hebben van de interne verschillen binnen België, maar dat de kans op een boedelscheiding reëel zou zijn, weet men hier niet. Het wordt hier ook in alle toonaarden verzwegen. Afgelopen week reisde ik langs een aantal steden in het noordoosten van de VS en het zuidoosten van Canada, en wat ik daar allemaal gezien of gehoord heb, plaatst de heisa in Belgenland over de staatshervorming wel in een zeker relativerend perspectief.

Terwijl een legioen Evangelische Christenen protesteerde tegen abortus op de trappen van het Amerikaanse Hooggerechtshof in Washington D.C., massa’s holebi’s een spontane jamboree hielden op Faneuil Plaza in Boston om hun vraag naar gelijke rechten te ondersteunen en een groot aantal ouders van vermiste kinderen posities innamen voor het federale Canadese parlement in Ottawa om zo méér overheidssteun in de strijd tegen kidnapping en pedofilie te eisen, lijkt België meer met zichzelf bezig te zijn, dan met de wereld daarbuiten. En als we de problemen en ontwikkelingen in de andere landen in beschouwing nemen, lijken de interne culturele problemen van België onooglijk en banaal. Zelfs in Quebec of Vermont, de twee gebieden in Noord-Amerika met de sterkste bewegingen voor lokale autonomie, leeft de Vlaamse zaak nergens.

Op de televisie hier staat alles in het teken van de opkomende Amerikaanse verkiezingen van november. De volgende vragen bijvoorbeeld domineren hier het debat. Wie zal McCains runningmate worden? En die van Obama? Zal Ralph Nader echt tot het einde meedoen of zich uit de race terugtrekken en andere third party candidates steunen? Hoe zal Clinton haar enorme campagneschulden weten af te lossen? Zullen de 50$-teeshirts volstaan of zal ze geld van Obama moeten aannemen? Wat bedoelde McCains belangrijkste economische adviseur Phil Gramm met zijn beschuldigingen aan het adres van het Amerikaanse volk dat ze een “nation of whiners” geworden waren? En hoelang zal McCain zich nog kunnen blijven distantiëren van bepaalde radicale uitspraken van senator Lindsay Graham, zijn campagnedirecteur? Idem voor Obama en de beschuldigingen van “blank gedrag” door dominee Jesse Jackson. Waarom wil McCain niet spreken over zijn stemgedrag inzake Viagra? En waarom wil Karl Rove niet getuigen? Ook de CD van Carla Bruni is hier “hot” en, natuurlijk, de heisa rond de Iraanse rakettenproeven.

De politieke weerslag van de beslissingen van George W. Bush en Condoleezza Rice om de openings- en slotceremonie van de Olympische Spelen in Beijing bij te wonen, is een ander punt van discussie aan deze kant van de Pond. Bush en Rice zijn van mening dat de Olympische Spelen louter als sportmanifestatie beschouwd moeten worden en geen middel voor politieke druk mogen zijn. Wel engageren zij zich ertoe om de mensenrechten- en andere problemen in China via andere kanalen op een ander moment aan te kaarten, maar een échte concrete belofte kwam er evenwel niet. In tegenstelling tot Bush en Ruce ben ik wel vóór een boycot van de Spelen, en dat voor twee redenen: ik weiger een Maoïstisch regime, ook al zijn er kapitalistische accenten te detecteren, te legitimeren en ik weiger Palestina als gelijkwaardig land binnen de wereldgemeenschap te aanvaarden, wat het gevolg van deelname aan de OS is daar zij voor de allereerste keer aan de Spelen zullen deelnemen.

Op donderdagavond 10 juni 2008 was ik andermaal te gast op een feestje van libertariërs in de omgeving van Washington D.C., meer bepaald in Falls Church, Virginia, waar iedereen stiekem hoopte op de overwinning van “Ron Paul Republican” Amit Singh in de primaries van de GOP voor de Congreszetel van Virginia (achtste district), maar naarmate de avond vorderde, bleek het een maat voor niets. Singh’s sociaal-conservatieve tegenkandidaat Mark Ellmore haalde de Republikeinse nominatie voor die congreszetel binnen met 56% tegen 44%. Singh kon niet opboksen tegen het budget van Ellmore of tegen diens campagne-ervaring uit de laatste congresraces. Het resultaat van Singh was evenwel beter dan verwacht, dus kon het feestje toch gewoon in alle euforie doorgaan. Volgens “Reason Magazine” dingen er momenteel nog 41 “Ron Paul Republicans” naar nominaties van de GOP in evenveel congresdistricten, vaak in districten waar de Democraten al van oudsher de plak zwaaien en de GOP al in jaren geen kandidaten meer genomineerd heeft. Naar verluidt zou de GOP de enthousiaste, veelal jonge, “Ron Paul Republicans” naar waarde schatten, en zeker dus in die districten zonder échte GOP-activiteit. Misschien kunnen zij de nalatenschap van Ron Paul bewaren en opnieuw ingang doen vinden in de Republikeinse Partij. Amit Singh bewees dat zoiets wel degelijk mogelijk kan zijn.

Een ander interessant geluid uit de Amerikaanse politiek is de mogelijke independent run van Jesse Ventura voor de senaatszetel van Minnesota in november. Ventura is een échte maverick met een ongeziene staat van dienst voor een third party candidate: na een succesvolle worstelcarrière werd hij in 1998 als onafhankelijke (op het ticket van de Reform Party van Ross Perot) tot gouverneur van Minnesota verkozen. Ventura is recht-door-zee en hervormingsgezind. Hij wil absolute budgetneutraliteit verdedigen in Washington, volledige openheid inzake overheidsprogramma’s invoeren, inclusief die van het departement Homeland Security, de belastingen en het overheidsbeslag verminderen, de rechten van de deelstaten versterken, de schuldafbouw prioritair maken, de invloed van de Federal Reserve in de economie aan banden leggen, de kloof tussen de politiek en de burger dichten, en het consensusmodel in Washington doorbreken. Een aantal libertariërs zouden Ventura ook aan het pushen zijn om mee te dingen voor het senaatsticket van de Libertarian Party in Minnesota. En zo zou Jesse Ventura misschien wel een tweede Bob Barr kunnen worden.

Tenslotte wil ik nog even terugkomen op de situatie in België en de naderende doemsdag van 15 juli. Vorige week reisde ik met de auto door de Canadese provincie Quebec en nam ik in Quebec City o.a. deel aan de feestelijkheden ter ere van de 400ste verjaardag van de stichting van die Franssprekende stad. Wat ik in de Quebec-provincie gezien heb, tart gewoon elke verbeelding: nog nooit heb ik zo’n etnisch en cultureel homogeen gebied bezocht als Quebec. Meer dan 95% van de inwoners geven aan dat hun eerste taal het Frans is en bijna een even groot aandeel van de lokale bevolking stelt het belang van Quebec boven dat van Canada, en voelt zich in de eerste plaats Quebecois, en pas in ondergeschikte orde Canadees.

Maar in tegenstelling tot Vlaanderen waar Frans nergens nog afdoende onderwezen wordt of waar Franse media compleet genegeerd worden, spreekt elke Quebecois ook Engels en kijken de Quebecois in grote getalen eveneens naar Engelstalige media. Enerzijds wappert overal de blauwgele leliekruisvlag van Quebec en domineert de culturele homogeneïteit van Quebec het straatbeeld, maar anderzijds heb ik nog nergens een opener en intelligenter volk ontmoet dan daar. En ondanks dit alles en ondanks de tolerantie van de Quebecse eigenheid door de federale Canadese staat, zijn de échte separatisten hier op de vingers van één hand te tellen. Misschien moet ook België niet gesplitst worden om de Vlaamse eigenheid te beschermen? Een gezonde portie zelfvertrouwen, kwalitatief tweetalig onderwijs en een open blik op de wereld kunnen wel degelijk volstaan, net zoals in Canada.

Dit opiniestuk verscheen ook op de metablog In Flanders Fields en bij het Leuvense Liberaal Vlaams Studentenverbond.

Meer over het Quebecse souvereinisme op www.quebec-libre.net.

Met de magische datum van 15 juli in het achterhoofd en het latente gebrek aan goodwill bij de Franstaligen om tot een onderhandelde oplossing voor de kieskring BHV te komen, lijkt België in een nieuwe politieke impasse te belanden. De kans dat het in oktober opnieuw federale verkiezingen zijn, wordt met de dag waarschijnlijker. En om nog extra Waalse olie op het communautaire vreugdevuur te gooien, schakelen de Franstaligen de internationale gemeenschap in. Zonder kennis van zaken of enige interesse in het onderliggende wettelijke stelsel veroordelen instellingen van de Verenigde Naties of de Raad van Europa de gang van zaken in Vlaanderen, en dat op vraag van onze Waalse zuiderburen. De rapporten zijn kritisch in hun opzet en belachelijk in hun eenvoud.

Ook van enige historische relativering hebben de internationale rapporteurs geen kaas gegeten. Zij gaan immers voorbij aan de lange en moeizame evolutie binnen België van een Francofone unitaire staat naar een drietalige pluralistische federatie. En dan heb ik het niet eens over de lange periode vanaf 1830/1831, maar gewoon over de recente politieke geschiedenis van de jaren 1980.

Toen was Brabant nog niet gesplitst in een Vlaams en Waals gedeelte en toen konden de Vlamingen ook in het Franssprekende landsgedeelte stemmen halen, en met succes trouwens. Aanvankelijk was ook toen alles koek en ei tussen de Vlamingen en de Franstaligen. FDF'er Armand Tournis werd in 1981 zonder noemenswaardige problemen in de kieskring Leuven tot senator verkozen. PVV'ster Aline Bernaerts deed het hem in 1978 trouwens voor in de kieskring Nijvel. De provinciale apparentering lag aan de basis van hun overwinningen.

Toen was er geen vuiltje aan de lucht: de Vlamingen legden zich er bij neer dat een FDF'er een Leuvense senaatszetel inpalmde en de Franstaligen dat een Vlaamse liberale een Nijvelse senaatszetel won. De communautaire problemen op vlak van kieskringen kwamen pas aan de oppervlakte in 1985 toen de Franstaligen plots op hun strepen gingen staan en een democratische verkiezing volledig negeerden.

In 1985 werd VU'er Toon Van Overstraeten, een oudgediende in het Vlaams Legioen van de Nazi's tijdens WO-II, dankzij de provinciale apparentering in de senaat verkozen voor de kieskring Nijvel. De VU haalde in Nijvel met 0,3% van de stemmen het allerlaagste resultaat van alle partijen. De PSC haalde er 19,2%, maar kon dat niet verzilveren met een senaatszetel. Idem voor ECOLO met 7,4%.

De Volksunie wou aanvankelijk met de kandidatuur van Toon Van Overtraeten de absurditeit van de apparenteringsregels aantonen, met succes trouwens. Na de verkiezing van Van Overstraeten werden de apparenteringsregels volledig hervormd en werd een eerste aanzet gegeven naar grotere kieskringen (want de provinciale apparentering had vooral bizarre uitkomsten in kleine kieskringen zoals Leuven en Nijvel). Toon Van Overstraeten bleef voor Nijvel in de senaat zetelen tot in 1987 wanneer de regering viel en hij zijn stunt niet meer kon overdoen.

Als kers op de taart bestond in 1985 ook nog het principe van de dubbelmandaten, waarbij senatoren automatisch zitting hadden in de Gewest- en Gemeenschapsraden. Toon Van Overstraeten wou dan ook gaan zetelen in de Waalse Gewestraad en de Franstalige Gemeenschapsraad, maar dat was buiten de waard gerekend. Zonder oog voor de gangbare procedures of grondwettelijke principes deden de Walen er alles aan om Van Overstraeten uit die raden te weren. Uiteindelijk werd hij in beide raden "gewraakt" en manu militari uit de raadszalen verwijderd door de militaire politie.

Om het geheel even te duiden: toen een democratisch verkozene zijn recht om te zetelen ontzegd werd, louter op basis van zijn taal, was er van een buitenlandse enquêtecommissie geen sprake. Wij Vlamingen lossen zoiets zelf op. De Walen gaan janken bij de VN. Dat is het verschil: Vlaanderen blaakt van zelfvertrouwen en is volwassen.

Dit commentaarstuk verscheen ook bij In Flanders Fields en het Leuvense Liberaal Vlaams Studentenverbond.

Meer over de zaak Toon Van Overstraeten op www.wikipedia.org.

Belgium teeters on a linguistic edge

As French-speakers spread north in Belgium, Flemish hear a threat. If Belgium vanishes one day, it will be because of little towns like this one, where Flemish politicians are riding a new wave of nationalism and pushing for an independent state. Liedekerke has only 12,000 inhabitants, but its elected council has caused a stir by insisting on the "Flemish nature" of the town. Not only must all city business and schooling take place in Flemish, true throughout Flanders, but children who cannot speak the language can be prohibited from taking part in holiday outings, like hikes and swimming classes. "België barst!" says the graffiti on the bridge near the train station, or "Belgium bursts," the cry of the nationalists who want an independent Flanders. But here they also want to keep the rich, French-speakers from Brussels - only 21 kilometers, or 13 miles, away, and 15 minutes by train - from buying up this pretty landscape and changing the nature of the village.

Marc Mertens, 53, is the full-time secretary of the town, a professional manager who works under the elected, but part-time village council. Sitting in a café near the old church - Liedekerke is thought to mean "church on the little hill" - he describes how his grandfather fought in World War I under officers who only gave commands in French. "And then they would say in French: 'For the Flemish, the same!' " he said. The phrase still rankles, and Mertens's grandfather, a bilingual teacher, refused an officer's commission on principle. Mertens is worried about his village. "Brussels is coming this way," he said, explaining that the people here, having gained autonomy, do not want to be overwhelmed again by another French-speaking ascendancy. More of schoolchildren, taught in Flemish, have French-speaking parents. "When I was young I never heard a foreign language here," he said. "Now every day I meet people speaking French. There are days when I think I'm not in my village any more."

Marleen Geerts, 48, a computer-science teacher of 13-year-olds, says teaching French-speakers takes time. "You can't go on with the material if they don't understand it," she said. "It's a struggle." But her school provides Dutch tutoring if necessary. Some Flemish nationalists, like Johan Daelman, the head of the far-right, anti-immigrant Vlaams Belang party here and a village councilman, want to keep French-speaking immigrants from Africa out of town, too - all in the name of keeping Liedekerke "unspoiled," meaning free of the crime and racial tensions of nearby Brussels. "We don't want Liedekerke to become like a suburb of Paris," Daelman said, describing the riots, car burnings and attacks on police by mostly African immigrants to France. "Big city problems are coming here, and we want to stop it." Daelman is more explicit than others in describing part of the effort to restrict school outings to Flemish-speakers. "Part of the black community here invited relatives and friends with children from Brussels to play," he said. "There were too many, and more than half didn't understand Dutch."

This combination of national pride, rightist politics, language purity and racially tinged opposition to big-city mores and immigration is a classic formula these days in modern Europe, a kind of nonviolent fascism. Flemish nationalists have another complaint. Flemish are 60 percent of Belgium's population, and for many years now also the richest part, with much lower unemployment than Wallonia, which has been slow to convert its older industries despite subsidies. "The French-speakers used to rule us, " Daelman said. "It's not the principle of one-man, one-vote, and every problem in Belgium now becomes a problem of the communities. It's a surrealistic spectacle, and the best answer is to divide the country."

Liedekerke's effort to restrict school outings by language embarrassed both the federal and Flanders government, both of which sit in Brussels. Marino Keulen, the Flemish interior minister, annulled the decision. "It's the wrong vision and method," Keulen said in an interview in Brussels. "I canceled it immediately. They can't do it by a language test." He, too, said the problem was the popularity of the Liedekerke program with Brussels residents "who want to use the facilities of Flanders, which are of a high quality." Other ways to restrict the program, using fees and residency qualifications, seem fine - and less embarrassing. But Keulen, too, is annoyed by the subsidies to Wallonia, given that Flanders has less than 6 percent unemployment compared to 16 percent and produces 81 percent of Belgium's exports. He says he supports a federal state, but even his chief of staff, Steven Vansteenkiste, complains about a French-speaking veto. "We are a majority and very often we can't do what we want, even in our own region, because the French minority blocks us," Vansteenkiste said. "We see a lot of money going from the north to the south, but they're lagging even further behind us. They are really afraid we want to leave and drop them."

Little Liedekerke is important nationally, too, because it is part of the electoral and juridical district of Brussels-Halle-Vilvoorde, known as BHV, that has been at the heart of the long inability to form a stable Belgian federal government. Flemish legislators want to divide the district, separating the largely French-speaking Brussels, which has special bilingual status in Flanders as the federal capital, from the other two Flemish areas. That would stop French-speaking politicians from seeking votes in Flemish areas and effectively end special bilingual rights for about 70,000 French-speakers living in Flanders, but outside Brussels. But Wallonian legislators are blocking the changes, fearing that their power is eroding, that the Flemish are doing some legal ethnic cleansing and that a divided Belgium will end the subsidies that flow south from richer Flanders.

Yves Leterme, the Flemish Christian Democrat who is federal prime minister, promised constitutional changes that would enhance regional autonomy. It took him nearly 150 days to form a government, but its fate is still in question, saved only by an agreement early Friday morning to postpone the BHV imbroglio once again, until at least mid-July. In Liedekerke, Mertens finds numerous hypocrisies in the fight over children's outings. The Flanders sports association, Bloso, controlled by the Flanders government, runs sports activities and camps. But Bloso also says that children who do not speak or understand Flemish can be sent home without a refund, Mertens said. "Keulen is against the law, but they can do it," he said, "and we've written to them about it."

So Liedekerke intends to stick to its guns, but also to the letter of the law. It will soon vote on an amendment that says that its outings program "has a Dutch character," Mertens said. "And instead of saying that the monitor can refuse kids who don't understand Flemish, we will write that the monitor can refuse children who 'disturb' the outings," he said. Of course, Mertens said, smiling, "one can understand 'disturb' in different ways." To help keep out "relatives" and "friends" who live in Brussels, Liedekerke will charge them three times as much as residents. Mertens expects his two daughters, 12 and 13, to live in an independent Flanders, and thinks he may, too. "I'm convinced Belgium can't last," he said. The fight over BHV "will be seen as the start of the war between the Flemish and the French-speakers," he said. "The Flemish people are becoming more self-aware and more decisive. We've been ruled long enough by the French people, and our time has come. It may take 10, 20 or 30 years. But this Belgium will become superfluous."

Dit artikel van Steven Erlanger verscheen oorspronkelijk in de International Herald Tribune en gaf indirect aanleiding tot tal van anti-Vlaamse sentimenten in de internationale pers.

Meer achtergronden bij dit artikel op www.iht.com.