For our heritage and freedom ! Home | About | Contact | Vincent De Roeck | Liberty Quotes | The Free State | In Flanders Fields | Nova Libertas | Feeds |

Günter Wand, star ohne allüren

Uit de oude doos. In 2002 schreef ik deze grafrede. Günter Wand, één der grootste en meest prestigieuze Duitse dirigenten, werd geboren op de zevende januari van het jaar des heren 1912. Zijn geboortestad was Elberfeld, een stadje dicht bij Wuppertal, waar zijn ouders enkele jaren voorheen waren komen wonen om er als het ware een nieuw leven als koopman-ondernemer te beginnen. Zijn vader was afkomstig uit een boerenfamilie die een klein boerderijtje runde, terwijl zijn grootouders aan moeders kant handenarbeid verrichtten. Ondanks het gebrek aan know-how slaagde vader Wand erin om een succesvol bedrijf op te richten en om zijn zoon Günter een goede jeugd te bezorgen. Geld mag dan in se wel niet gelukkig maken, maar het draagt er wel een reëel steentje toe bij!

Na het primair en het secundair onderwijs cum laude doorlopen te hebben, ving Günter Wand hogere studies, zijnde filosofie en muziek, aan te Keulen. Wand groeide op de universiteit reeds uit tot een levende legende. Nog nooit hadden de professoren zo’n natuurtalent als Günter gezien en zijn vedette-status hielp hem op relatief jonge leeftijd al aan zijn eerste echte topfunctie, namelijk koor- en orkestleider aan de ‘Wuppertaler Oper’. Na zijn eerste groot muzikaal avontuur, trok hij opnieuw naar Keulen om daar de functie van eerste kapelmeester te gaan bekleden. In 1944 werd het operagebouw door Amerikaanse ‘Flying Fortresses’ met de grond gelijk gemaakt en op dergelijke wijze werd Wand gedwongen om nieuwe horizonten te gaan opzoeken. Hij trok stante pede naar het Oostenrijkse Salzburg waar hij nog diverse jaren actief bleef als hoofddirigent van de plaatselijke concerthal.

Na de oorlog die aan meer mensen het leven had gekost dan om het even welke andere oorlog uit de aardse geschiedenis, verliet Wand Salzburg om zich terug in zijn geboortestreek te vestigen. Hij wilde immers zijn oude taak bij de vernieuwde (lees: met Marshall-dollars wederopgebouwd) ‘Kölner Stadthalle’ weer opnemen. Verder prijkten er nog verschillende andere gelijkaardige functies op Günter Wands palmares, id est hoofddirigent van de NDR (1982 tot in 1991), hoofddirigent van het Chicago Symphony Orchestra (1989-1993) en eredirigent van het NDR-orkest (1993-2002). Günter Wand zal uiteindelijk 90 worden. De dood van de Meester zal de ganse muziekwereld in tranen en met tandengeknars achterlaten.

‘Eitelkeit isst eine scheussliche Untugend’ Met dergelijke majestueuze citaten trachtte wijlen Günter Wand de toenmalige maatschappij te bekritiseren op een beschaafde manier, in tegenstelling tot het zootje ongeregeld dat maar al te vaak op televisie de revue passeert, al scheldend en al stenen door vensters van bankgebouwen smijtend tijdens één of andere anti-globalistenoptocht. De maatschappij die Wand, als rasechte idealist, voor ogen had, strookte in quasi geen enkel opzicht met de huidige maatschappij waar status, prestige, faam en roem hoogtij vieren. Elke zichzelf respecterende beroemdheid of ‘nouveau-riche’ meet zichzelf een houding aan, die hem door de media wordt opgedrongen. IJdelheid is de facto niet meer te bannen uit het huidig wereldbeeld en deze snobistische vorm van eigendunk resulteerde bij Günter Wand in een gevoel van onbehagen jegens de moderne mens, die volgens Wand niets meer of niets minder is dan een robot, een cloon van de media of een slaaf van de samenleving. Ook zijn levensleuze ‘Wir mussen der Musik zu dienen und nicht dem Ruhm hinterher zu jagen’ illustreert perfect zijn opvattingen over de uitspattingen en de kapsones van de huidige ‘Spassgesellschaft’ die flink op weg is om te evolueren tot een ‘Verblödungsgesellschaft’ : Alle mensen weten wat er gaande is maar niemand durft het woord te nemen en de stilzwijgende meerderheid van de wereldbevolking een forum te geven.

Ikzelf ben echter niet dezelfde mening toegedaan als Günter Wand. In de huidige prestatie-gerichte maatschappij waar het eigenbelang primeert en het collectivisme nagenoeg verdwenen is, mogen we geen enkel ogenblik halt houden om te genieten van ons verleden of om ons een aantal fundamentele vragen over de goedheid van onze daden stellen. Stilstaan betekent immers achteruitgaan! Mensen die niet meer passen in het productieve jeugdige stramien vallen naast de boot. Zij worden zo gedoemd om in de marginaliteit te leven. Zij worden gedwongen om hun hand uit te steken om geld te vragen, om zich te verlagen tot het niveau van de bedelaar. In onze sociaal-liberale samenleving is deze vorm van aalmoes beter bekend onder de naam ‘uitkering’. De woorden van George Walker Bush ‘failure is not an option’ hebben niet enkel te maken met de strijd van de beschaving tegen het terrorisme maar zijn de facto een perfecte verwoording van de grote liberale gedachte, waar het mislukken synoniem is met in de armoede verzeild geraken.

Persoonlijk heb ik geen enkel probleem met betrekking tot deze nieuwe wereldorde, gebaseerd op prestatie en geld. Het communisme daarentegen is veel beter zeiden de onwetende door Karl-Marx geïndoctrineerde en door hun eigen falen gefrustreerde gauchisten. Het bewijs dat deze opvatting een illusie was gecreëerd door de Partij is het feit dat het zogezegd schitterend systeem na een slepende ziekte van meer dan een halve eeuw eindelijk crepeerde in zijn eigen vuilnis en een heel volk uitgemergeld en uitgeperst achterliet. Het concept van een maatschappij gedirigeerd door het proletariaat bleek uiteindelijk te resulteren in de verloochening van het socialisme om hun eigen zakken te kunnen vullen. De cirkel in de politiek is immers rond. Nazisme en communisme zijn geen uiterste tegenpolen maar ze raken aan elkaar. Het enige verschil tussen beiden is het feit dat het Nazisme de groot-fascistoïde gedachte openlijk poneert, terwijl het achterbaks communisme overleeft op de kap van hun eigen mensen : zij laten hun volk de illusie van vrijheid, welvaart, geluk en gelijkheid, maar de grote partijbonzen zuigen hen uit. ‘Veritas dura est’. De waarheid is hard.

Ik vind het ook vrij eenvoudig om aan het einde van uw leven bij uw overpeinzingen over het al dan niet goed geleefd te hebben, bepaalde minder fraaie delen uit uw leven volledig trachten weg te cijferen aan de hand van citaten die de meeloperij van ‘La Grande Foule’ aanklagen. Günter Wand heeft immers bij het formuleren van zijn ‘Spass- und Verblödungsgesellschaft’-theorie zijn eigen gedragingen gedurende het NS-regime genegeerd. Het is zeker niet mijn bedoeling om Wand persoonlijk verantwoordelijk te stellen voor de Holocaust noch om het gehele Duitse volk als passieve medeplichtigen te veroordelen, maar het blijft een niet te ontkennen feit dat Wand gedurende zijn studentenjaren in Keulen geen enkele daadwerkelijke daad en/of signaal heeft gegeven die erop zouden kunnen wijzen dat hij het Nazi-regime afkeurde. De ‘wir haben es nicht gewusst’ houding van de vele Duitse soldaten en/of burgers komt in grote maten overeen met die ‘Verblödungsgesellschaft’ die Wand aantreft in onze huidige maatschappij. Het blijft in mijn ogen niet opportuun om dergelijke zaken op te werpen, Wands verleden indachtig. Hij studeerde wel aan de meest linkse universiteit in Duitsland, zijnde Köln, en hij bezat inderdaad geen partijkaart, maar toch had hij, zeker als muziekmaker, een poging kunnen ondernemen om de rest van het Duitse volk wakker te schudden en om zo de dood van tientallen miljoenen Joden te vermijden.

Günter Wand vergéét dat de laksheid en de ‘laissez faire, laissez passer’-ideologie van het plebs uit het ‘millenniumtijdperk’ grosso modo overeenkomt met zijn eigen ‘Jedem das Seine’ oorlogsfilosofie waarbij de overlevingsdrang van het individu zo sterk schijnt te triomferen dat de maatschappij in se ontploft. Ik begrijp Günter Wand natuurlijk wel. Ik zou immers identiek hetzelfde hebben gedaan. Wand was een slimme opportunist die zijn eigen vingers niet wilde verbranden in een cruciale periode van zijn eigen dirigentenloopbaan. In zijn mars naar de top heeft hij weliswaar geen reële steun genoten van de Nazi’s maar hij heeft zeker geen tegenkanting gekregen, wat toch wel lichtjes wijst op een vorm van wederzijdse aanvaarding en/of begrip.

Maar wie ben ik om één der grootse Duitse dirigenten aller tijden te bekritiseren? Een idealist die uitkomt voor zijn eigen mening? Iemand die nog niet gehersenspoeld is? Iemand die nog niet beïnvloed is door het extreem-rechtse gedachtegoed? De toekomst zal het uitmaken...

Fragmenten hieruit verschenen in de periodiek Olvactueel.

Meer informatie over deze dirigent op www.gunterwand.org.

2 Reacties:

At 12:49 Anoniem said...

Vincent, in de periode 2001-2003 zag je kennelijk overal "nazi's" en "communisten" ... Toch goed dat je sindsdien een beetje gas teruggenomen hebt, en je de allerscherpste kantjes een beetje ervan afgeveild hebt.

Wat het voortdurend verwijzen naar de Nazi's betreft : http://nl.wikipedia.org/wiki/Wet_van_Godwin

 
At 13:05 Hugo said...

What the hell doet een hagiografie van een componist op deze "politieke" en "ideologische" weblog?

 

Een reactie plaatsen