For our heritage and freedom ! Home | About | Contact | Vincent De Roeck | Liberty Quotes | The Free State | In Flanders Fields | Nova Libertas | Feeds |

Liberalisme, anarchisme en de voetbalcrisis

Ik wil het hier hebben over wat ik zie als “liberalisme” (...) want het is toch iets buitengewoons dat liberalisme; niet zomaar een variant op socialisme, fascisme, communisme, ecologisme, ... Volgens vele vrijemarktaanhangers is liberalisme niets anders dan een redelijker beleid; zij zagen dat Marx en Keynes economieën hadden verwoest en hebben op die grond besloten dat een liberalere wetgeving de economie efficiënter doet lopen. Mensen en goederen moeten niet volgens socialistische ideeën worden aangewend door de politiek, maar op liberale. Politiekers en burgers worden volgens hen beide best gediend door een liberaler beleid; ene Arthur Laffer kwam bijvoorbeeld op de proppen met het idee dat het verlagen van belastingen goed was voor de overheid: door de toegenomen productie kon er meer belast worden.

Hoewel zo’n beleid zorgt voor meer welvaart, blijft het een schema waarin individuele rechten en wensen van mensen niet passen. In de liberale Law and Economics beweging komt dit duidelijk tot uiting. Daar wordt gesteld dat recht ten dienste staat van de algemene welvaart. De Law and Economics-rechter beslist niet over onrecht aangedaan aan individuele personen, maar over het feit of het veroordelen van ene dan wel de andere tot een groter BNP leidt. Ook anarcho-kapitalisten als David Friedman (zoon van Milton) zien het verdwijnen van de overheid enkel als stap richting meer efficiëntie.

Tegenover dit politieke, maatschappelijke liberalisme staat een ander, natuurlijker liberalisme. Dit liberalisme vertrekt niet van utilitaristische schemata. Deze liberalen kijken niet naar mensen zoals een wetenschapper naar een hoop moleculen; beetje manipuleren hier en daar en dan zien of ze beantwoorden aan de verwachtingen van de wetenschapper. Zij bestuderen filosofische, rechts- en economische problemen als een persoon kijkend naar andere personen. Vanuit dit horizontale gezichtspunt zien ze bijvoorbeeld de noodzaak om ordelijk, met zo min mogelijk conflicten, samen te leven met elkaar. Aangezien ze bemerken dat iedereen andere doelen nastreeft (en er dus geen algemeen belang bestaat), is er maar één coherente oplossing mogelijk: ieder met zijn middelen te laten leven volgens zijn inzichten.

Ook bij de discussies over samenleven die deze liberalen voeren met anderen blijkt dat vreedzaam samenleven niets anders kan zijn dan dat ieder de ander respecteert als een vrij en gelijkaardig wezen. Vreedzaam met elkaar omgaan vormt namelijk de basis van elke discussie. Heerschappij, in welke vorm ook, kan dus nooit verdedigbaar zijn in een discussie onder mensen. (Voor bewijs, uitdieping en toepassing van deze stellingen, raad ik “Het Fundamenteel Rechtsbeginsel” van de Belgische rechtsfilosoof Frank van Dun aan; zie www.rothbard.be) Ook wanneer deze “samenlevingsliberalen” de economie bestuderen, kunnen ze methodologisch niet anders dan kijken naar individuele verlangens en daden van mensen. Ze vinden het absurd de methode van de natuurwetenschappen (de wetenschapper die van bovenaf atomen bekijkt en manipuleert) te gebruiken wanneer je menselijk gedrag beschrijft; hoe kan je constanten vinden in menselijke handelingen om je berekeningen mee te maken, hoe kan je één parameter variëren terwijl je al de rest constant houdt, …?

Enkel een deductieve methode vertrekkend van het feit dat mensen doelgericht handelende (=rationele) wezens zijn, is hier mogelijk. Je merkt het; fouten in methodologie leiden tot vreemde mensbeelden waar sommige mensen als levensloze atomen worden gezien, die gemanipuleerd kunnen worden door wijze wetenschappers of politici. De natuurlijke vorm van liberalisme is dus amper te vergelijken met deze artificiële vorm. De politieke liberalen willen bijvoorbeeld de belastingen een paar percent verlagen, de “samenlevingsliberalen” zien niet in waarom sommige mensen het recht hebben om anderen via de staat te beroven. Deze laatsten gaat het niet om de manier van omgang volgens de wet; als burgers, ministers of parlementariërs, maar des te meer om de manier van dagelijks omgaan met elkaar als mensen volgens de regels van het samenleven.

Hierboven hernam ik het laatste editoriaal van Simon Van Wambeke in het magazine "Blauwdruk" over zijn anarcho-kapitalistische kijk op het liberalisme. Hieronder herneem ik het artikel "De voetbalcrisis: wat als voetbalclubs het voorbeeld van de banken gevolgd hadden" van Tuur Demeester op de website van "Mind Alone".

Stel dat banken voetbalclubs waren: private organisaties die een dienst (het voetbalspektakel) aanbieden aan hun klanten (de voetbalfans). De clubs die het kwalitatief meest hoogstaande spektakel bieden, hebben het meeste fans en verdienen dus het meeste geld. Een club met minder goede leiding heeft moeilijkheden haar gebouwen te onderhouden, haar spelers te betalen en heeft geen geld om te investeren in nieuw talent. Als dat een tijd aansleept, gaat ze failliet en trekt haar afgekalfde fan- en spelersbasis naar een andere club, of soms naar een andere sport.

Voor het grootste deel van de geschiedenis waren ook banken private instellingen waren die failliet gingen bij slecht management; ook was de muntslag (de productie van geld) een vrij ambacht op de markt.

Het gaat niet goed in het voetbal. Recentelijk ging een grote voetbalclub over de kop en een aantal mensen uit de voetbaltop en de overheid besluiten daarop de koppen bij elkaar steken. Doel is een "Centrale Voetbalbond" op te richten. Op de oprichtingsvergadering van deze bond, wordt naast de problematiek van clubfaillissementen, ook het algemene probleem van de concurrerende sportclubs besproken. Voetbalclubs verliezen namelijk fans en spelers aan uitheemse sporten als basketbal en baseball. De Minister van Sport zit mee rond de tafel en vindt het belangrijk dat het populaire voetbal de status van nationale sport blijft behouden. Het zou immers "al te jammer zijn als Amerikaanse sporten als baseball en basketbal het cultuureigen karakter van onze sportclubs zouden aantasten". De minister is ook enthousiast over de mogelijkheden die de Centrale Voetbalbond (ook CVB genoemd) biedt om het toezicht over de voetbalwereld te vergroten om zodoende "de wildgroei aan voetbalclubs in de hand te houden".

Een crisis in de economie was vaak de aanleiding voor de oprichting van centrale banken. Ironisch genoeg ontstonden de crises precies doordat overheden oogluikend toestonden dat banken gingen speculeren met het geld dat ze van hun klanten in bewaring kregen. In ruil eiste de staat dan goedkope leningen van de bank—die vaak niet terug werden betaald.

Op de oprichtingsvergadering wordt beslist dat de CVB volgende doelstellingen heeft:
1. Zorgen dat voetbal de nationale sport blijft
2. De voetbalclubs superviseren en reguleren waar nodig
3. Zorgen dat het voetbalaanbod voldoende hoog blijft
4. De stabiliteit van het 'voetbalsysteem' bewaren en de risico's voor voetbalclubs zo laag mogelijk houden
5. Op vraag diensten leveren aan de overheid
6. De positie van het Belgische voetbal in de sportwereld versterken

In de weken na de oprichtingsvergadering werken de voetbalclubs naarstig aan een nauwere samenwerking met hun nieuwe partner, de overheid. Er wordt besloten dat de CVB voortaan een "lener in laatste instantie" wordt voor de voetbalclubs: deze kunnen vanaf nu steeds bij de Bond aankloppen om een lening of schenking als ze in de financiële problemen zitten. De CVB schrijft haar leningen aan de voetbalclubs uit in de vorm van voetbalcheques. Deze voetbalcheques worden door de overheid als wettig betaalmiddel erkend: alle winkels van het land moeten ze aanvaarden; burgers kunnen er zelfs hun belastingen mee betalen.

Een centrale bank is steeds "lener in laatste instantie" (lender of last resort); ze kan geld uit het niets creëren om daarmee overheden en private banken van vers krediet te voorzien. Ook heeft ze het monopolie op het "wettig betaalmiddel"; de burgers zijn verplicht om haar (officieel verklaarde) geld te gebruiken, en geen ander.

Er gaat een golf van enthousiasme door de voetbalwereld heen. Met de voetbalcheques worden nieuwe, weelderige stadions gebouwd en de trainers en spelers krijgen veel hogere lonen nu het bestuur verzekerd is van voldoende geld. Ook aan de fans wordt gedacht: waar ze vroeger flink wat moesten betalen voor een zitje, kosten de tickets nu nog maar een schijntje meer. Sommige clubs bieden gratis zitjes aan, en er wordt zelfs geëxperimenteerd met het betalen van supporters om naar de voetbalwedstrijden te komen kijken. De voetbalclubs worden in geen tijd oppermachtig in de sportwereld, en de andere clubs klagen steen en been over de oneerlijke concurrentie. In de media verschijnen de eerste berichten over "buitenmatige excessen in voetballand".

De zekerheid die de centrale bank biedt, zorgt voor een groot vertrouwen bij de banken. De reserveratio's (verhouding liquide kapitaal in kas tegenover de uitstaande schuld aan de klanten) worden steeds lager (er wordt m.a.w. steeds meer gespeculeerd met het spaargeld van klanten) en de omzetten en winsten worden steeds hoger.

De Minister van Sport wordt overstelpt met telefoontjes tot het niet leuk meer is. Hij besluit een nieuwe vergadering van de CVB bij elkaar te roepen. De voetbalclubs komen met tegenzin opdagen. "Wat is precies het probleem?" gromt de voorzitter van een grote voetbalclub uit West-Vlaanderen—"We streven toch de doelstellingen van de CVB na? Er zijn zelfs meer voetbalfans dan ooit tevoren!". Toch is de Minister van Sport niet tevreden. "De publieke opinie vindt dat jullie te veel geld uitgeven." zegt hij, "Het parlement heeft daarom besloten striktere voorwaarden op te leggen voor het opvragen van de voetbalcheques." De voetbalclubs sputteren tegen. Een bestuurslid van een Brusselse club neemt het woord: "De dreiging van de niet-voetbalsporten is reëel. Als we willen dat België een echt voetballand wordt, dan zullen we er misschien wel een nationale sport van moeten maken." De Minister kijkt op. "Hoe bedoel je precies?" "Wel," antwoordt het bestuurslid, "enkel subsidiëren werkt duidelijk niet. Laat de regering maar eens steviger maatregelen nemen." "Je bedoelt" zegt de Minister "de niet-voetbalsporten verbieden?". Rondom de tafel knikken een paar hoofden. De minister schuift zijn papieren bij elkaar en staat op: "Ik zal zien wat ik kan doen".

Na enkele weken van verhitte debatten besluit het parlement om werk te maken van de nationalisering van de voetbalsport. Een nieuwe wet wordt uitgevaardigd waarin bepaald wordt dat "burgers die evenementen bijwonen, steunen of deelnemen aan activiteiten van sportclubs andere dan voetbalclubs, voortaan onderhevig zullen zijn aan het betalen van een sportbelasting". Later zal dit worden uitgebreid met de "Wet Ter Promotie van het Voetbal", die het beoefenen van andere sporten verbiedt. De voetbalclubs blijven niet bij de pakken zitten: ze richten afdelingen op in alle gemeentes van het land en bouwen verder aan hun droom van voetbalstadions als "paleizen voor het volk". In de stadions worden nationalistische liederen gespeeld. Voetbalclubs richtten tientallen nieuwe afdelingen op—de voetbalsport floreert als nooit tevoren.

De geldcreatie van de centrale bank zorgt voor een groter geldaanbod, en dus voor een steeds verminderende waarde van elke geldeenheid. Als mensen dit opmerken kunnen ze het overschakelen op andere soorten geld, waardoor het geld van de centrale bank waardeloos en ongebruikt dreigt te worden. Daarom wordt de concurrentie van andere geldsoorten (private muntslag) meestal verboden.

Om spelers te vinden voor de kersverse ploegen doen de clubs beroep op agentschappen die een vaste premie krijgen per aangeleverde voetballer. De agenten gebruiken een korte checklist om kandidaten te screenen, waarna ze meteen worden aangenomen als professional. Iedereen is tevreden, zo lijkt het: de clubs krijgen voetballers, de kandidaten hebben werk, en de agenten strijken hun premie op.

Doordat geld zo makkelijk beschikbaar is, delegeren banken het uitlenen van geld aan gespecialiseerde firma's die dan heel goedkoop "bijzonder krediet" of "subprime leningen" aan de man brengen.

Maar hoe zit het ondertussen met de fans? Die blijven meer en meer op hun honger zitten. De kwaliteit van het voetbal zakt immers steeds verder weg, sommige 'professionals' lijken wel twee linkervoeten te hebben. Sinds de opkomst van satelliettelevisie en het internet raken sportliefhebbers steeds meer verslingerd aan het buitenlandse aanbod, en de stadia lopen langzaam leeg.

Ook elders roert het. Advocaten klagen aan hoe de 'premiejagers' van de agentschappen zomaar mensen uit het gewone leven plukken en zonder voorbereiding in de mallemolen van het professionele voetbal gooien. De kranten staan vol met berichten over de 'voetbalcrisis' en commentatoren bekritiseren het 'ongebreidelde kapitalisme' van de voetbalwereld. Hier en daar richten mensen in achtertuintjes en verscholen akkers clandestiene sportclubs op.

Onrust schuifelt door de gangen van de voetbalclubs. Inkomsten vanwege de televisierechten en merchandising nemen angstaanjagend snel af. Steeds vaker moeten de clubs gaan lenen bij de CVB, steeds vaker gebruiken ze voetbalcheques om hun onkosten te betalen. De meeste clubs staan op het randje van het faillissement. Enkel de permanente steun van de CVB lijkt soelaas te kunnen bieden. Bij de overheid gaan stemmen op om met belastinggeld alle aandelen van de clubs op te kopen en zo het noodlijdende voetbalbedrijf uit het slop proberen te halen.

In een groot huis zitten vier grijze ruggen rond de kaartentafel—bestuursleden met pensioen. De minst verdraaide leunt voorover en zet met een bewogen gebaar zijn laatste centen in: "De tijd dat de clubs failliet konden gaan was misschien al bij al zo slecht nog niet".

De beide auteurs zijn bestuurders van het Murray Rothbard Instituut. Hun artikelen verschenen ook in "Blauwdruk" en op "Mind Alone".

Meer over het anarcho-kapitalisme op www.libertarian.nl.

12 Reacties:

At 11:33 Marc Huybrechts (op IFF) said...

@ Tuur Demeester

De gemaakte vergelijking loopt mank in verschillende opzichten. Twee voorbeelden:

-- Een doelstelling van een centrale bank mag NIET zijn van een "groter geldaanbod" te scheppen, maar eerder van het geldaanbod op de geldvraag (proberen te helpen) af te stemmen. De geldvraag gaat afhangen van vele factoren (conjunctuur, technologie, enz...).

-- Het mag ook niet de bedoeling zijn van te discrimeren tussen geldscheppende instellingen (zoals tussen sporten door de fictieve Minister van Sport).

Twee verdere punten:

1) Het monopolie op het "wettig betaalmiddel" betekent enkel dat men (bijvoorbeeld in euroland) een euro (onder bepaalde vormen, hoofdzakelijk als bankbiljet en als debitering van bepaalde bankrekeningen) MOET accepteren als betaling. Dat sluit niet uit dat u een schuld tegenover bijvoorbeeld Pieter Cleppe zou kunnen vereffenen met andere middelen (e.g. papieren schuldbekentenissen van uzelf of van anderen), en zelfs in een andere rekeneenheid uitgedrukt, zolang dat acceptabel zou zijn voor Cleppe natuurlijk.

2) Overheden kunnen zowel goede als slechte dingen doen. Voorbeelden van het tweede kunnen het eerste niet ontkennen of wegnemen. Maar, voorzichtigheid is natuurlijk altijd geboden. Ook - en vooral - met overheden.

 
At 11:33 Marc Huybrechts (op IFF) said...

Laat ons twee concrete voorbeelden gebruiken om dat "ander, natuurlijker liberalisme" onder de loupe te leggen.

-- Veronderstel dat mijnheer Jansens zegt (niet noodzakelijk 'denkt') dat iedereen op deze aardbol het 'recht' zou hebben om zich in Limburg te vestigen, en dat men redelijkerwijze zou mogen verwachten (gezien de bestaande 'condities' in de Maghreb landen) dat een paar miljoenen Noord-Afrikanen dan daar naar toe (naar de Limburg) zouden trekken. Veronderstel verder dat Jansens een groot bedrijf uitbaat en dat hij een paar honderd 'goedkope' Maghrebanen 'aantrekt' (in overeenstemming met zijn vermeend geloof).

-- Veronderstel dat boer Peeters van mening is dat zijn kinderen geen onderwijs nodig hebben, en dat zij best onmiddelijk bij hem op de boerderij voltijds meewerken.

Vanuit het "horizontale gezichtspunt" bekeken, hoe zouden andere Limburgers de visies van Jansens en Peeters kunnen "respecteren"?

Wanneer men met dergelijke extremistische buren moet leven, - die elk "algemeen belang" radikaal ontkennen of afwijzen - dan moeten "coherente oplossingen" en "samenleven" wel degelijk onmogelijk worden.

 
At 11:34 Marc Vanfraechem (op IFF) said...

Iedereen mag daar het zijne over denken, maar een groepsblog dient geloof ik niet om artikelen te dupliceren uit een of ander blaadje. De belangstellenden daarvoor zullen dat blad ongetwijfeld zelf al bezitten, of hebben het wel ergens op het web opgevist.
Oorspronkelijke artikels liefst... anders vervalt dit blog in nietszeggendheid, of redundantie om een mooier woord te gebruiken.

 
At 11:35 guillaume said...

@ Marc Vanfraechem

Ik begrijp uw aversie voor dit soort teksten niet. Ik ben niet geabonneerd op dat magazine en vind de opinie van die Van Wambeke over de twee soorten liberalisme wel zeker relevant. Relevanter zelf dan uw uitgebreide citaten uit Duitse kranten. Als ik daarover duiding wil hebben, zal ik die kranten wel zelf kopen.

 
At 16:49 Evelyne said...

Sinds wanneer vallen libertariërs nu ook al de argumentatie van een Arthur Laffer aan? Typisch voor de radicalen onder de vrijdenkers: eerst op de eigen medestrijders schieten ipv de totalitaire derden aan te pakken. Zucht... zo gaan we er nooit komen...

 
At 16:51 Marc Vanfraechem (op IFF) said...

Ieder mag daar het zijne over denken zei ik al, maar teksten van derden moeten niet gaan overwegen op een groepsblog, die het hoofdzakelijk van eigen werk moet hebben om interessant te blijven. En helaas Guillaume, vertalingen vallen wel degelijk onder eigen werk, en zijn ook nuttig, aangezien de Vlaamse pers al te veel onderwerpen uit de weg gaat.

 
At 20:18 Anoniem said...

De vergelijking maakt vooral hierom: banken maken een wezenlijk deel uit van onze economie. Als ze vallen (wat de oorzaak is, daar spreek ik me niet over uit), dan heeft dat zware gevolgen voor duizenden mensen.

Wanneer een voetbalclub over kop gaat, dan raakt dan misschien ook heel wat mensen maar nooit in de zin van de banken.

 
At 21:34 Marc Huybrechts (op IFF) said...

@ anonieme

Ik begrijp uw eerste zin niet. U komt af met een verdere reden waarom de gemaakte vergelijking niet opgaat, namelijk dat een bankfaling vele mensen echt zou kunnen "raken" en een faling van een voetbalclub niet (of minder erg).

Of een bankfaling een bepaalde mens zou kunnen raken wordt bepaald door de manier waarop die mens een client is van die bank. Bijvoorbeeld, als hij enkel een deposito aanhoudt (beneden een bepaald minimum) dan zal hij niet "geraakt" worden, vermits depositos verzekerd zijn in vele westerse landen. Als eventuele aandeelhouder (of mede-eigenaar) van die bank, zal hij natuurlijk wel geraakt worden.

 
At 12:42 Tuur Demeester said...

Hier is een discussie van een half jaar geleden tussen Arthur Laffer (supply side economics) en Peter Schiff (austrian economics). Laffer beweert dat de Amerikaanse economie gezond is, Schiff is het daar niet mee eens...

Laffer: "this is an economy that's driven by good economic and monetary policy. . . there is nothing out there that points to . . . a crash"

http://www.youtube.com/watch?v=LfascZSTU4o

 
At 03:42 Anoniem said...

Deposito's zijn slechts verzekerd tot een bepaald bedrag. Tenzij je streeft naar een egalitaire maatschappij, kan je een bankfaillissement enkel betreuren.

 
At 03:42 Tuur Demeester said...

@ Marc Huybrechts:

-- Een doelstelling van een centrale bank mag NIET zijn van een "groter geldaanbod" te scheppen, maar eerder van het geldaanbod op de geldvraag (proberen te helpen) af te stemmen. De geldvraag gaat afhangen van vele factoren (conjunctuur, technologie, enz...).

Ik heb niet geschreven dat het doel van de CVB was om "een *hoger* voetbalaanbod te scheppen", maar wel "een voldoende hoog" voetbalaanbod. Een centrale bank kan enkel het geldaanbod verhogen, vandaar dat ik het "managen van de geldhoeveelheid" vertaald heb naar "zorgen dat het aanbod voldoende hoog blijft"—dat is wat in de mainstream economische theorie nodig geacht wordt om de productiviteitsgraad van de economie voldoende hoog te houden. (zie bijv. de doelstellingen van de Federal Reserve op: http://en.wikipedia.org/wiki/Federal_Reserve#Purpose)

-- Het mag ook niet de bedoeling zijn van te discrimeren tussen geldscheppende instellingen (zoals tussen sporten door de fictieve Minister van Sport).

In de praktijk is dat wel het geval: geen andere instelling dan de ECB heeft toestemming om euro's te drukken. En mensen die in landen wonen waar de nationale munteenheid de euro is, zijn verplicht om een aantal betalingen (bv. belastingen) in euro's uit te voeren. De euro geniet dus een gepriviligeerde status boven alle andere valuta's—en de valuta's op zich zijn ook artificieel overgewaardeerd ten opzichte van alternatieve geldsoorten die op particulier initiatief worden uitgegeven.


Twee verdere punten:
1) Het monopolie op het "wettig betaalmiddel" betekent enkel dat men (bijvoorbeeld in euroland) een euro (onder bepaalde vormen, hoofdzakelijk als bankbiljet en als debitering van bepaalde bankrekeningen) MOET accepteren als betaling. Dat sluit niet uit dat u een schuld tegenover bijvoorbeeld Pieter Cleppe zou kunnen vereffenen met andere middelen (e.g. papieren schuldbekentenissen van uzelf of van anderen), en zelfs in een andere rekeneenheid uitgedrukt, zolang dat acceptabel zou zijn voor Cleppe natuurlijk.

Akkoord, dat is een slordigheid van mijn kant. Toch zijn burgers voor een heel aantal transacties verplicht om het wettige betaalmiddel (of in andere erkende wettige fiat-betaalmiddelen) te gebruiken. Alle geld die van en naar de overheden, en van en naar de banken gaat, moet de vorm van een wettig betaalmiddel hebben aangenomen. Dat laat nog maar weinig bestaansruimte over voor andere geldsoorten, bijvoorbeeld niet-fiduciair geld dat op particulier initiatief gemunt wordt.

2) Overheden kunnen zowel goede als slechte dingen doen. Voorbeelden van het tweede kunnen het eerste niet ontkennen of wegnemen. Maar, voorzichtigheid is natuurlijk altijd geboden. Ook - en vooral - met overheden.

Ik weet niet of ik hier je punt helemaal vat. Je bedoelt dat de overheid ook goede dingen kan doen in de monetaire wereld?

@ anoniem:

Deposito's zijn slechts verzekerd tot een bepaald bedrag. Tenzij je streeft naar een egalitaire maatschappij, kan je een bankfaillissement enkel betreuren.

Ik weet niet of het voorkomen van bankfaillissementen zo betreurenswaardig hoeft te zijn. Door de geschiedenis heen was meestal het zo dat banken geen andere status hadden dan andere bedrijven—en dat ze dus ook failliet kunnen gaan. Faillissementen zijn natuurlijk altijd een jammere zaak, voor de werknemers en de gedupeerde klanten, maar waarom zouden banken anders moeten behandeld worden dan andere bedrijven? Het lijkt me ook goed steeds de kost in de gaten te houden van het uitbannen van bankfaillissementen: de nodige onvrijwillige welvaartstransfer van de andere actoren in de economie naar de banken (door de gecreëerde inflatie om de banken te redden), de dreiging van hyperinflatie (wat als gevolg het ineenklappen van het monetaire systeem kan hebben), en ook het verder in leven houden en voeden van een inherent frauduleus systeem dat de economie steeds weer blootstelt aan systemische cycli van kunstmatige groei en economische crises.

 
At 03:42 Marc Huybrechts (op IFF) said...

@ Tuur Demeester

1) Centrale banken "scheppen" zelf normaal geen geld, of zeer weinig geld. Zij beinvloeden het geldaanbod op indirecte wijze, via reglementering en via interest beleid. Dat geldaanbod in de economie kan zowel omhoog als naar beneden gaan. Er bestaan vele definities van geldaanbod (of monetaire aggregaten), maar normaal worden die wel groter over de tijd omdat economieen normaal ook groter worden over de tijd.

2) De euro is een gemeenschappelijke rekeneenheid. Als betaalmiddel kan die vele vormen aannemen. "Gedrukte" bankbiljetten vomen maar een klein onderdeel van het geldaanbod in de economie. De omvang van dat onderdeel wordt niet bepaald door de ECB, maar wel grotendeels door het 'gedrag' van economische agenten in de economie die de compositie van de geldvraag bepalen. En de ECB discrimineert in principe niet tussen de geldscheppende instellingen (i.e. die bepaalde soort van 'banken' waarvan bepaalde 'deposit liabilities' of passiva onder de definitie(s) van monetaire aggregaten vallen).

 

Een reactie plaatsen