For our heritage and freedom ! Home | About | Contact | Vincent De Roeck | Liberty Quotes | The Free State | In Flanders Fields | Nova Libertas | Feeds |

Adam Smith krijgt allereerste standbeeld in Edinburgh

Via de laatste nieuwsbrief van de “Atlas Economic Research Foundation” kreeg ik twee nieuwtjes te horen over de libertarische beweging, die ik jullie hier zeker niet wil onthouden. De “Foundation for Economic Education” krijgt een nieuwe voorzitter en het Britse “Adam Smith Institute” mocht op 4 juli laatstleden het allereerste monument voor Adam Smith in de wereld onthullen. De auteur van “The Wealth of Nations” kreeg zijn monument in Edinburgh, zijn Schotse geboorteplaats. Het standbeeld voor de grondlegger van het klassieke liberalisme werd integraal betaald door het ASI via private fondsen en vrije giften. Ook de Britse premier Gordon Brown, nochtans officieel een sociaal-democraat en derdeweg-adept, was present op de onthulling van dit standbeeld. Browns aanwezigheid bewees in de hoofden van velen dat “New Labour” vandaag de dag wel degelijk in de vrije markt gelooft en volledig gebroken heeft met haar protectionistisch vakbondenverleden. Het Verenigd Koninkrijk is en blijft in mijn ogen de enige plek in West-Europa waar de “battle of ideas” onder impuls van Margaret Thacher en anderen wel degelijk definitief beslecht is in het voordeel van de vrije markt.

Eamonn Butler, de voorzitter van het “Adam Smith Institute”, verwoordde de nalatenschap van Adam Smith als volgt:
This honour is long overdue. As author of The Wealth of Nations (1776), Adam Smith was the pioneer of what today we call economics. He championed the benefits of specialization and free trade, creating the very idea of the modern market economy that dominates the free world today.
En de ASI-website beschrijft het standbeeld als volgt:
The monument, which takes the form of a 10-foot bronze statue on a massive stone plinth, sits on Edinburgh's Royal Mile - right in the heart of Scotland's capital city, where Adam Smith worked and died. The statue was created by Alexander Stoddart, Scotland's leading monumental sculptor, and was unveiled by Nobel Laureate Economist Professor Vernon L. Smith. The statue's position - in an ancient marketplace - could hardly be more appropriate. The monument is within view of the recent statue of Smith’s friend David Hume, looking downhill to the Canongate (where Smith is lived and is buried), towards the harbour of Leith (with its connotations of trade and commerce), and over the sea to the county of Fife, where Smith was born. The Statue shows Smith in later life - he spent his last years in Edinburgh - but still strong. Behind him is a plough, modelled from a contemporary plough in the Scottish Farming Museum, reminding us of the agrarian economics which Smith supplanted. Before him is a beehive, a symbol of the industry on which he believed progress was based. On top is a globe on which Smith rests his hand - made invisible by his academic gown. The gown itself reminds us of Smith the philosopher, exploring eternal ideas; and behind, St. Giles’s Cathedral completes the evocation. From the other side, we see Smith’s 18thC dress, with the City Chambers beyond, reminding us of Smith the economist, dealing with practical matters. His neckware is modelled on that worn by Thomas Jefferson, his wig is based on one of George Washington’s - recalling Smith’s strong support for free trade with America.
De aanstelling van de nieuwe FEE-voorzitter gebeurde met minder tierlanteintjes, maar kwam bij mij wel als de grootste verrassing van de twee aan. Amper twee weken geleden had ik immers in Toronto nog het genoegen om een speech van Richard Ebeling te horen op een conferentie van het “Fraser Institute” en toen was er van een eventuele nieuwe voorzitter nog totaal geen sprake. Het Atlas-nieuwsbericht specifieerde wel niet wanneer Ebeling als voorzitter zou opstappen, maar toch kwam het bij mij aan als een donderslag bij heldere hemel. Of Ebelings termijn gewoon afloopt, hij vrijwillig opstapt, of hij tot ontslag gedwongen werd, weet ik niet, maar zijn vertrek betekent toch een aderlating voor het radicale economische libertarisme waarvan hij één van de belangrijkste woordvoerders was. Ebelings vertrek als FEE-voorzitter heeft volgens mij dezelfde impact als het overlijden van Harry Browne enkele jaren geleden, niet per toeval de LP-presidentskandidaat die meermaals vergeefs beroep deed op Ebeling als vice-presidentskandidaat.

Nu ken ik Ebelings opvolger niet, toch ga ik ervan uit dat ’s werelds oudste libertarische denktank een zo waardig mogelijk vervanger gezocht én gevonden zal hebben. Larry Reed is zijn naam, en de laatste jaren leidde hij een lokale vrijemarktdenktank in Midland (Texas) onder de naam “Mackinac Center for Public Policy”. Nu zaterdag vertrek ik terug naar de Verenigde Staten om er de “Freedom University” van de FEE bij te wonen in Irvington-upon-Hudson, New York. Ik hoop er alvast met deze Larry Reed kennis te kunnen maken en ik hoop er natuurlijk ook te weten te komen hoe het met Richard Ebeling vergaan is. Afspraak dus op deze blog voor een gedetailleerd verslag binnen enkele weken.

Dit commentaarstuk verscheen ook bij het LVSV Leuven en de Vrijspreker, alsmede op de metablog In Flanders Fields.

Meer over het ASI en het standbeeld op www.adamsmith.org.

7 Reacties:

At 14:48 Anoniem said...

Klassiek liberaal Adam Smith wordt sexy

Frans Crols gaat deze zomer wandelen met enkele klassiek liberale denkers. Het verslag van zijn eerste wandeltocht met Adam Smith staat te lezen in Trends-magazine van 3 juli 2008. Of hoe de foute Schot van vroeger thans baadt in een groeiende sex appeal ...

Wandelen met Adam Smith - Foute Schot wordt sexy

Morgen staat Adam Smith op een sokkel, dicht bij zijn vriend David Hume, op de Royal Mile in Edinburgh. Jaarlijks schuifelen daar vijf miljoen toeristen over. De Schotse vader van de economie was 200 jaar een uitgestotene in eigen land.

Edinburgh, Kirkcaldy (Verenigd Koninkrijk) – Adam Smith zou gelukkig zijn. EasyJet vliegt mij goedkoop op 70 minuten van Amsterdam naar Edinburgh. De lagekostenmaatschappij pionierde tegen de vliegende staatsondernemingen en de kartels van de luchtvaartbazen. Adam Smith, hoogleraar morele wetenschappen in Glasgow, dokkerde wekelijks per koets, geklemd tussen de postzakken, anderhalve dag over de 80 kilometer steenslag tussen de zustersteden van de Scottish Enlightenment. Ik sta voor Panmure House in de Old Town van Edinburgh waar Adam Smith _ hoe cliché ook, de vader van de welvaart van steeds meer mensen _ zijn laatste jaren (1778-1790) doorbracht. Indien het bestuur van Schotland instemt wordt het ruime huis een studie- en conferentieoord van Edinburgh Business School. Morgen bezoek ik de Royal Mile, de toeristengoot tussen the Castle en Holyrood Palace. Op 4 juli wordt daar het eerste standbeeld ingehuldigd voor een van de grootste geesten van Schotland en de Europese Verlichting. Zijn vaderland is dubbelhartig over de schrijver van The Wealth of Nations. Voor een tour van Smith-plekken in Edinburgh hoef je niet naar het Tourist Office, er is niks, wel kan je begeleid op pad voor populaire koppen, bijvoorbeeld voor Rebus, te zien in feuilleton op Canvas, de detectiveverhalen van Ian Rankin.

Adam Smith werd geboren in 1723, het jaar dat Johann Sebastian Bach de Johannes Passie componeerde in Leipzig. Smith was een zoon van de betere burgerij van Kirkcaldy, halve wees, niet om aan te zien, bescheiden, vrijgezel, hardwerkend, ongelovig, zwijgzaam en verstrooid. De morele ernst van Schotland is een toevoeging aan de Britishness, het mengkarakter van het Verenigd Koninkrijk.

Panmure House staat tussen de resten van fabriekjes, sloppen, pubs, spoorwegemplacementen. De buurt wordt herbouwd en kan pronken met Holyrood Palace en het prestigieuze en zeer duur uitgevallen Scottish Parliament. Het schoon volk met de Volvo en de BMW is geen baas rond Panmure House. Ik fotografeer het huis, bewonder het onkruid en achter mij pauzeren op het trottoir leden van de Macdonald Academy of Arms voor hun clublokaal; geen vervrouwelijkte types in het wit die schermen met rapieren, wel biefstukventen in halve klederdracht die het aflappen met de platte zwaarden van de hooglanden. Aan het laatste huis van Smith grenst Panmure Close: tussen 1931 en 1965 fabriceerde Lady Haig’s Poppy Factory hier de poppies die de klaprozen en de doden herdenken van de Great War aan de IJzer.

Het havenstadje Kirkcaldy aan de Firth of Forth produceerde zout en aardewerk, exporteerde kolen en bracht vis aan wal. Smokkelen was een populair misdrijf en vader Smith droeg pistolen als chef van de lokale douane. Adam Smith leerde thuis hoe reglementen, wetten en repressie het onderspit delven tegen het menselijke vernuft om het eigen belang te bolsteren. De tolbeambten in Schotland hadden een moeilijke opdracht. De vereniging van Engeland, Wales en Schotland door het verdrag van 1707 verhoogde de smokkel aan de Schotse kusten. Vijftig jaar na zijn geboorte schrijft Smith in The Wealth of Nations: “De natuurlijke drang van ieder mens om de eigen omstandigheden te verbeteren is zo sterk dat hij op zichzelf en zonder enige bijstand zowel in staat is om de samenleving weelde en voorspoed te brengen, alsook om de honderden ongepaste tegenkantingen te overstijgen die de dwaasheid van menselijke wetten opwerpt voor de dynamiek van de gemeenschap.”

Vandaag is Kirkcaldy trots op Adam Smith en de linoleumfabriek Forbo-Nairn. Ik kruis het plantsoen voor het stationnetje van het geprivatiseerde Scotrail, na een treinreisje van dertig minuten, en stap de tea room binnen van de Adam Smith Hall, een kloek gemeenschapscentrum met een filmzaal. Op de affiche “In Bruges”, de kakelverse thriller in het Venetië van het noorden. De Amerikaanse dollarmiljardair en filantroop Andrew Carnegie (1835-1918), met een Schotse pedigree en landgoederen, schonk in 1899 de Adam Smith Hall aan Kirkcaldy. De gedenkplaat meldt: “In recognition of Kirkcaldy’s greatest citizen”. Ik ga piëteitsvol kijken naar nog een schild, het hangt aan de gevel van het nummer 220 in High Street waar Adam Smith geboren werd. Links is een kippenzaak en rechts een sandwichbar. De gedenkplaat is moeilijk leesbaar en verdwijnt in het niet naast de buren van de Kirkcaldy Indoor Market waar in een ruime hangar volks gewroet wordt aan de wealth van de plaatselijke middenstand.

Schotland leunt traditioneel links en blijft mokken over de denker die de creatie van welvaart en weelde in een vrije markt bepleitte. Adam Smith rustte in een overwoekerd graf op 200 meter van Panmure House tot een Schotse oliebons geld schonk om het oppervlak schoon te maken. Tussen de grafmonumenten naast Canongate Kirk ligt pathetisch een platte steen van 15 op 30 centimeter voor Adam Smith. Je loopt er driemaal langs voor je de nietsige zerk opmerkt. Op Panmure House hangt een sleets bronzen bord over de edellieden van Panmure en huurder Smith. In de verkoopadvertentie stond geen verwijzing naar de econoom. Troost voor de grafschande en de anonimiteit vind je over de dodenakker bij Starbucks Coffee. Twee homo’s prepareren daar allerbeste koffie en de wijze denker van de verdraagzaamheid en de globalisering ziet vanuit het hiernamaals dat het goed is.

De hoogste sociaal-democraat van het Verenigd Koninkrijk, premier Gordon Brown, is een Schot en Kirkcaldy ligt in zijn kiesdistrict. Brown voelt dat de wind keert en legde de basis voor een jaarlijkse Smith-lezing in Kirkcaldy met Alan Greenspan en andere kleppers. Socialisten houden niet van Smiths belangrijkste boek, The Wealth of Nations, zij accepteren zijn eerste werk The Theory of Moral Sentiments, dat te keer gaat tegen materialisme en commerciële platvloersheid. Ook in hun gelaïciseerde versie blijven de Schotten heftige Calvinisten.

1n de achttiende eeuw was Edinburgh met zijn 60.000 inwoners en zes uitgeverijen een intellectuele voorpost naast Parijs en Londen. De literaire salons en publieke genootschappen ontbraken maar de vrijdenkers met talent voor de letteren vonden steun in hun drankhuizen door de wijn _ whisky was voor het plebs _, oesters, tabak en pierewaaiende vrouwen. De bepruikte gentlemen leefden op roepafstand van mekaar en werden gemerkt als een drie-flessen- of een twee-flessenman. De rode Bordeaux (de claret) domineerde Edinburgh; de Schotten en de Fransen hebben een oude culturele, oenologische en politieke band. In vino veritas. Kenmerkend voor de Schotse Verlichting was het grote aantal dominees van de kirk, de Calvinisten (Presbyterianen), dat een sleutelrol speelde bij de modernisering van het denken en voelen in het Schotland van de achttiende eeuw. De abbés van de Franse Lumières waren sceptici en vrijzinnigen die voor hun zoete koek en voorrechten de soutane droegen. De Gematigden en de Evangelicals van het Presbyterianisme bestreden elkaar bikkelhard. Een held van de Gematigden was Frances Hutcheson, de lievelingdocent van Adam Smith. Het eerste geruchtmakende boek van Smith _ Theory of Moral Sentiments _ was een helder geschreven en steeds leesbare veredeling van Hutchesons theorie over de aangeboren morele houding van de mens.

Adam Smith voegt de twee kanten van de Scottish Enlightenment samen: de zachte kant van Frances Hutcheson en zijn theorie van de aangeboren moraliteit van de mens die versterkt wordt door opvoeding en de macht van de natuur en de harde kant van David Hume met zijn sceptische, koele wantrouwen van de menselijke motieven en bedoelingen. De fusie die Smith beoogt, loopt door zijn teksten en weerspiegelt de tweeslachtigheid, die zo oud is als de mens, tussen wat deze is en wat hij zou moeten zijn. Smith ontwijkt deze tweeslachtigheid niet, analyseert haar, worstelt met haar en puurt uit haar wetten, houdingen, gebruiken en richtingen die de reële mens kenschetsen en zichzelf doen overstijgen. Op zijn 26 publiceert David Hume A Treatise of Human Nature (1734) . Voor Hume is eigenbelang alles wat bestaat en is niet de rede de baas, zij is en moet zijn de slaaf van de passie, waarmee hij 2000 jaar filosofische traditie in het westen verbande. De meest diepe passie is het verlangen naar zelfvoldoening. Om te overleven moet de samenleving strategieën bedenken om onze passies te richten in opbouwende richtingen. De beste gedragsregel voor de mensen is, de Gouden Regel, aldus Hume: ik zal jouw eigenbelang niet verstoren als jij het mijne respecteert. David Hume bonjourde de schijnheiligheid en de huichelarij uit de Schotse republiek der letteren. De geschiedenis bewees voor Hume de toenemende samenwerking van de mensen, de groei van de economie en handel en de toename van de persoonlijke vrijheid. Hume en Smith waren vrienden. Smith ontwikkelt in zijn eerste hoofdwerk, The Theory of Moral Sentiments (1759), de gedachten van Hume verder. Adam Smith zocht naar een basis voor de aangeboren moraliteit van Hutcheson en vond haar in wat hij noemde “fellow feeling”, medegevoel, een natuurlijke zin om zich te scharen, te voegen bij anderen. Als we iemand zien lijden, lijden wij ook. Als wij iemand het geluk zien vieren, dan verheugt ons dat eveneens. Het medegevoel, de medeburger als spiegel voor ons goed gedrag, leidt tot ons morele handelen. De mens internaliseert de goedkeuring en de afkeuring van zijn medeburgers en concentreert zich op die eigenschappen en houdingen die zijn eigenliefde en het medegevoel van zijn naasten verhogen. Het talent om zichzelf te beoordelen maakt ons geschikt voor de samenleving. Smith verzacht de Gouden Regel van Hume tot: “Ik zal jou gerust laten, als jij mij gerust laat, zodat wij alle twee gelukkig kunnen worden.” De ondernemer, de vermogende die initiatief neemt, krijgt lof in Moral Sentiments. Het bekendere boek van Adam Smith Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations (1776) rust in zijn essay over de goede mens: “Zonder die bedoeling te hebben, zonder het te weten, verbeteren de rijken en de ondernemende mensen de samenleving en scheppen zij de middelen om de bevolking te vergroten.” Het knapste inzicht van Smith in het geniale van het kapitalisme is zijn dubbele gezicht: enerzijds het nastreven van het eigenbelang en anderzijds de noodzaak om samen te werken om dit eigenbelang te stuwen. Een kerngedachte van Smith is de groeiende specialisering van elke intellectuele, economische, industriële activiteit, de division of labour. Uit die specialisering volgt “dat dergelijke grote hoeveelheden van alles zullen geproduceerd worden, zodat er ruim voldoende is voor de vadsigheid van de groten der aarde, en terzelfdertijd overvloed voor de ambachtsman en de boer… Enkel een bedelaar wil afhangen van de goedheid van zijn medeburgers” (Smith).

J K Rowling, ooit bijstandsmoeder en vandaag stinkend rijk, was aan de bedelstaf toen zij in The Elephant House aan de George IV Bridge in Edinburgh de eerste lijnen schreef van Harry Potter. Rowling genoot van het grandioze uitzicht in de achterkamer op de Mound, één van de zeven ex-kraters van de vulkanische stad. Met zijn houten vloeren, stevige tafels, simpele spijs en drank en gevarieerd publiek gelijkt The Elephant House op de koffiehuizen waar Smith en Hume debatteerden over de zeden, de economie, de politiek, de vrouwen. Om acht uur schuiven zakenlui met dikke mappen aan voor een Schots ontbijt. Tussendoor is er plaats voor vrijers, studenten, nieuwsgierigen (op het raam staat The birthplace of Harry Potter). Rond daar een pelgrimage naar Adam Smith af met een diner naar zijn hart: haggis (beuling), neeps (rapen) en tatties (puree).

(c) Trends

 
At 14:51 Anoniem said...

Ik ga van deze tekst uit dat jij geen vaste Trends-lezer bent dan, want die wijdde op 3 juli laatstleden al een uitgebreide column/artikel van Frans Crols aan de stad Edinburgh en dat standbeeld van Adam Smith...

 
At 15:49 Hugo said...

Vincent, sorry dat ik zo vlakaf zeg, maar uw berichten over de "libertarische beweging" kunnen mij gestolen worden! Libertariërs of "klassieke" liberalen, of neoliberalen, of welke naam jullie peekes tegenwoordig aan jezelf geven, hebben geen plaats in het maatschappelijk debat. Het "originele liberalisme" zoals de basis daarvan volgens jullie radicalen gelegd werd door aristocratische denkertjes als Adam Smith en John Locke heeft nooit bestaan, en daar is een reden voor: het is bijlange niet het beste maatschappijmodel. Jullie kinderachtige basisidee dat de staat een verdacht iets is, trekt op niets en brengt de echte grondslag van het libertarisme naar boven: de vrijheid om te creperen! Daar bedank ik voor.

 
At 20:32 Anoniem said...

Dat kon je gewoon ook in nrc lezen, een week geleden. Waar woon jij eigenlijk Vincent?

 
At 20:32 Marc Vanfraechem said...

@hugo: al kan ik wel volgen als u bedoelt dat een mens hier wat overvoerd wordt met "libertarische" gedachten, en vooral met die heiligenverering van zekere Ron Paul (die stilletjes aan zwartberookt moet zijn van de vele kaarsen), toch ...Adam Smith en John Locke "denkertjes" noemen maakt uw reactie op haar beurt lichtjes infantiel.
Perspectief houden man ;-)

 
At 20:33 Nicolas Raemdonck said...

Ah, Hugo noemt John Locke een denkertje waarvoor geen plaats is in zijn mooie denkwereld. Dus geen plaats voor mensenrechten, subsidiariteit, scheiding der machten, de democratie enzoverder.

Ach, man, ge weet niet over wat je hebt.

 
At 20:35 Vincent De Roeck said...

@ Anonieme:

Voor wat het waard is. Ik woon officieel in Berchem (deelgemeente van Antwerpen) maar zit door de week op kamers in Leuven. Een groot deel van mijn tijd verdoe ik echter wel in Brussel en Knokke.

 

Een reactie plaatsen