For our heritage and freedom ! Home | About | Contact | Vincent De Roeck | Liberty Quotes | The Free State | In Flanders Fields | Nova Libertas | Feeds |

Een geschiedenis van Berchem

Berchem is veel meer dan een districtje binnen de grootstad Antwerpen. Berchem is een bruisende, welvarende en tolerante gemeenschap waar het goed toeven is en een gemeenschap die prat kan gaan op een zéér rijke geschiedenis. De geschiedenis van het Antwerpse kan zelfs niet eens verteld worden zonder verwijzing naar de oude Heerlijkheid Berchem, gelegen ten zuiden van Antwerpen. Het is evenwel niet zeker wanneer er voor het eerst sprake is van Berchem. Volgens de legende zou in het begin van de 8ste eeuw Sint-Willibrordus, de bisschop van het Aartsbisdom Utrecht, het kleine dorpje Berchem bezocht hebben. Hij bouwde er een bidkapel. Voor de 13e eeuw zijn er geen Berchemse documenten teruggevonden, ofschoon de bidkapel volgens secundaire bronnen een belangrijke regionale pleisterplaats geweest zou zijn. De gunstige ligging van Berchem, ongeveer 12 meter boven de uitgestrekte gebieden die vaak overstroomd werden door de Schelde, lokte ook andere families. Zo ontstond een kleine religieuze gemeenschap die leefde van jacht, visvangst en landbouw.

In de 13de eeuw zouden de Berthouts zéér machtige grootgrondbezitters onder het gezag van de Hertog van Brabant geweest zijn. De ’Heren van Berchem’ waren vazallen van de Brabantse suzerein. De eerste die ‘van Berchem’ zal worden genoemd, is Wouter Berthout van Ranst (1249). In 1450 telde het dorp nog maar 40 huizen. De ‘heer van Berchem’ benoemde de dorpsoverheden, oefende het recht uit en mocht zelfs de doodstraf uitspreken. Eerst inde hij de belastingen in granen, kippen, enzovoort, maar later in geld. Hij had het recht zijn slaven zijn veldgewassen te laten maaien en te snijden zonder vergoeding.

Naarmate Antwerpen zich ontwikkelde en het verkeer tussen de stad en Mechelen toenam, vergrootte ook het aantal inwoners in Berchem. Voor 1550 woonden langs de Oude Baan (Generaal Lemanstraat en Floraliënlaan) hoefsmeden, wagenmakers en herbergiers. Later gingen ze naar ‘den nieuwen heirweg’, de grote Mechelse baan, vandaag de Grote Steenweg. De bloeitijd van Antwerpen was ook die van Berchem in de eerste helft van de 16de eeuw, de Gouden Eeuw. Berchem telde toen 3,000 inwoners. Er werden allerlei stielen en nijverheden uitgeoefend, er stonden veel stenen huizen waarvan sommigen met pannen bedekt. Ook de kerk was geen ronde hut meer maar was in steen gebouwd en had zelfs een uurwerk. De tweede helft van de 16e eeuw was noodlottig voor Berchem en het hele land. Het was een tijd van godsdiensttwisten, beeldstormers, kerkdieven, plunderende Spaanse en andere soldaten.

Tijdens de Reformatie van de 16e eeuw werden in Berchem 'Hagenpreken' gehouden door de calvinisten. Berchem verwerd alzo tot hét protestantse bolwerk van de regio. Op 21 augustus 1566 vond de Beeldenstorm plaats, waarbij ook de kerk van Berchem geteisterd werd. Maar het werd nog erger. In 1584 viel het calvinistische Berchem in de handen van de Spanjaarden en werd door de katholieke machthebbers beslist: ‘dat men hetselve dorp, toren en de kercke sal ruyneren ende destrueren met de huysinghen’. Berchem werd vernield, alleen het kasteel Posthof bleef gespaard omdat het in dienst stond van de Staaten. In 1605 begon men met de heropbouw van de kerk.

De tweede helft van de 17e eeuw was ook niet zonder moeilijkheden. Hollandse rebellen kwamen regelmatig oorlogsschatting opeisen. Ook de ambachten van Antwerpen zorgden voor moeilijkheden. Ze klaagden over de inkrimping van de bevolking en over de concurrentie van de buitenambachten. Berchem was door de Spaanse repressie van een protestants nest verworden tot een ultra-katholieke gemeenschap. De kapitalistisch-calvinistische manier van handelen, bleef echter bewaard. Berchem manifesteerde zich als één van de meest bloeiende handelcentra op de rechteroever.

In de 18de eeuw telde Berchem 1000 inwoners en was de kerk volledig hersteld. Langs de Grote Steenweg, die toen gekasseid was, woonden meer hoefsmeden en herbergiers dan in de rest van Antwerpen. De inwoners van Berchem begonnen aardappels te telen en de bevolking ging stilaan naar de 2000 inwoners. Zeer geleerd waren de boeren van Berchem niet maar ze konden wel lezen en schrijven. De koster-orgelist was tevens dorpsonderwijzer.

Op een gegeven moment kwam de “koster van Weenen”, Keizer Jozef II, aan de macht in onze contreien en begon zich met alles te bemoeien. De Brabantse omwenteling brak los en de mensen van Berchem kochten samen één kanon. De pastoor betaalde er zelfs drie. Eénmaal van de Oostenrijkers verlost, begonnen de Berchemnaren ruzie onder elkaar te maken. Op zekere dag sloten de Fransgezinde Sanscullotten de kerk, namen de pastoor mee, zetten het dorpsbestuur af en stelden een ‘agent national’ aan. De pastoor werd gelukkig vrijgelaten en de kerk heropend in 1800. Toen Napoleon werd verslagen in 1815, brak voor Berchem terug een rustige tijd aan. Onder het Hollands bewind klom de bevolking tot 3000. Er waren vier brouwerijen en verscheidene andere nijverheden. In die periode werd ook de eerste Berchemse gemeenteschool opgericht en een meisjesschool door de zusters Annunciaden. Berchem werd zo een regionaal onderwijscentrum. In 1864 was de bouw van de fortengordel rond Antwerpen klaar waarbij Berchem werd opgedeeld in een zone intra muros en een zone extra muros. Eind 19de eeuw werd het onderwijsnet verder uitgebreid. In 1900 telt Berchem 20,000 inwoners.

In 1862 begon men met de bouw van de vestingen. De vestingwerken hebben het centrum van Berchem afgesloten van de andere delen van de gemeente. Als de Berchemnaren van binnen de wallen naar buiten wilden, dan kon dat tot in 1910 alleen via de poorten. Berchem had zes poorten: de Borsbeekse poort, de Spoorbaanpoort (weg naar Groenenhoek), de Berchemse poort (naar De Veldekens), de Mechelse poort (weg naar Mortsel, tram 7 reed erdoor), de Edegemse poort (naar de Floraliënlaan) en de Wilrijkse poort (waardoor tram 5 reed). Tijdens de bouw waren er gemiddeld 13 tot 14.000 mensen aan het werk van 5 uur ’s morgens tot 7 uur ’s avonds, met twee onderbrekingen van een half uur en een middagpauze van één uur. Grondwerkers verdienden 2 tot 2,5 frank per dag, metselaars 4 tot 4,5 frank. ’s Nachts sliepen de arbeiders per 20 in strohutten. In 1964 werden de vestingwerken afgebroken.

Franciscus Van Hombeeck was burgemeester van Berchem van 12 september 1885 tot bij zijn overlijden op 25 september 1907. Onder zijn beleid groeide Berchem nog verder uit en werd het een toonbeeld van welvaart en vrijheid. Zijn begrafenis werd door honderden inwoners bijgewoond. Alles ging goed met Berchem tot WO-1 uitbrak.

Berchem heeft een groot deel van de bombardementen van oktober 1914 ondergaan. Twee dagen en twee nachten lang werd er gebombardeerd. Geen wijk, buurt of straat bleef gespaard. Tussen de 60 en 70 huizen werden totaal vernield. Daarnaast werden ook heel wat gebouwen ernstig beschadigd zoals het Sint-Mariagasthuis, de Sint-Hubertuskerk, de torenhoge schouw van de linoleumfabriek, het Sint-Stanislascollege, de Basiliek van het Heilig Hart, … Het overgrote deel van de bevolking was gevlucht naar veiligere streken in het buitenland.

Toen op 9 oktober 1914 het bombardement werd gestaakt, verbleven in heel de gemeente geen 500 mensen meer. Diezelfde morgen verschenen de Duitse troepen en onder gewapende bewaking werd een ambtenaar gelast de soldaten naar het Antwerpse stadhuis te brengen. Vanaf dan verloren de Berchemnaren vier jaar lang hun vrijheid. Veel vluchtelingen keerden terug naar hun steden maar een groot aantal verkoos een vrijwillig ballingschap en bleef in het buitenland. Het gemeentebestuur stelde alles in het werk om de nood te verzachten. Er werden tientallen instellingen van ‘menschlievendheid’ gesticht die het lijden enigszins konden verzachten, o.a. met 10 miljoen frank aan gemeenteleningen.

Eindelijk brak 11 november 1918 aan waarbij de Duitsers vertrokken. 160 Berchemse soldaten sneuvelden op het slagveld, bleven vermist of bezweken aan hun wonden en ziekten. Daarbij zijn niet de slachtoffers gerekend tussen de jonge Belgen die onder de bezetting naar Duitse folterkampen werden gedeporteerd.

Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog werd Groot-Antwerpen gevormd. De Antwerpse randgemeenten werden bij de Scheldestad gevoegd en vanuit Antwerpen bestuurd. Na de bevrijding van België werd deze maatregel nietig verklaard en kreeg Berchem zijn autonomie terug. In 1969 werd de fortengordel afgebroken om plaats te maken voor de Ring en Singel. In dat jaar bereikte Berchem ook zijn grootste aantal inwoners: 50.767. In 1980 zakte dit terug tot 45.815 inwoners. Op 1 januari 1983 hield het autonome Berchem op te bestaan en werd het district Berchem. Het werd samen met de andere randgemeenten gefusioneerd tot het nieuwe Groot-Antwerpen.

Deze korte kroniek van Berchem kan je ook nalezen op de website van de Jong VLD Berchem en op de Nederlandstalige Wikipedia.

Meer over deze oude Heerlijkheid op www.berchem.be.

4 Reacties:

At 10:42 Geert Van Nauwelaerts said...

Vincent, chapeau hoe jij trots kan doen over een districtje van Antwerpen. Jij bent waarschijnlijk zo iemand die vindt dat elke straat bij voorkeur autonoom beleid mag voeren, met regels afgedwongen door een straatwacht en 'vigilante justice', en dat de afsplitsing van Berchem van Antwerpen een eerste stap in die richting is. Intellectueel misschien wel een leuk debat, maar in de praktijk valt daar niets met aan te vangen.

 
At 19:17 guillaume said...

@ Geert

Ik zie niet uit welke hersenkronkel deze reactie van jou ontsproten is. Vincent zegt toch helemaal niets over 'vigilante justice' of burgerwachten, of over de secessie van Berchem. Zijn post gaat gewoon over de geschiedenis van 'zijn' thuisgemeente, en ik heb veel respect daarvoor. Ik woon zelf ook in een deelgemeente van een Vlaamse centrumstad en mij zou het ook niet storen, moesten wij terug defuseren, ook al heb ik bijlange niet dezelfde rijke geschiedkundige achtergrond als Berchem.

 
At 01:35 Hugo said...

Wat een jingoïstisch gezever allemaal. Berchem is een station, 40,000 verarmde mensen, meer dan 50% migranten, een torenhoge criminaliteit, een mediocere voetbalploeg en enkele parken rond de Ring waar verkrachtingen en moorden eerder de regel zijn. Een fraaie geschiedenis of niet, het is het heden dat telt! Enkel een dwaas leeft in het verleden.

 
At 17:49 Anoniem said...

Mochten de mensen meer rekening houden met het verleden en zijn geschiedenis dan pas zouden er veel minder dwaze dingen gebeuren, volgens mij leeft een dwaas alleen in het heden zonder het verleden te willen kennen.

 

Een reactie plaatsen