For our heritage and freedom ! Home | About | Contact | Vincent De Roeck | Liberty Quotes | The Free State | In Flanders Fields | Nova Libertas | Feeds |

Stop de publieke financiering van ontwikkelingshulp !

De ontwikkelingssamenwerking is een veel besproken en fel bekritiseerd domein. De negatieve bijklank van ontwikkelingshulp is te wijten aan de publieke financiering van projecten. Hieronder is begrepen het geven van financiële steun in geld via bilaterale weg en het sturen van noodhulp naar landen waar er een ernstige humanitaire crisis heerst. Het probleem met de directe hulp in geld is dat zowat 80 % van de hulp in handen valt van corrupte machthebbers in de ontwikkelingslanden en het probleem van de noodhulp is dat die vaak omwille van allerlei logistieke problemen niet op zijn bestemming aankomt en als hij er dan al aankomt vaak nog oneigenlijk wordt aangewend. Deze steun moet dan ook volledig worden afgebouwd.

Een iets betere maar zeker nog niet volmaakte vorm van ontwikkelingshulp is deze die wordt geboden via allerlei multilaterale organisaties, zoals daar zijn de VN, de EU en nog vele andere. Het democratisch gehalte van deze hulp is alleszins groter dan bij hulp die eenzijdig via de begroting van het donorland wordt vastgelegd. Immers wordt door alle landen die deel uitmaken van de organisatie bijgedragen tot het algemeen budget en kunnen alle landen daarna ook meebeslissen over de aanwending van dit budget. Zo wordt er binnen de VN en de EU in consensus beslist dat een deel van het budget naar ontwikkelingssamenwerking moet gaan en wordt deze beslissing dan ook uitgevoerd door specifieke programma’s binnen deze organisaties zoals het DG ontwikkelingssamenwerking binnen de EU en de UNDP, UNAIDS, WFP, UNICEF en vele anderen binnen de VN.

De meest ideale vorm om aan ontwikkelingssamenwerking te doen is echter de overheidsbemoeienis in deze sector totaal afbouwen en alles overlaten aan het privaat initiatief. Als immers aan ontwikkelingshulp gedaan wordt door private personen kunnen die zelf en onafhankelijk beslissen op welke domeinen ze actief zijn, hoe ze de hulp zullen organiseren en of de hulp in concreto effect heeft gehad. Er zijn in de praktijk al heel wat NGO’s actief, maar deze slagen er niet in om voldoende kapitaal en aldus slagkracht te verwerven om meer dan een druppel op een hete plaat te kunnen betekenen. Deze organisaties bestaan weliswaar uit mensen met heel veel goede wil, maar worden dikwijls grotendeels met overheidssubsidies gefinancierd. Op die manier worden de mensen natuurlijk niet aangezet om aan deze goede doelen te doneren, omdat men er immers al toe bijdraagt via de grote pot van de belastingen en men geen zin heeft om twee keer bij te dragen. Schaf daarom de subsidies aan NGO’s volledig af zodat de mensen vanuit een inherente solidariteit vanzelf zullen geven aan deze goede doelen, waardoor deze ook transparanter zullen worden, en betere informatie naar het publiek zullen geven. De reden hiervoor is dat er tussen de NGO’s een gezonde competitie zal ontstaan om zoveel mogelijk middelen die het publiek ter beschikking stelt, te kunnen vergaren.

Nu is er echter een probleem met al die NGO’s. Er zijn honderden, zelfs duizenden goede doelen. Het ene op kleine schaal, het andere internationaal gericht, het ene op humanitaire hulp, het andere op opleiding en vorming gericht. Er is met andere woorden in de loop der jaren een warboel aan goede doelen en NGO’s ontstaan waardoor de mensen door het bos de bomen niet meer zien. Voeg daaraan nog eens het feit toe dat de afgelopen jaren de media regelmatig hebben bericht over frauduleuze praktijken bij goede doelen en zelfs over volledig fictieve doelen, uitsluitend gericht op persoonlijke verrijking. Om aan deze twee problemen te remediëren kan het volstaan om eens over de grens heen te kijken naar het Nederlandse voorbeeld van een keurmerk voor goede doelen. Bij voorkeur kan dit zelfs privaat gebeuren.

De CBF-keur is een ontwikkeling van de Nederlandse NGO Centraal Bureau voor Fondsenwerving (CBF), die al sinds 1925 toezicht houdt op de inzameling van geld voor goede doelen in Nederland. Sinds een aantal jaar kunnen goede doelen in Nederland een dergelijk keurmerk aanvragen waarbij het CBF dan een toetsing van de betreffende organisatie zal doen op de terreinen bestuur, beleid, fondsenwerving, besteding en verslaggeving. Belangrijk is hierbij te vermelden dat het CBF geen overheidsinstelling is, maar wel op haar beurt weer door de overheid wordt gecontroleerd waardoor inmenging vanwege de overheid in de keuringsactiviteiten wordt vermeden. Ook interessant om te vermelden is dat nieuwe en minder kapitaalkrachtige goede doelen, vooraleer het keurmerk aan te vragen, eerst kunnen opteren voor het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar waarbij men aan dezelfde vijf criteria zal toetsen maar dan op een iets soepeler manier. Later, als dergelijke organisaties groter worden, is het de bedoeling dat ook deze een keurmerk aanvragen. Het CBF coördineert verder ook nog alle gezamenlijke hulpacties die worden opgezet bij grote humanitaire rampen, zoals o.m. is gebeurd bij de tsunami-ramp, terwijl dergelijke acties bij ons berusten op een ad hoc-initiatief van bepaalde verenigingen en televisiezenders. Een laatste interessant feit over het CBF is dat deze instantie een collecterooster heeft opgesteld waarbinnen de grote organisaties dan elk een bepaald aantal dagen krijgen om huis-aan-huis collectes te doen, zodat de mensen niet permanent en gelijktijdig door allerhande goede doelen lastig gevallen worden.

Een andere manier van ontwikkelingshulp kan gezien worden in de praktijk van de microkredieten. Een microkrediet is een kleine kort lopende lening die wordt gegeven door locale ontwikkelingsbanken in ontwikkelingslanden aan arme mensen zoals boeren en kleine zelfstandigen, omdat die op de reguliere markt geen leningen konden krijgen door de vrees dat ze ze niet meer zouden kunnen terugbetalen. Deze praktijk werd in de jaren ‘70 ontwikkeld door de Bengaalse econoom Muhammad Yunus en is intussen uitgegroeid tot een succesverhaal, in die mate zelfs dat de VN 2005 heeft uitgeroepen tot het jaar van het microkrediet en dat Yunus dit jaar voor zijn werk de Nobelprijs voor de vrede heeft ontvangen. Tevens is er binnen de UNDP (United Nations Development Program) een programma microkredieten ontwikkeld dat er voor zorgt dat er in de ontwikkelingslanden finan-cieringsstructuren worden opgericht die lokaal microkredieten zullen verstrekken. De micro-kredieten zijn uiteraard geen tovermiddel om de armoede uit de wereld te helpen maar kunnen lokaal wel veelbetekenend zijn omdat het niet om steun gaat maar om leningen die mensen aanzetten tot productiviteit. Zo kunnen ze een inkomen vergaren om de lening te kunnen terugbetalen waardoor men kan gaan sparen en opnieuw investeren. Dit is dus een praktijk die een hefboomeffect op de lokale economie kan teweegbrengen.

Ten slotte stellen we ons de vraag of de overheid dan helemaal niets meer kan doen op het vlak van ontwikkelingssamenwerking. Dit is nu ook weer niet helemaal het geval maar men moet zich beperken tot het geven van hulp wat betreft de core-business van de overheid, namelijk de organisatie en het management van een publieke dienst. Het is dus interessant om, van zodra er in een land eigendomsrecht is en er een vrije markteconomie aanwezig is, als overheid mensen naar ginder te sturen om te proberen een gezond bestuur op poten te zetten, de corruptie te helpen bestrijden en aan training te doen van plaatselijke bestuurders en overheidspersoneel. Zo moeit de overheid zich niet met de economie van een bepaald land en treedt ze niet verstorend op op de lokale markten door daar noodgoederen te dumpen of door subsidies te geven, maar helpt ze daar aan de opbouw van een gezonde private sector die de economie draaiende kan houden en de corruptie kan beteugelen. In een corruptievrij land kan de markt immers niet falen.

Dit opiniestuk, geschreven door Yves Broecke, lid van het politiek secretariaat van het LVSV Leuven, verscheen ook in Blauwdruk.

Meer teksten van het LVSV Leuven op www.blauwdruk.be.

3 Reacties:

At 23:51 Evelyne said...

Alleen zijn met het stopzetten van de publieke (financiering van) ontwikkelingshulp de dictaturen in Afrika nog niet verdreven. Waarom valt Amerika eigenlijk niet binnen in Afrika? Ze willen toch wereldwijd een liberale markt en democratie installeren?

 
At 21:05 Anoniem said...

Triest dat de elite in de arme landen vaak in grote rijkdom leeft. Dat mag van mij wel maar dan moet toch ook de eigen bevolking wel een goed bestaan hebben.

 
At 23:36 A. Driessen said...

De effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking kan inderdaad veel groter, als het bedrijfsleven een actievere rol krijgt toebedeeld. In West-Europa lijken de ministers van ontwikkelingssamenwerking daarvan inmiddels overtuigd. Nu is het dus enkel nog maar de zaak of ze er ook naar handelen.

Zou het er dan toch nog van komen? Na een tijdperk waarin de socialistische ministers op dat kabinet de dienst uitmaakten, leek het er vorig jaar op dat er eindelijk een kentering kwam in het denken over hoe om te gaan met ontwikkelingssamenwerking. Lang was het bedrijfsleven buiten de deur gehouden in de discussie over ontwikkelingssamenwerking.

Hopelijk kondigt de nieuwe minister (liberaal of christen) bij zijn/haar aantreden aan om eindelijk eens een andere koers te willen gaan varen, een koers met veel meer ruimte voor privaat initiatief.

Helaas blijft het meestal in eerste instantie vooral bij mooie woorden. De nieuwe minister moet niet gewoon benadrukken dat hij/zij ondernemingen meer wil betrekken bij de activiteiten in ontwikkelingslanden, maar moet daartoe ook onmiddellijk al eerste stappen zetten. Het is een lofwaardig streven, zeker als wordt bedacht dat de effectiviteit van de ondersteuning van ontwikkelingslanden zo op een hoger niveau kan worden gebracht.

Onafhankelijk onderzoek toont aan dat activiteiten van de private sector effectiever zijn dan de traditionele bilaterale hulp of hulp via maatschappelijke organisaties. Het is dan wel zaak dat een veel groter deel van de ontwikkelingsbegroting voor 'activiteiten met het bedrijfsleven' wordt bestemd dan nu het geval is.

Verbetering van het ondernemingsklimaat in de ontwikkelingslanden is een van de dingen waaraan moet worden gewerkt, naast een versterking van de samenwerking tussen overheden en het bedrijfsleven en een ondersteuning van datzelfde bedrijfsleven bij hun activiteiten. Dit alles met een gezonde, bedrijfsmatige basis als uitgangspunt. De nieuwe minister is nu aan zet.

 

Een reactie plaatsen