For our heritage and freedom ! Home | About | Contact | Vincent De Roeck | Liberty Quotes | The Free State | In Flanders Fields | Nova Libertas | Feeds |

Leerlingenraad OLVC Antwerpen

Naar jaarlijkse traditie werden er in mei 2002 verkiezingen gehouden voor het voorzitterschap van de Leerlingenraad van het OLVC. De verkiezingsstrijd ging dat jaar tussen de tandem Vincent De Roeck-Mathieu Mortelmans en het éénmansalternatief rond verschoppeling Michaël-Hendrik Vanderhaegen. Het pleit werd, na een bij wijlen zeer harde campagne, beslecht in het voordeel van Mathieu en mezelf. Ons “consulaatvoorstel” met twee alternerende voorzitters kreeg de steun van 56% van de stemgerechtigden. Hoewel de Europese Grondwet in Frankrijk met een veel kleiner verschil afgeschoten werd, was deze uitslag aan het OLVC blijkbaar toch geen garantie voor een overwinning. De "wannabe"-carrièrist Michaël-Hendrik kon zich niet bij deze uitslag neerleggen en tekende hiertegen verzet aan bij de directie. Het imagoprobleem van Mathieu en mezelf deed de rest.

Mathieu en mezelf werden tal van overtredingen en een “vuile campagne” verweten. Het democratisch deficit deed de rest. De directie koos de kant van de huilebalk tegen de democratische keuze van de kiezers en prompt werd Michaël-Hendrik zelfs, ondanks zijn schromelijke nederlaag, zonder meer geïnstalleerd als Leerlingenraadvoorzitter. Alsof er geen vuiltje aan de lucht was, maakte de schooldirectie duidelijk dat “vrije schoolverkiezingen” en “leerlingenparticipatie” in hun ogen maar loze woorden waren die ondergeschikt moesten blijven aan het Grote Gelijk van het kleinkatholieke establishment. Gelukkig was daar toen de waakzame Leerlingenraad om er een stokje voor te steken.

Onder impuls van oud-voorzitter Jimmy Decleir en raadslid Jens Moens werd na lang en fel debat een compromisvoorstel uitgewerkt en goedgekeurd. Mathieu Mortelmans wierp de handdoek in de ring en verklaarde zich niet langer kandidaat te stellen voor eender welk uitvoerend mandaat. Een tweede ronde tussen mezelf en Michaël-Hendrik Vanderhaegen werd uitgeschreven en een zeer gedetailleerd draaiboek werd opgesteld. Deze tweede ronde werd strikt opgevolgd door de directie en de bewegingsvrijheid van de kandidaten was uitermate gering. Ook werd deze leerlingenraadsverkiezing op uitdrukkelijke vraag van de directie toegespitst op inhoud, eerder dan op trendy vormgeving.

Hieronder kan je mijn verkiezingsprogramma van toen terugvinden, onder de ietwat hoogdravende titel "De Vincentiaanse hervorming, een tienpuntenprogramma". Na een druk bijgewoond leerlingendebat kreeg mijn programma het imprimatur van 79% van het electoraat. Gesterkt door deze vooroorlogse score kon ik in september 2002 dan toch met een propere lei aan mijn mandaat als Leerlingenraadvoorzitter beginnen, een mandaat dat ik tot op vandaag ben blijven koesteren.

(1) Het statutenvraagstuk.
Uit de specifieke manier van debat en structuur binnen de Leerlingenraad gedurende de voorbije ambtsperiode (die van Jimmy De Cleir) bleek dat er vrij vaak geargumenteerd werd door de zogenaamde Kaderleden op basis van de “statuten”. Statuten zijn immers de “partikuliere wetteksten” die bindend zijn voor alle leden van een welbepaalde organisatie, in dit geval de Leerlingenraad van het OLVC, met betrekking tot het reilen en zeilen binnen de Raad. Het gebruik en/of misbruik van dergelijke opgestelde reglementeringen door bepaalde oudere Raadsleden is schering en inslag op de zittingen van de Leerlingenraad, waardoor deze gedomineerd worden door diegene met inzicht in die statuten. Het gaat dan in de eerste plaats om de directie, de voorzitter en de permanente vertegenwoordiger van het lerarenkorps. De overige Raadsleden kennen de inhoudelijke samenstelling van die statuten niet en hierdoor kan willekeur niet uitgesloten worden. Het is onmogelijk een spel te spelen zonder de spelregels te kennen.

Daarom moeten we ten stelligste bewerkstelligen dat de voltallige leerlingenraad op de eerstkomende vergadering de kans krijgt om inzage te hebben in die statuten. Indien er echter, wat ik niettegenstaande de constante verwijzingen naar die reglementeringen toch wel verwacht, geen statuten bestaan of enkel bestaan in een altmodische vorm, dan dringt regulering vanuit de Raad zich op om in een zo kort mogelijke termijn dergelijke statuten in het leven te roepen. Dit teneinde de toekomst van de leerlingenraad als onafhankelijk orgaan veilig te stellen. De formulering en de publicatie van de statuten moet op een doordachte en transparante manier zonder overhaasting en met de nodige inbreng en sereniteit van alle betrokkenen gebeuren.
(2) De eerste raadshervorming.
Gesprekken en conférences met leerlingen uit de verschillende graden van het OLVC, hebben uitgewezen dat de Leerlingenraad nauwelijks aanzien geniet onder de leerlingenpopulatie. De meeste ondervraagden wisten zelfs niet dat onze school een Leerlingenraad had, laat staan dat ze al wisten welke bevoegdheden of macht deze Raad had. Onder de beperkte groep (hoofdzakelijk bestaande uit de derde graad) die de Leerlingenraad in zijn hoedanigheid als adviserend orgaan wel kende, was er ook veel ongenoegen over de inferieure rol die de Raad speelt in de schoolpolitiek. Waarom zouden we nog voorstellen indienen via onze vertegenwoordigers als die toch nooit gerealiseerd (kunnen) worden? Deze opvatting leeft bij zeer veel leerlingen en ergens hebben ze ook overschot van gelijk.

Bij het aantreden van de vorige voorzitter Jimmy De Cleir kondigde laatstgenoemde enkele volgens hem cruciale punten aan, zijnde de uniformkwestie en de infobrochure. De uniformkwestie heeft maanden aangesleept om uiteindelijk zonder stabiele oplossing geklasseerd te worden. De redactie van een infobrochure is één jaar opgeschort wegens tijdgebrek. Ondanks de zware inspanningen van de oud-voorzitter konden zijn hoofdpunten niet verwezenlijkt worden. De grootste vijand van deze hervormingen was niet zozeer de onenigheid binnen de Raad maar wel de inertie en de bureaucratie van de Leerlingenraad als organisatie. De bestaande omslachtige en tijdrovende procedures bemoeilijken het naar behoren functioneren van de Raad als een volwaardige democratische instelling, en maken de werking soms zelfs zogoed als onmogelijk. In een tijdperk waarin beslissingen zo snel als mogelijk in de praktijk moeten worden omgezet, is er geen plaats meer voor langgerekt lobbywerk en overbodige debatten die nooit tot de essentie van het voorstel doordringen doch enkel dienen ter ondersteuning van de conservatieve garde die elke vorm van progressie de kop wil indrukken. Dit moet veranderen, en liever vandaag dan morgen. Als wij heden ten dage de term “adviserende raden” horen, denken wij quasi onmiddellijk aan het verleden van democratische “charters”, de façaden waarachter absolutisten, despoten en dictators zich doorheen de geschiedenis konden verschuilen. Het wordt tijd om de bestaande paden te verlaten en resoluut te opteren voor het bewandelen van nieuwe wegen.

De functie van Raadslid moet heropgewaardeerd worden. Nu gebeurt het maar al te vaak dat klassen incompetente ongeïnteresseerde leerlingen afvaardigen omdat de bekwame leerlingen geen interesse (meer) hebben om de utopie van “leerlingenparticipatie” te dienen. Enkel idealisten, wereldverbeteraars en onervaren (hoofdzakelijk nieuwe) leerlingen bevolken vandaag de Raad. Dit komt de werking zeker niet ten goede. Een eerste stap in de goede richting zou zijn dat de Leerlingenraad van het OLVC (weliswaar als eerste in Vlaanderen) echte bevoegdheden zou krijgen waarover de Raad autonoom (bezield door de idee om ons College nog leefbaarder en grootser te maken) zou kunnen beslissen. De directie behoudt zich eventueel nog wel het privilege voor een Veto te kunnen uitspreken wanneer ze in eer en geweten oordeelt dat het al dan niet door de raad goedgekeurde voorstel schade berokkent aan de democratische, ethische of educatieve waarden waarvoor ons prestigieus College al verscheidene eeuwen borg staat. Verder zou het alles behalve onrealistisch zijn te vragen om de bevoegdheden van het Oudercomité gelijk te schakelen aan die van de Leerlingenraad.
(3) De tweede raadshervorming.
Ook de samenstelling en de rolverdeling van de Leerlingenraad moet aangepast worden om de productiviteit te bevorderen. Elke klas wordt normaliter verwacht iemand af te vaardigen. De afgevaardigden worden onderverdeeld in drie raden. De “Eerste Graadraad, de “Tweede Graadraad” en de “Leerlingenraad”. Afgevaardigden uit de derde graad worden ingedeeld in de Leerlingenraad of “Concilium Collegi” waar de eigenlijke beslissingen genomen worden en de voorstellen verder worden uitgewerkt. Naast de klasverantwoordelijken zetelen ook twee afgevaardigden uit elke Graadraad, een afgevaardigde uit het Oudercomité en uit het lerarenkorps in die Raad. Ook de directeur en de onderdirecteur horen aanwezig te zijn. Elk raadslid heeft het recht om drie maal per jaargang met reden afwezig te zijn (ziekten niet te na gesproken). Gevallen van overmacht kunnen als uitzondering op deze regel gelden. Elk voorstel moet voor de vergadering reeds door minstens drie leden goedgekeurd geworden zijn, anders zal het niet aan bod komen tijdens de zitting. Een voorstel wordt vervolgens bediscussieerd en een ad hoc werkgroep wordt opgericht (elk lid is verplicht om minstens één maal per jaargang deel te nemen aan een dergelijke werkgroep) om het voorstel aan te passen. Op de volgende vergadering wordt over het definitieve voorstel gestemd. Het voorstel wordt enkel doorgevoerd als er minstens een meerderheid is van 2/3 en er geen Veto uitgesproken wordt door de directie.

De afgevaardigden van Oudercomité en lerarenkorps fungeren als adviserende toehoorders die geen recht hebben om deel te nemen aan de stemmingen. De stemming is binnenskamers openbaar, maar geheim naar de buitenwereld toe. Lekken worden niet getolereerd en de enige informatie die naar buiten gebracht wordt, zal verstrekt worden via een vergaderingsverslag, genotuleerd door de secretaris en in zijn definitieve vorm gegoten door de Voorzitter. De Voorzitter wordt bijgestaan door een ondervoorzitter en een secretaris die de democratisch verkozen Voorzitter, de “primus inter pares”, zelf mag aanstellen. Wanneer de Raad het niet meer eens is met de werkwijze van de trojka kunnen ze een “motie van wantrouwen” indienen. Indien die motie gesteund wordt door een 3/4 meerderheid binnen de Raad of door een eenvoudige meerderheid plus de beide directieleden, dan wordt de trojka verplicht om ontslag te nemen en zal er binnen de Raad een nieuwe verkiezing plaatsvinden om de plaatsvervangers aan te duiden.

De reguliere verkiezing van de “primus inter pares” gebeurt jaarlijks onder de leerlingen van het vierde jaar van de Humaniora, ten laatste tegen het begin van de maand juni. De voltallige school heeft stemrecht en kiesplicht. Ze kiezen anoniem voor één van de kandidaten (het aantal is ongedefinieerd) en wanneer niemand een absolute meerderheid behaalt, moet een tweede ronde tussen de twee winnaars uit de eerste ronde uitsluitsel bieden. De verkiezing wordt gehouden onder toezicht van de Raad en alle onregelmatigheden moeten door de Raad worden beoordeeld en indien nodig gesanctioneerd. De kandidaten hebben recht op een welbepaald budget dat ze op individuele basis nog verder mogen aanvullen. De voorzitter wordt steeds verkozen voor een periode van twee jaar, dit teneinde de continuïteit te verzekeren.
(4) De uniformkwestie.
De uniformkwestie was het stokpaardje van Jimmy De Cleir, maar bleef desondanks een reusachtig dilemma voor velen. Wat moeten we doen met dit gegeven? Ofwel doen we alsof onze neus bloedt en negeren we de modeveranderingen. Bijgevolg houden we het uniformreglement onveranderd. Ofwel voeren we de wil van Jimmy De Cleir door en trekken we het uniform door in vijf en zes. Deze aanpak kan ik niet steunen en dit niet als populariteitsstunt of als stemmentrekkerij maar louter omdat het hier gaat over een voorstel dat reeds in dergelijke mate afgezwakt is zodat het compromis dat nu op tafel ligt in wezen waardeloos is. Het uniform doortrekken maar tegelijkertijd het uniform versoepelen is in mijn ogen iets doms. Men wil dus de uitwassen van het uniform doen verdwijnen waardoor eigenlijk het uniform in zijn totaliteit zal verdwijnen. Een uniform met “look-a-likes” kunnen we toch moeilijk nog een uniform blijven noemen?

Ikzelf ben dan ook voorstander om het uniform niet door te trekken naar vijf en zes maar wel om het uniform tot in het vierde jaar te verstrengen. De grijze broek wordt vervangen door een blauwe. Het lichtblauwe hemd wordt vervangen door het witte hemd. Bermuda”s in de zomer zijn toegestaan evenals “docksides” zonder kousen (op elk ander schoeisel zijn grijze kousen verplicht). Het probleem rond de trui wordt opgelost door één type trui in te voeren, met name een lamswollen donkerblauwe trui met College-insigne die op school te koop zal zijn aan een meer dan democratische prijs. Voor meisjes wordt de grijze rok vervangen door een blauwe rok. Hetzelfde geldt voor het turnuniform dat nu te weining comfort garandeert. Leerlingen dragen een korte sportieve broek of joggingbroek naar keuze en een poloshirt met College-insigne.

Verder zullen ook andere kledingstukken met het College-insigne verkocht worden zoals poloshirts, hemden, sweaters, petjes e.a. Voor leerlingen met financiële problemen zal er een bepaald fonds in het leven geroepen worden dat gespijsd wordt door de winst van de kledingverkoop. Zoals alle grote universiteiten van de wereld zal onze school dan ook zijn eigen kledinglijn hebben. De uniformkwestie heeft dan een langetermijnoplossing en het chauvinistisch gevoel van samenhorigheid wordt extra benadrukt.
(5) Een leerlingenradio.
Misschien wel het meest revolutionaire aspect van mijn programma en daarvoor waarschijnlijk ook het minst geliefde bij de personen die de touwtjes van ons College nog steeds strak in handen hebben. Het basisconcept van de leerlingenradio “Radio SJ” is een muziekinstallatie die aangesloten zal zijn op diverse luidsprekers verspreid over het gehele schoolcomplex. Tijdens de voormiddagspeeltijd en de lunchpauze zal er muziek gedraaid worden. Iedereen heeft het recht om zendtijd aan te vragen. Alle aanvragen worden eerst gecontroleerd door de Raad en de directie opdat de moraliteit van ons College niet met de voeten getreden zou worden.

De radio moet ook de nodige variatie bieden wat muziekstijl betreft. Een goede klassieke aria of opera moet naast moderne popmuziek een waardige plaats kunnen krijgen. Het volume moet de niet muziekfans de kans laten om zich met andere zaken bezig te houden. Ook de stille en praatstudie moeten van dergelijke geluidsoverlast gevrijwaard blijven. Leven en laten leven is de boodschap. Ook verzoeknummers zijn steeds welkom op onze vrije radio “Radio RJ”. Gedurende de lestijden zal de radio onbemand zijn en bijgevolg zal er dan ook geen muziek zijn. Hierdoor zal het lesgebeuren aan onze radio allerminst hinder ondervinden. Tijdens de lesonderbrekingen zal de radio beperkt beschikbaar zijn voor belangrijke dienstmededelingen (dit is geen reclame) en zo een forum worden voor de directie om bepaalde belangrijke informatie rechtstreeks aan alle leerlingen te verstrekken. Deze mondelinge overlevering zal geenszins de admitaturs en/of wekelijkse mededelingen vervangen maar kan zonder probleem als waardige aanvulling voor de intrascolaire communicatie dienen.
(6) Een schoolkrant.
Olvactueel is een veel gelezen tijdschriftje onder de ouders van de leerlingen, maar het trekt de leerlingen zelf allerminst aan. Enkel voor de examenroosters doorbladeren de meeste leerlingen het boekje. Olvactueel aanpassen aan de jeugdige lezers zou het probleem van desinteresse en oplage niet verbeteren, want dan zouden de ouders ongetwijfeld afhaken. Daarom rijpte er bij mij de idee om een tweede krant te verspreiden die in hoofdzaak gericht zal zijn op die andere doelgroep, op de leerlingen. Deze krant zal werken met abonnementen op jaarbasis. Een jaarabonnement zal bestaan uit tien exemplaren en de kostprijs zal variëren tussen 3 en 7 euro naarmate het gaat om een internetabonnement of afgedrukte exemplaren. De school zal geen enkele (financiële) bijdrage moeten leveren voor het onderhoud van de vrije krant “Forum”. Wel zou de school een ruimte moeten vrijmaken als redactieruimte. De directie krijgt een vaste pagina in de krant die ze naar vrije keuze mogen invullen. Aangezien het gaat om een leerlingenkrant zal de directie geen rechtstreekse inspraak hebben wat vormgeving en inhoud betreft. De Leerlingenraad zal als “censuurcommissie” optreden en aangezien de Raad ook bevolkt wordt door de directie zal laatstgenoemde via de Raad als censuurcommissie toch ook voldoende druk op de redactie kunnen uitoefenen.

De schoolkrant “Forum” zal een onafhankelijk blad zijn waarin de leerlingen bepaalde kritiek, wel op een beschaafde en serene wijze, het Ignatiaanse opvoedingsproject indachtig, mogen uiten. Personen mogen in dergelijke lezersbrieven nooit bij naam genoemd worden. Zowel de schrijver als de bekritiseerde persoon zullen door middel van afkortingen e.a. onherkenbaar worden tenzij de betrokkenen hun eigen naam vernoemd willen zien staan. De onkosten van het blad zullen volledig gedragen worden door de abonnementen en door giften van eventuele sponsors en sympathisanten. De eventuele winsten zullen in een fonds gestoken worden dat “Forum” uit eventuele schulden zal helpen in de toekomst of zullen worden geïnvesteerd in updating en nieuwe informatiemiddelen. De krant zal werken met een vast team van redactieleden bijgestaan door “freelance” medewerkers. Iedereen die een schrijven overmaakt aan de redactie, heeft ook wel degelijk een kans om in één van de volgende nummers aan bod te komen. De redactie en de Leerlingenraad behouden zich echter wel het voorrecht om welbepaalde artikels niet te publiceren, in te korten of anders te lay-outen. De redactie garandeert dat de authenticiteit niet aangetast zal worden.
(7) Een groene revolutie.
Groen op school. Na de muurkastjes ongetwijfeld het allergrootste cliché dat de verkiezingen voor Leerlingenraadvoorzitter doorheen de jaren bleef domineren. In het verleden bleek echter ook dat er geen enkele materie is binnen schoolverband die de moeilijkheidsgraad van dat “groen op de speelplaats” evenaarde. Bomen op de speelplaats gaan niet omdat de wortels dan de tegels zouden breken. Bloembakken op de speelplaats is niet verregaand genoeg voor de leerlingen, de kostprijs is te duur voor de school en er is door de constante expansie van ons schoolbestand een enorm plaatsgebrek. De speelplaats is nu al te klein, laat staan dat we er nog een reëel stuk van wegnemen als “groene zone”.

Groen op de speelplaats is in dat opzicht een onmogelijke zaak, een utopie gecreëerd door mijn voorgangers. Men kwam vorig jaar met het voorstel op te proppen om de parkmuur te beschilderen in een boslandschap om de illusie van groen op te wekken. Ook dit voorstel droeg bijna niemand een warm hart toe. Liever geen groen dan illusionair groen, was de onderliggende idee. Deze mening haalde het ook. Het plan werd afgevoerd. Maar is er dan echt geen alternatief? Volgens mij kunnen we het groen wel degelijk op school inplanten, maar dit zal dan wel een relatief groot budget opsoeperen. Een budget dat het school misschien liever ergens anders voor zou willen gebruiken. Nochtans zijn er ook enorm veel voordelen aan verbonden. De speelplaats wordt gedeeltelijk ontvolkt. De leerlingen hebben hun “groen”. En de directie is van het getouwtrek over het “groen” vanaf. Een duidelijke “win-win”-operatie dus!

Op de derde verdieping van de nieuwbouw (dit is het dak van de turnzaal) heeft men nog een ruimte vrij in open lucht. Indien die plaats archictecturaal in orde bevonden wordt om het gewicht van de “groene zone” te dragen, dan kunnen we op het dak van de turnzaal een terras installeren. De kiezels liggen er al. Het kan dus niet veel moeite kosten om dat dak op te fleuren met wat bloembakken en kleine sierplanten. Klimop tegen de gevel en een met klimop gecamoufleerde afsluiting zorgen voor de afwerking. Verder zou ik er een drankautomaat installeren en tuinmeubelen zoals tafels, stoelen, ligbedden en parasols neerpoten. De ruimte zou enkel open zijn onder de middag. De surveillantie zou gebeuren door middel van een leerkracht of indien niet mogelijk, door middel van camera’s. Aanvankelijk zou men de “groene zone” open kunnen stellen voor alle leerlingen maar moest later blijken dat er niet voldoende plaats is of indien de veiligheid daardoor in het gedrang komt, dan kan de directie ofwel een beurtrol invoeren ofwel een klein inkombedrag vragen.
(8) Extern tuchtreglement middag.
In het huidige schoolreglement is de reglementering met betrekking tot de externe lunchgebruiker erg omslachtig geformuleerd. Enerzijds lijkt alles te mogen maar na concreet onderzoek blijkt dat niets mag. Een duidelijk ondubbelzinnig “extern tuchtreglement middag” dringt zich dan ook op om eindelijk een einde te maken aan de ambiguïteit van het gegeven. Nu mag een leerling van de derde graad na schriftelijke toelating van zijn ouders onder de middag zijn lunch thuis gebruiken. Als bewijs krijgt hij hiervoor een aangepaste leerlingenkaart waaruit blijkt dat de persoon in kwestie een externe lunchgebruiker is. Hij mag echter volgens datzelfde reglement zijn lunch niet gebruiken op een andere plaats dan thuis. Hij mag geen sigaretje roken onderweg. Hij mag niets gaan eten. Hij mag niets gaan drinken. Als hij te ver van school woont, mag hij zelfs niet thuis gaan eten.

Persoonlijk snap ik de bezwaren van de schooldirectie in dit opzicht niet. Indien de ouders hun kind de toelating geven om thuis te komen eten dan verbinden ze zich er toch ook toe het toezicht gedurende de middagpauze op zich te nemen en dit niet meer in de handen van de school te leggen. Bijgevolg heeft de school volgens mij geen enkel recht om bezwaar te hebben tegen deze middaguitstapjes. De leerlingen in kwestie staan onder toezicht van hun ouders vanaf het moment dat ze de school ’s middags verlaten tot op het moment dat ze de school weer betreden. In de tijdspanne tussen vertrek en aankomst is de leerling bijgevolg vrij in zijn doen en laten indien de ouders ermee instemmen.

De school kan de desbetreffende leerlingen enkel sanctioneren indien ze de naam van het College een slechte naam geven door in naam van het OLVC onder de middag herrie te schoppen, of indien ze te laat terugkomen en bijgevolg een deel van de les missen. Als de leerling rookt, drinkt of buitenshuis eet met de toestemming van de ouders dan moet de school de vrijheid en de beslissing van die ouders en van die leerling eerbiedigen. Een duidelijke schriftelijke voorafgaande toelating door de ouders is echter wel vereist en dit om misbruik tegen te gaan. Eventuele contacten tussen leerkrachten en leerlingen onder de middag mogen steeds aan de desbetreffende ouders gemeld worden. Aangezien zij verantwoordelijk zijn, hebben ze het recht om te weten waar hun kinderen ’s middags rondhangen.
(9) Een verbetering van de faciliteiten.
Over de strip- en de gewone schoolbibliotheek heb ik in wezen niets te melden. Er is genoeg leesvoer, de organisatie is uitstekend en de boekenwurmen komen goed aan hun trekken. Het computerlokaal is ook voldoende in orde. Het materiaal is niet het allernieuwste maar het is recent genoeg. Iets meer controle op de bezochte websites zou wel mogen want veel ethische regels worden onder de waakzame ogen van de toezichthouders toch overtreden. De mediatheek is het grote vraagstuk want zeer weinig mensen (waaronder ikzelf) kennen het reilen en zeilen binnen de mediatheek in voldoende mate om er gebruik van te kunnen maken. Daarom zou het niet slecht zijn om via een brochure of via de wekelijkse mededelingen een overzicht van alle middagactiviteiten mee te delen aan de voltallige Collegegemeenschap.

De fitnessruimte is in onbruik geraakt. Persoonlijk stel ik voor dat we die ruimte volledig ontruimen en een nieuwe functie geven, want het gros van het materiaal verkeert in erbarmelijke staat en er is quasi geen interesse voor fitness. Het zou bijvoorbeeld veel meer aantrek genereren, moesten de turnleraren samen een initiatief nemen om na schooltijd met een groep geïnteresseerden naar een fitness te gaan en hen tegen vergoeding daar te begeleiden. De stille studie was een goed initiatief maar de laatste tijd zijn de regels verwaterd en is de stille studie uitgegroeid tot een tweede praatstudie. Ofwel schaffen we de stille studie af, ofwel herstellen we de stille studie in zijn oorspronkelijke staat en blijft het er gedurende de hele middag muisstil. De praatstudie is ook een goed geolied concept maar het zou nog verbeterd kunnen worden door drankjes in de studie te laten nuttigen. Men studeert toch veel beter met een fris drankje in de hand.

Voor de speelkelder hebben we dringend een budget tot renovatie nodig. Een dergelijke ruimte zouden we perfect kunnen aankleden door in eerste instantie alle muren met graffiti te schilderen. Vervolgens stel ik voor dat we, overeenkomstig de idee van de “Johan Cruyff Foundation”, een pingpong- en een biljartclub contacteren die ons nieuw materiaal bezorgen waarvoor de gebruiker dan betaalt. Het geld dat gecollecteerd word, gaat dan naar de desbetreffende biljart- en/of pingpongclub. Het toezicht op het materiaal gebeurt ofwel door leerkrachten, door leerlingen of zelfs door camera’s. De school verdient aan de speelkelder niets meer, maar het heeft er ook geen kosten meer aan. Verder kunnen we er ook een drankautomaat laten installeren zodat men ook in de kelder een drankje kan nuttigen. Het rookprobleem in de toiletten kunnen we niet oplossen tenzij we het roken ergens anders legaliseren. Persoonlijk vind ik het niet meer dan logisch dat de leerlingen éénmaal buiten de schoolpoort recht hebben om hun zin te doen. Voor sommigen bestaat dat “hun zin doen” uit het roken van een sigaretje. Gun elk diertje toch zijn pleziertje! Wanneer we het roken buiten de school toestaan zal er minder gerookt worden in de toiletten. Het installeren van camera’s in de toiletten kan soelaas bieden, evenals een sproeisysteem dat bij rookontwikkeling in werking treedt. Het roken is niet het hoofdprobleem in de schooltoiletten maar wel het gebrek aan properheid door de peuken. Soms heb ik het gevoel dat ik aan het pissen ben in een asbak, eerder dan in een pissein. Daar moet dringend verandering in komen. De enige mogelijkheid bestaat erin om er een grote asbak te installeren en bijgevolg het signaal te geven dat roken in de toiletten niet is toegestaan maar als je het dan toch doet, vragen we je beleefd om je peuk in de asbak te deponeren. De middagstudie in de eerste graad is een goed initiatief evenals het peter/meter-project. Aan beide hoeft niets veranderd te worden.

Ook Mariënborgh was, is en zal altijd een zege blijven. Het zou wel aangenamer zijn, mocht volgend jaar iedereen het recht hebben om één keer per veertien dagen naar Mariënborgh te gaan. Ook de klascompetitie zou volledig doorgetrokken moeten worden naar vijf en zes. Klascompetitie bevordert de klassfeer en de teamspirit. Daarom snap ik niet waarom de klascompetitie voor vijf en zes zo elementair geworden is. Ook voor de derde graad moet ze voldoende sporten tellen. Er moet ook een informatiefolder en -film over het college worden opgesteld die we op de opendeurdag kunnen aanwenden.
(10) Chrysostomos 2003.
Het is al enkele jaren een traditie dat het zesde jaar van de Humaniora een show in elkaar steekt en deze dan bij aanvang van de laatste honderd dagen van hun middelbare schoolcarrière opvoert voor de rest van de Humaniora, alsook voor de ouders en de oudleerlingen. Ikzelf ben bereid om het komende jaar ook dit project te gaan trekken. Vorig jaar durfde ik het immers kritiek te spuien op de show en verscheidene individuen verweten mij dat. “De beste stuurlui staan aan wal”, zeiden ze. Mijn antwoord daarop was steeds “En volgend jaar staan ze op het podium een staande ovatie in ontvangst te nemen.” Deze oneliner illustreert perfect mijn ambitie om van de komende show een weergaloos spektakel te maken zodat onze generatie nog jarenlang zijn sporen zal achterlaten in de Annalen van dit College.
Fragmenten hieruit verschenen ook in de periodiek Olvactueel.

Meer informatie over het OLVC op www.olvc.edu.

4 Reacties:

At 16:29 Anoniem said...

Die "Michaël-Hendrik Vanderhaegen", is dat die bruine flikkerige krullenbol die vorig jaar in Leuven (1ste lic rechten) is komen aanspoelen na zijn kandidaturen aan de UFSIA gedaan te hebben?

 
At 14:02 Mathieu said...

Inderdaad anonieme, volgens mij bedoel je inderdaad die Michaël Hendrik Vanderhaegen. Draagt die ook niet vaak een wit kostuum? Want dan is het hem zeker, de flikker...

 
At 12:00 Anoniem said...

Nee Mathieu, hij draagt geen wit kostuum meer, maar heeft nu lang krulhaar ... lijkt nog meer op een flikker dan vroeger waarschijnlijk maar ik kan jammer genoeg niet vergelijken natuurlijk ;-)

 
At 12:01 Mathieu said...

Lange krullen ... That's him tien tegen one!

 

Een reactie plaatsen